Hans Aussen (1926-2019) bezocht elk jaar op 4 mei zijn onderduikmoeder

Hoewel Hans Aussen met zijn eigen kinderen spaarzaam over de oorlog sprak, ging hij de laatste twintig jaar van zijn leven schoolklassen langs als gastspreker voor herinneringscentrum Westerbork. Zondag 23 november overleed hij op 93-jarige leeftijd.

Hans Aussen. Beeld -

“Discriminatie mag niet. Ik wil niemand haten,” zegt de Joodse Aussen in een documentaire van VoetbalTV over zijn voetbalclub WV-HEDW in de Watergraafsmeer. “Mijn vader wijdde niet uit over de oorlog. Pas vanaf zijn 74ste vertelde hij bijna obsessief de jeugd over de oorlog. Wel gingen we elke 4 mei op bezoek bij zijn onderduikmoeder, mevrouw Pos, die toen in de Ban­straat woonde,” zeggen zijn dochters Anja en Saskia.

Tewerkstelling

Hans Aussen was 14 jaar toen de oorlog uitbrak. In juli 1942 kregen hij en zijn oudere broer Benno een oproep voor tewerkstelling in Duitsland. Zijn vader riep meteen dat niemand slechter was geworden van werken. Maar zijn moeder protesteerde met vooruitziende blik. Het gezin dook onder en zou de oorlog overleven.

Hans’ vader Louis Aussen had ver daarvoor, in 1908, met zes anderen de voetbalclub Wilhelmina Vooruit opgericht. Een club met veel Joodse leden. Zijn zoon werd er verdediger.

“Hans was een ongenuanceerde voetballer. Als hij de bal voor zijn voeten kreeg, knalde hij hem naar voren. Hij was een sportman, die van hard rennen hield, maar voetbaltechniek beheerste hij niet,” zegt oud-teamgenoot André Lopes Dias (79).

Zijn dochters Anja en Saskia zagen in 1968 hun vader een prachtig doelpunt maken. Aan de kant klonk een lachsalvo: het was goal in eigen doel. Aussen besloot dat het zijn laatste wedstrijd was geweest. Hij ging softballen.

In de jaren zestig had hij het bedrijf in fietsonderdelen van zijn vader overgenomen, met kantoor aan huis. Daar kon hij zich terugtrekken in zijn werk of hobby’s als knutselen – van kapotte flessen windmolens maken. Hij was ook een familieman. Naast zijn eigen drie kinderen was er een pleegdochter in het gezin. Samen met zijn vrouw Fietje ving hij ook vier baby’s en peuters op van onder meer ongehuwde moeders via Joods Maatschappelijk Werk.

Natte washandjes

“Hij was betrokken bij het leed in de wereld,” zegt dochter Anja. “Hij was dol op kinderen. Een keer in de twee weken mochten wij hem vanuit de badkuip bekogelen met natte washandjes. Hij trok dan een regenjas aan. Hij was kind met de kinderen.”

“Hans had een lichte, vrolijke kant en typisch Joodse humor,” zegt Lopes Dias. Of Aussen daarmee het oorlogsleed wegdrukte, weet hij niet. Hij was vele familieleden verloren, onder wie zijn geliefde nichtje.

Op zijn onderduikzolder schreef Aussen een gedicht over een buurmeisje dat hij van zijn ‘hoge zitplaats’ vaak buiten zag lopen en op wie hij hevig verliefd werd: ‘Toen ik je daar zag lopen/Met een wasmand vol en zwaar/ En je daarna weer zag verdwijnen/ De was hing netjes aan de lijnen/Toen voelde ik een grote steen.’

“Het zat heel diep. Tijdens het voorlezen stonden de tranen in zijn ogen,” zegt Sytze van der Zee, die onlangs Aussens oorlogsverhaal op­te­kende in het boek Wij overleefden.

Aussen werd in 2015 onderscheiden als Lid in de orde van Oranje Nassau voor zijn inzet als gastdocent. Hij is vrijdagmiddag op Westgaarde gecremeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden