PlusKlapstoel

Hanna Bervoets: ‘Ooit had ik alleen Xena als rolmodel’

Hanna Bervoets (1984) is schrijfster. Sinds haar debuut in 2009 publiceerde ze acht boeken – het laatste verscheen deze maand. Voor de Boekenweek, die zaterdag begint, schreef ze het geschenk Wat wij zagen.

Hanna Bervoets  Beeld Harmen de Jong
Hanna BervoetsBeeld Harmen de Jong

Amsterdam

“Daar ben ik geboren. In De Pijp, op de grond. Misschien heb ik dat spartaanse tintje erbij verzonnen, maar volgens mij zat mijn moeder met haar rug tegen de bank op de grond. Ik hoor altijd dat het de koudste dag ooit was, 14 februari 1984, mijn moeder had voor de bevalling alle kieren dichtgeplakt met ducttape. Het was een heel tochtig pand. Toen ik acht was, zijn we ­verhuisd naar het Vierwindenhuis, op Wittenburg, bij het Windroosplein. Ik ging naar De Parel – dat is nu de Alan Turingschool, De Parel bestaat niet meer. Ik zou het geen probleemschool willen noemen, maar achteraf blijkt dat veel jongens die nu tot de mocromaffia worden gerekend ook naar die school zijn gegaan. De jongen wiens hoofd voor een waterpijpcafé is gevonden zat een paar klassen onder mij. Ik vond het een fijne school. Divers, maar dat woord bestond nog niet. Niemand in mijn klas had een gezin dat bestond uit vader/­moeder/wit/en we gaan naar Frankrijk met vakantie. Dus in die zin was niemand raar.”

De Twee Cheetahs

“Mijn eerste bijbaantje, in het restaurant van Artis. Dat was geen succes. Ik moest de dien­bladen opruimen, dus ik rook altijd naar mayonaise. Daar heb ik geleerd hoe goor mensen met eten omgaan. Om elf uur ’s ochtends bestellen ze patat voor een kind van twee. Die patat blijft liggen, maar dan zijn intussen wel alle zakjes mayonaise eroverheen uitgeknepen. De servetjes zijn ín de koffiemokken geduwd, zodat de laatste restjes in het papier zijn getrokken. En dat moest ik uit elkaar pluizen: het afval en het voedsel scheiden van het bestek en het servies. Mijn collega’s noemden me Oekraïne, want ik was best mager en droeg mijn haar in een knot. Ik had totaal geen aansluiting. En soms beloofde de catering dat ik in een huisje mocht, bij de pinguïns, waar je ijsjes mocht verkopen. Dat was next level. Maar ik heb er nooit gestaan.”

Xena

“Onze show, mijn beste vriendin en ik keken die altijd. Eerst huiswerk maken, en dan ging om half vijf de televisie aan. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat Xena een grote lesbische fanschare had. Xena was een warlord. Vroeger was ze evil, beroofde ze allemaal dorpen. En nu wil ze het goede pad vinden. In de eerste aflevering wil Gabrielle, haar latere sidekick, met haar mee op haar paard. Xena twijfelt aanvankelijk. Maar Gabrielle wil echt weg uit dat dorp, en denkt: Xena is mijn way out. Dus dat is al the gayest thing, haha. De actrices hadden dat eerst niet zo door, maar toen er steeds meer lesbische kijkers kwamen, zijn de schrijvers erop in gaan spelen. Kijk maar eens op internet, dan kun je het niet meer níet zien: ze zoenen elkaar, slapen samen, zeggen steeds hoeveel ze van elkaar houden. Ik wist toen al dat ik lesbisch was, maar ik was daar niet open over. Ik was gewoon lekker Xena aan het kijken. Nu telt de gemiddelde Netflixserie minstens één lesbisch personage, maar wij hadden alleen Xena. Als in een highschoolserie vroeger iemand homo was, was het enige narratief: hij is gay en hij wil zelfmoord plegen. Dat is zó veranderd.”

Lockdown

“Mijn derde boek, Alles wat er was, uit 2013, gaat over negen mensen die vast komen te zitten in een schoolgebouw. Ik ben heel geïnteresseerd in groepsvorming en uitsluiting. Zo’n groep opgesloten mensen in één gebouw is natuurlijk een snelkookpan voor sociale processen. Vorig jaar deed het mensen denken aan de lockdown. De dialogen gingen ook zo: ‘Als straks alles weer mag, ga ik als eerste naar de Burger King,’ zegt iemand. Ze spraken over de oude en de nieuwe situatie, zoals politici het nu over het oude en het nieuwe normaal hebben. Op Instagram verschenen nu allemaal stories: ‘Wauw, mijn moeder zei: dit is net dat boek van Hanna Bervoets.’ Dat boek is nu aan een totale revival bezig.”

Boekenweekgeschenk

“Dat heb ik geschreven, Wat wij zagen. Toen ik eind 2019 werd gevraagd, was ik net met een roman bezig. Die ging zo, woep, het raam uit. Nou ja, op de stapel. Ik had al weken leeg­geruimd voor die roman, en toen kwam de eerste lockdown eroverheen, dus de eerste versie was al in de lente van 2020 klaar. Daarna heb ik nog wel de hele zomer aan details gepield. Toen de Boekenweek werd uitgesteld, baalde ik eerst: hier leefde ik al een jaar naartoe, en ik zat volop in de voorbereidingen. Maar in april voelde ik opeens: fijn dat ik nu nog iets heb om naar uit te kijken. Ik ben in die periode ook weer heel veel gaan schrijven. Dat heeft de verhalenbundel Een modern verlangen opgeleverd.”

Facebook

“Ik ben er bijna vanaf, ik zit alleen nog in wat groepen, of op het caviaforum. In Wat wij zagen valt nergens het woord Facebook, ik noem het daar beschreven socialemediabedrijf het Platform. Het boek gaat over contentmoderators, en de vraag: wie of wat bepaalt wat wij zien op internet? Als een gebruiker content aanvinkt die niet oké is, komt dat in een wachtlijst te staan van moderatoren die moeten bepalen of het echt niet door de beugel kan. Dat is hoe Facebook, Twitter, YouTube, Instagram werken, met ondoorgrondelijke regels die jij en ik lang niet altijd kennen. Volgens Facebook mag ja bijvoorbeeld wel een foto van een pistool plaatsen, maar niet om aan te zetten tot geweld, en ook niet om het te verkopen, maar wel om te vertellen dat je het hebt gekocht. Die richtlijnen zijn niet opgesteld vanuit een idee over wat ethisch of moreel juist is, maar vanuit de vraag: wat is goed voor Facebook? Dat heeft met de vrijheid van meningsuiting niks te maken, of je wel of niet iets mag plaatsen, maar alleen met het imago van grote techbedrijven.”

Pijn

“Eigenlijk heb ik altijd wel ergens een blessure. Ik heb een erfelijke aandoening, Ehlers-Danlos, type h, waardoor mijn bindweefsel een andere structuur heeft. Het bindweefsel in je pezen en banden houdt je gewrichten bij elkaar, en bij mij is dat weefsel te slap. Dat geeft spierpijn, zenuwpijn, alle soorten pijn, en alles wat er mis kan gaan, gaat mis. Ik mag blij zijn dat ik binnen een jaar de diagnose kreeg, want je kunt heel verschillende symptomen hebben – een ontsteking, een blauwe plek, een knie uit de kom –, en veel artsen kunnen dat niet rijmen. Patiënten kunnen dus jaren rondlopen met een waaier aan klachten. Dat kan traumatisch zijn. Ik vind het niet fijn om erover te praten, en vind het ook ongemakkelijk dat jij er nu naar vraagt, maar ik merk dat het voor de patiëntengemeenschap wel prettig is, want zo komt er meer bekendheid. Met mij gaat het heel goed, in zekere zin. Ik heb vaak pijn, maar ik werk en ik heb vrienden en ik heb een rijk leven. Er zijn ook patiënten met wie het veel slechter gaat. Ik wil niet dat mensen over hen denken dat ze zich aanstellen omdat het met mij goed gaat. Maar dat is de catch: alleen daardoor kan ik het gezicht van die aandoening zijn.”

Donor

“Mijn moeder wilde een kind, dus ze had sperma nodig. Toen heeft ze mijn vader gevraagd of hij de biologische vader wilde zijn. Zij heeft weleens het woord donor in de mond genomen, maar dat dekt de lading niet, mijn vader heeft mij mede opgevoed. Ik sliep eens in de week bij hem, eens in de twee weken sliep hij bij ons. Ach, elke vader is een donor, in zekere zin.”

Cavia’s

“Thelma en Blanche, we hebben er twee. Ik vind ze heel bijzonder, ze kunnen dingen. Kijk, konijnen – konijnenliefhebbers haten mij nu – zeggen niet zoveel, maar cavia’s hebben een enorme range aan geluiden. Ze praten de hele dag, een soort mompelen, na een tijdje weet je precies wat ze zeggen. Veel mensen weten niet dat cavia’s trucjes kunnen. Ze zijn net zo slim als ratten. We doen spelletjes met ze, en puzzels. Daar worden ze heel blij van. Als cavia’s enthousiast zijn, gaan ze popcornen. Dan vliegen ze als popcorn de lucht in en maken ze kleine sprongetjes. Heel schattig.”

Céline Dion

“Ja, Céline! Mijn tweede boek, Lieve Céline, gaat over een Celine Dionfan. Het hoofdpersonage is gebaseerd op een vrouw die ik tegenkwam tijdens een reportage over vipspotting: mensen die voor tv-studio’s gaan staan en zichzelf fotograferen met sterren. Een hobby, net als vliegtuigspotten. Terwijl we daar stonden vertelde die vrouw mij haar levensverhaal. Dat vormde de basis voor Lieve Céline, een boek over de troost van fandom. Na al mijn research vind ik Céline Dion nu zelf ook heel tof: ik ben naar een concert geweest, heb enorm veel respect voor haar vakvrouwschap. Maar ik kijk ook naar haar met mijn schrijversoog. Dat analyseert waarom zij mensen aanspreekt, maar weerhoudt me er niet van om ook oprecht van die muziek te genieten.”

Wasmachine

“Die heb ik niet. Ik heb een tijd in New York gewoond, en toen ging ik altijd naar de drop off laundry. Nu doe ik dat nog steeds. Ik ga maar heel weinig, want ik draag bijna nooit kleren – nu wel, maar dit interview is een uitje. Ik draag verder alleen joggingspul. Als vier van mijn vijf joggingpakken vies zijn, gaan ze in een grote zak naar de wasserette. Hoe ik dat met onderbroeken doe? Daar heb ik er gewoon heel veel van. Ik denk wel vijftig.”

Nikki Sterkenburg

“Volgens mij zijn wij met dezelfde dingen bezig, alleen vanuit een andere invalshoek. Wat ik interessant vind, is dat haar boek gaat over de beweegredenen van jonge rechtsradicalen, niet over het gevaar. Dat gevaar kennen we wel. Ze schreef eerder over een jihadist die zijn gemeenschap verlaat. Hoe kom je op dat punt, wanneer besluit je: ik geloof er niet meer in? Dat heb ik genoteerd voor een verhaalidee.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden