PlusAchtergrond

Het 19e-eeuwse Palingoproer: twee dagen volkswoede tegen de Amsterdamse politie

Bij het Palingoproer in de zomer van 1886 vielen 26 doden en talrijke gewonden. De aanleiding voor de veldslag rond de Lindengracht: een verbod op het wrede ‘palingtrekken’. Maar de oorzaken lagen dieper.

Het Amsterdamse spel ‘palingtrekken’: wie vanuit een bootje de spartelende vis lostrok, meestal door de kop af te rukken, was de winnaar. Beeld Stadsarchief
Het Amsterdamse spel ‘palingtrekken’: wie vanuit een bootje de spartelende vis lostrok, meestal door de kop af te rukken, was de winnaar.Beeld Stadsarchief

‘Palingtrekken, katknuppelen en dergelijke wreede volksvermaken zijn verboden. Het is de plicht der politie te zorgen, dat niet in het openbaar het woeste “spel” gespeeld ­worde om een levenden paling zóó aan te grijpen en te trekken, dat men het lichaam van den kop scheurt,’ stelde het Algemeen Handelsblad op 27 juli 1886, twee dagen na het Palingoproer in de Jordaan. ‘Het is treurig genoeg, dat honderden in deze stad het een genot schijnen te vinden, dit te doen of er naar te kijken. Doch nog treuriger is het, dat het straatsteenen-argument gisteren gebruikt is om de politie te overtuigen, dat burgers het recht moeten hebben om des Zondags op de openbare straat dit wreede spel te spelen.’

De regels van het Amsterdamse spelletje ­‘palingtrekken’ waren simpel: een dikke paling ingesmeerd met groene zeep werd aan een touw boven de gracht gehangen. Deelnemers in bootjes moesten proberen de spartelende vis los te trekken. Degene die daarin slaagde, meestal door de kop van de nog levende paling af te rukken, was de winnaar. Dat er op zondag 25 juli 1886 een paling boven het water van de Lindengracht hing was opmerkelijk. Het brute volksvermaak was elf jaar eerder door de overheid ­bestempeld als zinloos en wreed, en verboden.

Het broeide in de stad, die zomer. De economische crisis had hard toegeslagen, veel vertier was er niet. De jaarlijkse kermis was sinds 1876 verboden. Wat destijds leidde tot het Kermis­oproer, waarbij een dode en veel gewonden ­vielen. Onder de dekmantel van lunaparken, tentoonstellingen en oranjefeesten bleef er nog wat vermaak mogelijk. Maar voor een heuse ­kermis met bijhorend drinkgelag moesten de Amsterdammers de stad uit naar Amstelveen, Diemen, Nieuwendam of Zaandam. Ook de hartjesfeesten in Sloterdijk waren geliefd. Al trokken die volgens het Handelsblad al snel ‘het vuilste vuil uit de riolen van Amsterdam.’

Gehate socialistenvreter

Het was ook al weken onrustig in de stad, met oplopende spanningen tussen de politie en aanhangers van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Begin juli had behanger Johan Geel een aanslag gepleegd op politiecommissaris Jonas Daniël Stork, gehaat onder socialisten sinds het uiteenslaan van een bijeenkomst van de Sociaal-­Democratische Bond in Café Zincken. Stork was gewaarschuwd door Recht voor Allen, spreekbuis van de socialisten: ‘Eenmaal zál je rekenschap gevraagd worden, niet in het hier­namaals, maar in dit leven.’ Maar Geel trof slechts de hoed van de commissaris.

In die gespannen sfeer hingen een paar ­Jordanese visverkopers hun paling boven de Lindengracht. Eenmaal bezig met het wrede spel, sommeerde een wijkagent het dier te ­bevrijden. Toen de paling een kwartier later nog steeds boven het water spartelde, was de maat vol. Bij het loshalen van het touw vielen ­klappen. De uitgerukte politieversterking werd onthaald op een regen van stenen. ‘In dezelfde mate dat de politie talrijker optrad, nam de woeste hartstocht der menigte toe,’ schreef een verslaggever van het Rotterdamsch Nieuwsblad. De stenengooiers kregen al snel versterking van socialistische buurtbewoners, die terugkeerden van een protestvergadering.

Bij het zondagse treffen raakten vier burgers en achttien agenten gewond. De volgende dag sloeg de vlam pas echt in de pan. Barricades werden opgericht, klinkers gelicht en agenten vanuit de huizen bekogeld met bloempotten, pannen en andere huisraad. Eenmaal teruggedreven tot in bureau Noordermarkt deed de korpsleiding een beroep op het leger. Infante­risten en huzaren, ondersteund door 150 man vestingartillerie, veroverden de straten terug met ‘salvo’s over de weerspannige menigte’ waarbij 26 doden en meer dan 140 gewonden vielen.

Soldaten schieten tijdens het Palingoproer op demonstranten vanuit de Eerste Lindendwarsstraat over de Lindengracht en Zaterdagsebrug.
 Beeld Stadsarchief
Soldaten schieten tijdens het Palingoproer op demonstranten vanuit de Eerste Lindendwarsstraat over de Lindengracht en Zaterdagsebrug.Beeld Stadsarchief

‘De dag van gisteren is nog gruwelijker dan Zondag geweest,’ aldus een pamflet verspreid na het neergeslagen oproer. ‘De menschen ­vielen als lijken op en over elkander en een grote menigte werd min of meer gewond.’ De burgerlijke pers legde de schuld bij de socialisten: ‘Het eindeloos opruien tegen justitie en politie heeft gevolgen gehad, welke niet konden uitblijven in een stad door honderd duizend bewoond.’

Een inzamelingsactie van het Handelsblad voor gewond geraakte agenten, die ‘de revolutie’ hadden voorkomen, leverde 121.000 gulden op. Burgmeester Gijsbert van Tienhoven drong aan op arrestatie van Domela Nieuwenhuis, maar had geen schijn van bewijs. Sterker, de ‘kwade genius’ verbleef tijdens het oproer in Haarlem, waar hij in een toespraak niets had ­gezegd over de situatie in de Jordaan.

Dierenbescherming

Volgens een ooggetuigenverslag in de gere­formeerde krant De Standaard was alle woede gericht op de politie: ‘Er mogen enkele socialisten onder geweest zijn, het oproerige volk was dat niet. De politie, en nog eens de politie, daarover praatte men, daartegen vocht men.’

Burgemeester Van Tienhoven ontving voor het ingrijpen bij het wrede palingtrekken talrijke dankbetuigingen van Europese dieren­beschermingsorganisaties voor zijn ‘humane en krachtige beleid’, maar de Nederlandse organisaties bleven opvallend stil. Niet een van de acht verenigingen nam de moeite een reactie te geven. Het Palingoproer werd zelfs totaal genegeerd. In het diervriendelijke orgaan Androcles, werd over hele gebeuren met geen woord gerept. Pas in jaargang 1892 werd het oproer voor de eerste keer genoemd.

De paling werd geveild

De bewuste paling, die aanleiding vormde voor het oproer, hing in 1897 te koop in een winkeltje in de Paleisstraat. Aldus historicus Piet de Rooy in zijn bekroonde boek Een revolutie die voorbij ging (1970). In februari 1913 dook de paling weer op in een veiling­lokaal in de Warmoesstraat. ‘Het ­palingvel mat één el, was met touwtjes op bord­papier gespannen, daaronder had men twee tekeningen van het oproer geplakt. Het geheel ging weg voor één gulden en 75 cent.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden