PlusDe Klapstoel

Henk Bakboord was een van de eerste breakdancers van Nederland: ‘Ineens was ik de man’

Henk Bakboord: ‘Hokjesdenken, groepsdenken, niks voor mij.’ Beeld Harmen de Jong
Henk Bakboord: ‘Hokjesdenken, groepsdenken, niks voor mij.’Beeld Harmen de Jong

Henk Bakboord (1961) is dansleraar en auteur. Hij was een van de eerste breakdancers van Nederland. Over zijn tijd in de Amsterdamse sm-scene van de jaren negentig schreef hij het boek Billenkoek, avonturen van een stoute Surinamer.

Peter van Brummelen

Paramaribo

“Een stad die ik vaag ken. Op mijn vijfde kwamen we naar Nederland. Ik herinner me van Suriname dat het er warm was, dat ik een keer bijna ben doodgereden door een auto en dat eens in de twee weken bij ons thuis een barbier langskwam. We hadden het goed. Mijn vader was radiotelegrafist, mijn moeder apothekersassistent. We hadden ook een gouvernante en een wasvrouw. Mijn moeder was Joods. Dat was nooit zo belangrijk voor haar, maar laat in haar leven, rond 2005, vroeg ze me het verder uit te zoeken. Ik ben toen genealogisch onderzoek gaan doen. De oudste voorouder die ik heb weten te traceren werd in 1540 geboren in Kleve, in Duitsland.”

Broeder Josephus

“Ik zat als jongen op de Sint Cornelisschool in De Pijp. Van drie broeders die daar lesgaven heb ik er in mijn boek een gemaakt: Broeder Josephus. Broeder Juvenalis liet vroeger regelmatig zijn handjes wapperen. Als je wat had gedaan, moest je voor de klas komen en kreeg je billenkoek. Pats! Pats! Na een stuk of zeven van die klappen moest je hem bedanken. Hij kon heel kwaad worden en riep dan Vade retro, Satana! Gaat heen, Satan! Maar hij was ook de man die me, toen ik van het klimrek was gevallen, liefdevol in zijn armen nam en troostte: ‘Gaat het een beetje? Rustig maar, ik ga nu een ambulance bellen.’ Toen ik een jaar of dertig later voor het eerst aanwezig was bij een sm-sessie, was ik in de war. Iemand onderging pijn en bedankte daar ook nog voor. En na afloop was er een knuffelsessie. Ik dacht: ik ken dit, maar waarvan, heb ik hier misschien over gedroomd? Het duurde even voor ik – o ja, zo zit het! – op Broeder Juvenalis uitkwam.”

Wild Style

“Een hiphopfilm uit 1983, die lang mijn bijbel is geweest. Mijn broer had hem al gezien en wat hij erover vertelde klonk spannend: jongens in New York die dansten of ze onder een strobe light stonden en over de grond rolden en aan acrobatiek deden. Ik zag Wild Style voor het eerst op de Duitse televisie en zette meteen de videorecorder aan. Na heel veel kijken en oefenen durfde ik in buurtcentrum B.O.C. in Buitenveldert voor het eerst voorzichtig te laten zien wat ik kon. Ik zal nooit vergeten dat ik op de muziek van Beat It van Michael Jackson in een moonwalk de dansvloer op gleed en daar begon te breakdancen. Iedereen week terug en keek naar me. Ineens was ik de man. Wild Style kwam voor mij precies op het juiste moment. Ik ging om met jongens die slechte dingen deden en dreigde in de criminaliteit terecht te komen. In Wild Style zag ik jongens die qua kleur en levensomstandigheden op mij leken, maar er wat van maakten.”

Alex & The City Crew

“Ge-wel-di-ge tijd! Eerst danste ik met een stel andere jongens vooral op het Leidseplein, later sloot ik me aan bij Alex & The City Crew. Dat was een clubact rond dj Alex van Oostrom met muzikanten en breakdancers. Anderhalf jaar hebben we heel veel opgetreden, in Nederland, maar ook in Duitsland, België en Frankrijk. Onze doorbraak hadden we in de TV Show van Ivo Niehe. Ken je het filmpje ervan op YouTube? Het begint met Ivo Niehe die in de zaal aan een mevrouw vraagt of ze weleens van electric boogie heeft gehoord. Nou, daar had ze nog nooit van gehoord, bijna niemand in Nederland wist wat het was. Maar na ons optreden in de TV Show ging het heel hard. Ineens zag je in winkelcentra in steden in heel Nederland jongens in trainingspakken en met petjes op breakdancen.”

Tekst gaat verder onder fragment

Kinky Club

“In oktober 1993 was ik er voor het eerst en de rest van de nineties ben ik er blijven komen. Ik kwam ook bij G-Force, maar de Kinky was echt mijn tent als het om sm ging. De club zat onder wat nu Pakhuis de Zwijger is. De foto bij dit interview is er gemaakt, ik herkende nog veel – toch niet alles daar in de buurt is inmiddels opgeknapt en aangeharkt. In de Kinky Club had je twee relaxruimtes, een dansvloer, een darkroom en een speelruimte. Een leek ziet niet meer dan dat iemand die is vastgebonden aan een paal of kruis wordt afgeranseld, maar het sm-spel kent ongeschreven, maar strenge regels. Niet spelen onder invloed van drank of drugs, dat is een heel belangrijke. En er zijn codewoorden. ‘Genade’ is even pauze. ‘Stop’ is echt kappen. Ik speelde met zowel mannen als vrouwen, of zoals ik liever zeg: met mensen. Ik speelde verschillende rollen. Je kunt geen goede dominant zijn zonder onderdanig te zijn geweest. Je moet weten wat de ander ondergaat en de grenzen kennen. Wat ik vooral mis is de geborgenheid van de scene. Mensen letten er echt op elkaar: ‘Joh, ga jij wel lekker? Ga effe zitten, neem een slokje water, of een kotszakje, geen probleem. Ik ben bij je, je bent veilig.’”

Israël

“Het land van mijn verre, verre, verre voorouders. In 2012 ben ik er geweest en heb ik dansles gegeven in een compound van jongeren die om diverse redenen niet thuis konden wonen. Israël voelde als thuiskomen. Een warm bad. Maar ik zou er niet kunnen wonen. Mensen vergeten vaak dat Israël echt een land in het Midden-Oosten is, waar ze vaak een heel andere kijk op zaken hebben dan wij in het Westen. Sinds ik voor mijn moeder dat genealogisch onderzoek deed, ben ik ook veel meer bezig met mijn eigen Joods-zijn. Ik behoor in Amsterdam niet tot een congregatie, maar bezoek regelmatig de Portugese synagoge.”

Tram

“Ik ben dertien jaar met heel veel plezier trambestuurder geweest. Maar ik ben iemand die zichzelf constant opnieuw probeert uit te vinden en in dat rijden op de tram zit niet veel ontwikkeling: je gaat van A naar B en dan van B naar A. Maar verder heel goede herinneringen, hoor. Ja, ja, van die typische tramchauffeurshumor, daar deed ik ook aan. Op lijn 7 vroeg een aantrekkelijke vrouw: ‘Gaat u naar Artis?’ Ik antwoordde: ‘Nee mevrouw, alle kooien zijn bezet.’ Waarop zij heel verleidelijk zei: ‘Ben jij zo’n beest dan?’ Hee, hier kan iets opbloeien, dacht ik. En ja, dat is ook gebeurd.”

Identiteitspolitiek

“Hokjesdenken, groepsdenken, niks voor mij. Ik heb vaak geprobeerd ergens bij te horen – de voetbalclub, die gang waar ik mee rondhing, mijn gezin – maar het is nooit gelukt. Nu weet ik: ik pas overal tussen, maar ik hoor nergens bij. Op Twitter en in stukken die ik schrijf voor Vrij Links keer ik me vaak tegen identiteitspolitiek. Als iemand dezelfde achtergrond of huidskleur heeft als jij is die persoon daarom niet meteen oké. In de Surinaamse gemeenschap hoor je vaak de term bondru: bundelen. We moeten onze krachten bundelen, dat werk. Ik denk dan meteen: wie is ‘we’? Wie hoort wel bij ‘we’ en wie niet en wie bepaalt dat? Hetzelfde heb ik als ik ‘Eigen volk eerst’ hoor. Definieer eigen volk, wie zijn dat, wie niet? Identiteitspolitiek is gif. Het gaat om mensen die zich terugtrekken en vastzitten in de eigen cultuur, de eigen groep, de eigen bubble. De regels binnen zo’n groep zijn ook heel streng. Je hoeft maar een heel klein beetje buiten de pot te piesen en – bang! – je ligt eruit.”

Jellinek

“Eind 1997 meldde ik me er aan. Ik gebruikte cocaïne, xtc en amfetamine. Vooral die amfetamine was een probleem. Ik heb het zelfs op de tram gebruikt. Het is een enorme machodrug, je wordt er een haantje van. De wereld ligt aan je voeten – denk je. Je kunt iedere chick versieren – denk je. En iedereen vindt je leuk – denk je. Met hulp van de Jellinek heb ik er mee weten af te rekenen. Mijn boek eindigt ermee dat ik mijn adressenboekje weggooi, maar ik heb daarna nog een lange strijd gevoerd. Ik ben ook wel een paar keer weer in de fout gegaan. Toch weer naar een dealer gegaan, toch weer gebruikt. Tegenwoordig spelen drugs geen rol meer in mijn leven. Kan ook niet natuurlijk, ik geef dansles aan kinderen, heb een dochter van bijna veertien.”

Wasteland

“Die party’s zijn begonnen in de Reguliersbreestraat. Tussen de Richter en Blitz hing een loopbrug. Eerst stonden de mensen op die brug een beetje te keuvelen. Maar vanaf het moment dat er een drumband de straat binnenkwam, werd het een mad house. Opgezweept door de menigte beneden werd op de loopbrug een complete orgie gehouden. Ik weet nog goed dat mijn toenmalige vriendin en ik elkaar aankeken: oké, leuk, maar... Zij was ook Surinaams, we vermaakten ons goed in de kinky scene, maar we hechtten wel aan discretie. Later kreeg je van die heel grote Wastelandparty’s buiten de stad. Ik ben er één keer geweest. Respect hoor, voor die jongens die het organiseren, maar niet mijn ding: veel te massaal. Toen ben ik afgehaakt.”

Sylvana Simons

“Ken ik nog van de iT, waar we beiden professioneel dansten. En zij was góéd. Ja hoor, zij had de moves. Ze was ook echt een lieve meid, als ik er even doorheen zat, beurde ze me op. Een tijdje terug heb ik haar geïnterviewd voor een artikel in de HP/De Tijd over de vraag waarom er zo weinig Surinamers in de Tweede Kamer zitten. Zij heeft een heel andere visie dan ik, zij is echt van de identiteitspolitiek, maar we kunnen door één deur. Ze is nog altijd een lief persoon. Ik vind ook dat ze zich als politicus heel goed heeft ontwikkeld: ze is een geweldige debater en thuis in een heel breed scala van onderwerpen.”

Maaike Ouboter

“Geen idee wie dat is. Een singer-songwriter? Nooit van gehoord. Ik houd van muziek die wordt gemaakt met inzet, toewijding en passie. Nee hoor, muziek hoeft van mij niet per se dansbaar te zijn. Ik houd ook van Beethoven en Bizet.”

Henk Bakboord: Billenkoek, avonturen van een stoute Surinamer (Ezo Wolf Uitgevers, 20 euro).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden