PlusExclusief

Hedy d’Ancona: ‘Schandalig, dat je rijk kunt worden door alleen maar in een huis te wonen’

Omdat ze geen tuttige Leidse studente wilde worden, verhuisde Hedy d’Ancona naar Amsterdam. Daar woont ze nu in het ‘Disneysprookje’ van het centrum. ‘In Amsterdam is het populisme weggebleven. Waarom? Het zou interessant zijn om dat te bestuderen.’

Robert Vuijsje
Hedy d'Ancona. Beeld Erik Smits
Hedy d'Ancona.Beeld Erik Smits

Toen Hedy d’Ancona voor het eerst een huis kocht, in 1972, vond ze dat ‘verschrikkelijk’. Want: “Als socialist doe je zoiets niet, je hoort te huren. Ik was getrouwd met Guus de Boer, hij werkte als psychiater en had een praktijkruimte nodig. Zo’n huis konden we niet huren. Het was op de Sophialaan, een heel mooi huis.”

En nu zit ze op de onderste verdieping, de deuren naar de tuin geopend, van het pand dat ze in 1977 kocht aan de Amstel, met uitzicht op Carré. “Ik was net gescheiden en had nul komma nul cent, ik werkte aan de universiteit voor een ambtenarenloon. Een betaalde baan was voldoende om een huis te kopen, dat is nu ondenkbaar.”

“En weet je wat het wonderlijke is? Bijna twintig jaar later gingen de kinderen de deur uit en vond ik het te groot geworden voor mij. Ik wilde het huis laten verbouwen, zodat het in tweeën kon worden gedeeld. In die tijd was ik minister, maar ik kon geen lening krijgen voor die verbouwing, die was te duur met mijn salaris. Zo was de tijd veranderd.”

“Nu zit ik in een clubje van mensen die een deel van hun huis ter beschikking stellen aan jonge buitenlandse kunstenaars die voor een studie of tentoonstelling een paar weken in Amsterdam moeten zijn. Dan voel ik me minder schuldig om hier te wonen. Dit systeem deugt gewoon niet: je wordt rijk door in zo’n huis te wonen en verder niets te doen.”

Ze wijst naar de stroopwafels die op tafel staan. “Ik heb niets te klagen, als ik in de winkel iets koop hoef ik niet naar de prijs te kijken. Mijn hele leven heb ik gewerkt, in mooie functies, maar daar word je niet rijk van. Van het wonen in zo’n huis word je dat wel. Schandalig.”

Naast de stroopwafels liggen de drukproeven voor haar nieuwe boek, dat later deze maand verschijnt: Kouwe Kermis. “Ik ben niet erg nationalistisch ingesteld, maar had wel altijd een soort hoog petje op van hoe goed Nederland is georganiseerd. Zelfs dat zijn we dus niet, blijkt nu. Over dat soort dingen gaat het boek.”

De ouders van Hedy d’Ancona woonden ongehuwd samen, tot ze uit elkaar gingen. Haar moeder moest werken en had geen huis meer. “We trokken in bij haar ouders. Mijn moeder woonde ook in bij moederloze gezinnen, om de kinderen te verzorgen. Ik bleef dan bij mijn grootouders.”

De dag waarop haar vader overleed, weet ze nog precies: “7 februari 1945, onderweg naar de vrijheid, bij Gross-Rosen op een open wagon waarmee kampgevangenen werden vervoerd. Hij had in een concentratiekamp gezeten. Bijna zijn hele familie werd weggevoerd in de oorlog. Mijn vader was Joods, mijn moeder niet. Door mijn achternaam ben ik nog aan hem verbonden. Ik blijf hem zien als mijn vader, alleen is hij maar 36 geworden.”

Waar ging u naar de middelbare school?

“In Leiden, met mijn moeder woonde ik inmiddels in Leidschendam. Leiden werd gedomineerd door studenten, zo irritant. Wat ik zag, beviel me niet: van die tuttige studentes met een twinset aan, zo’n truitje met een vest. Daar hoorde een plooirok bij en Clarkschoenen. Iets wat de Engelse koningin zou dragen. Zo wilde ik niet worden. Ik zat in de klas met kinderen van ouders die in Leiden hadden gestudeerd. Dan moet je je hele leven doorbrengen in Oegstgeest of Warmond.”

U wilde naar Amsterdam?

“Ik was er maar twee keer geweest, met mijn moeder. Het enige wat ik kende was het Amstel Station, dat maakte grote indruk, met die glazen kap. Het enige wat ik wist: daar gebeurt het. Ik wilde toneelspeelster worden, of journalist. Dan moet je ergens zijn waar die beroepen bestaan.”

“Voor de toneelschool werd ik afgewezen. Ik was pas 17, ze zeiden dat ik eerst maar een jaartje moest rondkijken. Ik wilde niet rondkijken, ik wilde naar Amsterdam verhuizen. Daarom koos ik voor de studie sociale geografie, die werd niet gegeven in Leiden.”

Hoe was Amsterdam toen?

“Ik kwam hier in 1955, de stad was behoorlijk kapot, van de oorlog nog, maar ik vond het prachtig. De ellende die erachter zat, die zwarte rand, zag ik later pas. Ik was jong en kon bij vrienden van mijn ouders op een zolderkamer wonen, in Bos en Lommer. Dat was nog niet het leuke Bos en Lommer van nu. Bij de Hoofdweg hield de stad op.”

“Ik leerde Amsterdam kennen door te fietsen. De colleges waren door de hele stad, in de Oudemanhuispoort en bij het Waterlooplein en het Tropenmuseum. De studentenvereniging waar ik lid van werd, Unitas, had een sociëteit op de Weteringschans. Ik fietste overal heen, misschien ben ik daarom nog steeds zo vief.”

Wat voor buurt is dit, waar u nu woont?

“Het is een soort Disney, sprookjesachtig, niet echt een grote stad. Ik had een auto, die heb ik maar weggedaan, wat moet je hier met zo’n ding? Mijn dochter Hadassah woont nu in Zuidoost, daar vind ik het grootstedelijker dan hier.”

“Wat ik wel mooi en echt indrukwekkend vind: het grote culturele aanbod, van een hoog niveau. Heel bijzonder voor zo’n kleine stad. En erg leuk: dat je overal kunt zwemmen, dankzij die trappetjes. In een gewoon huis heb je nu een zwembad voor de deur.”

Waarom wilde u politicus worden?

“Dat wilde ik niet, maar bij de feministen hadden we afgesproken: als je wordt gevraagd moet je het doen. Vanaf de keukentafel legaliseer je abortus niet en je kunt ook niet zorgen voor gratis kinderopvang, zodat wij economisch zelfstandig kunnen worden. Ik had al wat dingen gedaan, het blad Opzij opgericht en met Joke Smit de actiegroep Man Vrouw Maatschappij. Eerst werd ik gevraagd voor de Tweede Kamer, bij de PvdA. Ik was toen zwanger. Ed Berg, een PvdA’er, raadde me aan het niet te doen. Joop den Uyl zat op dat moment in de Tweede Kamer voor de PvdA. Hij had zeven kinderen.”

“Later werd ik gevraagd voor de Eerste Kamer. Een beetje raar, tussen alleen maar oude mannen. Zij stonden aan het einde van hun politieke traject, ik aan het begin. Van daaruit werd ik staatssecretaris en minister. En ik ging naar het Europees parlement. Dat paste meer bij me dan de dagelijkse politiek. Nu zou ik helemaal niet meer in Den Haag passen.”

Waarom niet?

“Ik had één Janmaat in de Kamer, nu zitten er meer dan dertig Janmaats, allemaal extreemrechtse politici. Als Hans Janmaat iets ging zeggen, liepen alle Kamerleden weg. Alleen ik moest blijven luisteren, ik was minister. Het heeft me wel verbaasd. Vreemdelingenhaat is er altijd geweest, dat kun je verwachten, maar met FvD zit nu weer onverbloemd antisemitisme in de Tweede Kamer – en er zijn kiezers die dat steunen. Dat had ik niet verwacht.”

De rest van Nederland stemt al jaren rechts, waarom blijft Amsterdam links stemmen?

“Op die vraag heb ik geen antwoord. Utrecht is ook nog wel fatsoenlijk, in Rotterdam en Den Haag zie je een ander beeld. In Amsterdam is het populisme weggebleven. Het zou interessant zijn om dat te bestuderen, je kunt ervan leren. Waarom stemmen mensen op die rare partijen, die ze in feite niets te bieden hebben?”

In de Amsterdamse gemeenteraad is de PvdA zelfs de grootste partij.

“Het hangt ook samen met mensen. Marjolein Moorman is een goede bestuurder, ik kon me wel voorstellen dat zij aantrekkelijk is voor stemmers.”

Op 1 oktober wordt u 85. Is de stad anders als je oud wordt?

“Ik ben jarenlang met Aatje geweest, Aat Veldhoen. Hij overleed bijna vier jaar geleden. Mijn grootste steun was toen de stad die me omarmde. Ik moet er niet aan denken om buiten te wonen, in je eentje in zo’n bos. Het is wel een groot voorrecht om zo oud te mogen worden als ik nu ben, zeker als ik naar de familie van mijn vader kijk.”

“Op mijn leeftijd maak je geen toekomstplannen meer. Natuurlijk blijf ik nieuwsgierig, maar ik ga niet nadenken: wat doe ik over tien jaar? Dan ben ik dood. Het is niet mijn streven om, zoals Mark Rutte, de langst zittende te worden. Ik hoef niet de langst levende feminist te zijn.”

CV
Hedy d’Ancona (Den Haag, 1937) was onder veel meer staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1981-1982) en minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (1989-1994). Later deze maand verschijnt haar nieuwe boek, Kouwe Kermis.

De stad van... Hedy d’Ancona

Echt Amsterdams
“Tijdens protestdemonstraties. Als ik daaraan meedoe, gaan ze vaak over vrouwenrechten of antiracisme.”

Accent
“Als je goed luistert, hoor je dat ik uit Den Haag kom. Een Amsterdams accent kan ik helaas niet nadoen, ik kom hier niet vandaan. Mijn kinderen kunnen het wel.”

Partner
“Aatje Veldhoen was een echte Amsterdammer. Ed van Thijn ook. Ze kwamen allemaal uit Amsterdam of woonden hier al lang.”

Import
“Ik vind het leuk om import te zijn. Nog steeds kan ik me beter oriënteren in Den Haag dan in Amsterdam, al woon ik hier veel langer dan ik daar heb gedaan. Ik vind het fijn om in Den Haag te komen, maar ik wil nooit meer ergens anders wonen dan in Amsterdam.”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 29. Lees hier alle afleveringen terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden