Helft horeca start met dubieus geld: gemeente voert strijd op

Ruim de helft van de nieuwe horeca in Amsterdam laat zich buiten de bank om financieren. Wie er investeert, blijft vaak schimmig. De gemeente trapt nu op de rem in de strijd tegen fout geld.

Ruim de helft van de nieuwe horeca in Amsterdam laat zich buiten de bank om financieren Beeld Shutterstock

Uit onderzoek van gemeente, politie, justitie en andere instanties naar leningen aan horecabedrijven in de binnenstad, komen zorgelijke constateringen. Liefst 35 procent van de financiers blijkt een strafblad te hebben (zware verkeersovertredingen tellen mee). Ruim een kwart van de onderhandse leningen vindt de Belastingdienst 'niet verklaarbaar'. Van de financiers heeft 3 procent al verdachte transacties op zijn naam.

Naar schatting wil een kwart van de vergunningaanvragers het horecabedrijf met 'fout geld' opzetten. De gemeente neemt hier nu maatregelen tegen, schrijft burgemeester Femke Halsema aan de gemeenteraad.

Amsterdam treedt strikter op bij het vragenformulier voor de Bibob-screening naar integriteit. Wie dat na twee verzoeken om aanvullende informatie nog niet naar tevredenheid heeft ingevuld, komt niet meer in aanmerking voor behandeling van de vergunningaanvraag.

Informatiesysteem
Van geld uit het buitenland wordt de herkomst scherper gecontroleerd. De stadsdelen worden beter toegerust om vergunningsaanvragen net zo kritisch te beoordelen als de centrale stad. Die stelt via een 'backoffice' specialisten beschikbaar voor advies over complexe dossiers.

Ambtenaren die de aanvragen moeten beoordelen, leren 'risicovolle financieringsconstructies en bedrijfsstructuren' te herkennen. Een slim informatiesysteem moet aanvragen met verhoogd risico signaleren.

Halsema gaat met wethouder Udo Kock van Economische Zaken praten met de banken, omdat die het midden- en kleinbedrijf nu maar moeizaam leningen geven. Daardoor wijken ook bonafide ondernemingen uit naar onderhandse leningen.

In het onderzoek zijn 337 vergunningaanvragen voor horeca bestudeerd door gemeente, politie, justitie, de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU). In 177 gevallen ging het om de verlenging van een vergunning, 160 keer betrof het een nieuwe of over te nemen zaak.

In 81 gevallen van die laatste categorie (51 procent) wilde de aanvrager zijn onderneming met een onderhandse lening financieren. Bij de verlengingen was 53 keer sprake van buiten de bank om geleend geld (30 procent).

In het centrum mikte 56 procent van de aanvragers op onderhands geleend geld, in Zuidoost en Oost was dat zelfs 67 en 71 procent.

Aflossingstermijnen
Vaak lenen deze ondernemers geld van familie of vrienden, maar ook leveranciers, aandeelhouders of andere zakenrelaties springen bij. De rentes variëren van 0 tot 12 procent en soms zijn er onduidelijke of geen aflossingstermijnen afgesproken.

De herkomst van het geleende geld blijft in vele gevallen ook na doorvragen onduidelijk. Om dat te veranderen neemt Halsema de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoekers over in haar maatregelen.

Striktere controle op onderhandse leningen is onderdeel van de strijd tegen 'ondermijning' van de samenleving door criminelen of andere malafide figuren die zich invreten in de bovenwereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden