Amsterdam Bewaar

Herdenking Februaristaking: 'Verzet begint met vragen stellen'

Artiest André van Duin las gedichten voor tijdens de herdenking van de Februaristaking in 1941
Artiest André van Duin las gedichten voor tijdens de herdenking van de Februaristaking in 1941 © Marc Kruyswijk

Terwijl het kennelijk al net zo'n kraakheldere dag was als precies 77 jaar geleden, herdachten zondag enige honderden mensen op het Jonas Daniel Meijerplein de Februaristaking die begon op 25 februari 1941. André van Duin las drie gedichten voor.

Ook zoveel jaar na de dag dat Amsterdam opstond tegen de Duitse bezetters, is herdenken nog actueel, stelden de sprekers in de steenkou, voorafgaand aan de kranslegging bij het beeld van de Dokwerker.

Jaïr Stranders en Thijs Middeldorp, de nieuwe voorzitters van het comité Herdenking Februaristaking 1941 bendrukten dat herdenken relevant blíjft. "We moeten ons blijven inzetten tegen onrecht, discriminatie, antisemitisme, racisme, uitsluiting en intolerantie. We moeten opkomen voor de rechten van anderen wanneer die rechten worden afgenomen."

Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden

Uit een gedicht van Remco Campert door André van Duin

Vragen stellen 
André van Duin droeg drie gedichten voor. Volgens de woorden van Remco Campert: "Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden." En later: "Jezelf de vraag stellen, daarmee begint verzet. En dan die vraag aan een ander stellen."

In een tweede gedicht dat Van Duin voorlas, sprak hij over de hoop van zijn vader dat het nooit meer oorlog zou worden. "We mogen het nooit vergeten, alles wat hier 'ist passiert'. Onze zo fel bevochten vrijheid, moet daarom blijvend worden herdacht en gevierd. Want we leven nu wel in een vrij land, maar als ik zo door het nieuws blader, denk ik weer terug aan de woorden die ik hoorde van mijn vader."

Briefjes
Liesbeth van der Horst, directeur van het Verzetsmuseum, hield een indringend verhaal over de staking van 77 jaar geleden. Zij sprak onder meer over de briefjes die tramconducteur Joop IJsberg, die was gearresteerd na de staking, tijdens zijn gevangenschap schreef aan zijn vrouw, briefjes die met het wasgoed naar zijn vrouw en vier kinderen waren gesmokkeld.

Van der Horst noemde het één dramatisch voorbeeld uit velen. "Een gewone huisvader als Joop IJsberg, die alleen maar had gestaakt uit protst over die eerste razzia op joden, hier op dit plein. Daarna had hij nog illegale kranten verspreid. Hij was overgeleverd aan rechteloosheid en terreur en hij stierf voor het vuurpeloton."

De Februaristaking vond plaats op 25 februari 1941. Het was het enige massale openlijke protest tegen de jodenvervolging in Europa, aanleiding waren de eerste razzia's waarbij honderden joodse mannen werden opgepakt. De Duitse bezetters braken de staking met geweld, intimidatie en een meedogenloos ingrijpen waarbij negen doden en 24 zwaargewonden vielen. Ook werden talloze stakers gevangengenomen.

Jaar van het Verzet
De herdenking van de Februaristaking is dit jaar ook het startpunt van het Jaar van het Verzet. Dit houdt in dat door heel Nederland activiteiten plaatsvinden die mensen laten kennismaken met en nadenken over verzet. Het idee is dat uiteenlopende verzetsverhalen uit de oorlog aanzetten tot nadenken over de betekenis voor de wereld van nu.

Leerlingen van een flink aantal Amsterdamse basisscholen zijn ook aan de slag gegaan met de Februaristaking. In Oost betekende dit onder meer dat leerlingen 'persoonlijke dokwerkertjes' hebben gemaakt tijdens cultuureducatieve lessen. Die waren onderdeel van de herdenking van vanmiddag.