Plus Ten Slotte

Harry Cohen (1920-2019) was onderdeel van iconisch verzetsverhaal

Harry en Sieny Cohen in juni vorig jaar. Beeld Daniel Cohen

De oorlog tekende het leven van de donderdag overleden oud-verzetsman Harry Cohen, wiens vrouw nauw betrokken was bij het redden van honderden Joodse kinderen.

Het is een iconisch verhaal uit het Amsterdamse verzet in de Tweede Wereldoorlog, het wegsmokkelen van Joodse kindjes uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg, zodat ze ontsnapten aan deportatie en de dood in een concentratiekamp. Harry Cohen maakte daar deel van uit.

Als 22-jarige fietskoerier voor de Joodse Raad kwam hij regelmatig op de crèche aan de Plantage Middenlaan. Daar werkte Sieny Kattenburg, op wie hij al snel zijn oog liet vallen. Zij hielp mee aan het wegsmokkelen van de kinderen. “We gingen zogenaamd wandelen met de kindertjes vanuit de crèche,” vertelde ze twee jaar geleden in een dubbelinterview met haar man in Het Parool.

“Je had er dan een stuk of zes bij je en je wist welk kindje er moest verdwijnen. Om de hoek van de Plantage Middenlaan stond een van de studenten te wachten om dat kind aan te pakken. Soms ging ik ook met twee of drie kinderen staan wachten op de tram, op lijn 9.”

Al snel raakte het serieus ‘aan’ tussen haar en Cohen, maar van een huwelijk kon geen sprake zijn, waarschuwde Sieny’s vader. “Het zijn heel onrustige tijden, mensen verdwijnen van de ene dag op andere,” zei hij tegen Cohen in maart 1943. “En als jij wegraakt en we weten niet waar je bent, kan mijn dochter volgens de Joodse wetten nooit meer hertrouwen.”

Toch trouwden ze nog geen vier maanden later. In de tussentijd waren Sieny’s ouders afgevoerd naar Westerbork, om nooit meer terug te keren. “Zorg goed voor Sieny,” zei haar moeder bij het afscheid tegen Cohen.

Kort daarop kreeg Cohen de kans om onder te duiken. De directrice van de crèche, Henriëtte Pimentel, drong aan op een huwelijk met Sieny. “Haar idee was dat we als echtpaar makkelijker zouden kunnen onderduiken,” vertelde Cohen in datzelfde interview. “Alleen bij een communistisch of socialistisch gezin had je kans dat je als ongetrouwd stelletje kon onderduiken, een christelijk gezin nam je dan niet.”

Onder de vloer

In september 1943, toen de crèche definitief was gesloten, trokken ze in bij de familie Breijer in Nieuw-Vennep. Bij dit gezin van acht verbleven in totaal tien onderduikers, in een huis van zes bij vier meter. Ondanks zeven invallen van de Duitsers overleefden allen de oorlog. Ze konden zich steeds tijdig verstoppen onder de vloer.

Na de oorlog, waarin ook Cohen veel familieleden verloor, kregen ze twee kinderen en belandden ze in de jaren ’50 in New York. Tussentijds woonden ze in Rotterdam – de stad waar hij was opgegroeid in de Spartastraat, pal naast Het Kasteel, wat zijn grote liefde voor Sparta verklaarde. “Ze wilden weg uit Nederland, weg van het verdriet en de oorlogsherinneringen,” vertelt Esther Shaya, van wie vorig jaar een dubbelbiografie verscheen, Harry & Sieny: Overleven in verzet en liefde.

In Amerika werkte Cohen als boekhouder voor bedrijven. Via Mexico keerden ze in 1975 terug in Nederland en streken ze neer in Buitenveldert. Over de oorlog spraken ze zelden. Dat veranderde toen het United States Holocaust Memorial Museum Cohen-Kattenburg wilde interviewen. Nadien vertelde ze haar verhaal in tal van interview en lezingen, waarbij Cohen haar bijstond en vaak aanvulde.

Begin februari overleed Sieny op 94-jarige leeftijd in het bijzijn van haar man en familie. Afgelopen donderdag overleed Harry, op 99-jarige leeftijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden