PlusExclusief

Handelaar Gideon Italiaander: ‘Als studenten hier één dag hebben gewerkt, bellen ze de volgende ochtend al af’

Gideon Italiaander. Beeld Erik Smits
Gideon Italiaander.Beeld Erik Smits

Gideon Italiaander was een ‘Zuid-jongetje’, maar paste daar niet. Nu heeft hij onder de naam Gideon een winkelketen door de hele stad. “Ik ben een koopman in ongeregelde handel.”

Robert Vuijsje

Toen Gideon Italiaander een paar weken geleden werd gebeld over een partij van tweeduizend Japanse theeglaasjes, vroeg hij meteen of ze een filmpje konden maken. In het kantoor van zijn winkel in de Havenstraat laat hij het zien op zijn telefoon. Hij vertelt hoe zijn hart begon te bonzen.

“Ik zag het direct: hele pallets met grootverpakkingen, meters achter elkaar. De prijs die ze vroegen was voor tweeduizend glaasjes, maar het waren er honderdduizenden. Ik heb gebeld dat ik alles zou opkopen en ben er de volgende dag heen gereden. Mensen die verkopen willen twee dingen: geld en ruimte, je moet de handel zo snel mogelijk bij ze komen weghalen.”

Dus nu staan zijn winkels vol theeglaasjes en Japanse beelden en serviezen. Niet alleen in de Havenstraat, ook de vijf andere vestigingen in Amsterdam en nog eentje in Zaandam. Het enige probleem bij zo’n grote partij: in de winkels moeten de pallets worden leeggehaald. De ene dag kunnen het er vijf zijn, de volgende dag zestig. Daar is de Nederlandse werknemer niet op ingesteld.

“Eigenlijk moet je geen Nederlanders in dienst nemen, zeker niet als ze jong zijn. Ze zijn lui, willen kletsen, op hun telefoon kijken – kopje koffie, sigaretje, kopje koffie, sigaretje – en willen daarna nog de baas vertellen hoe het beter moet. Ze vinden het te chaotisch en gaan mij uitleggen dat ik de handel gedoseerd binnen moet laten binnenkomen. Alleen werkt het niet zo, de handel komt zoals die komt.”

Wie moet je wel in dienst nemen?

“Aziaten, Zuid-Amerikanen, mensen uit Oost-Europa. Als ze maar niet hier zijn opgegroeid. We hebben een generatie Nederlanders die op hun 24ste van school komen en niet weten wat werken is. Ze weten niets en kunnen niets, maar ze denken dat ze alles weten en alles kunnen. Een bus lossen, dat kunnen ze niet, ze kunnen niet eens een doos optillen. Als studenten hier één dag hebben gewerkt voor hun vakantiebaantje, bellen ze de volgende ochtend al af.”

De winkels begonnen onder de naam Gideon Italiaander, maar inmiddels is de achternaam geschrapt. “Gideon, dat is simpeler. Geen misverstanden meer met klanten die denken dat we een Italiaanse winkel zijn. Het past ook bij me. De winkel, dat ben ik.”

Wat voor winkels zijn het, hoe noem je dit?

“Ik ben een koopman in ongeregelde handel. Wat ik in die winkels doe bestaat verder niet. Handel op ieder gebied, met een dagelijks wisselend assortiment. Ik ben een avontuurlijke koopman en de klanten zijn verslaafd aan mijn handel, daarom blijven ze komen. Ze willen het niet missen als ik iets bijzonders heb.”

“Dat kan van alles zijn. Meubels, kleding, kunst, speelgoed. En ze weten: als het bij mij ligt, is het met een prijs die lager is dan waarvoor het ooit is aangeboden. Het zijn spullen die ze niet altijd van tevoren wilden hebben, maar voor dit bedrag kunnen ze het niet laten liggen.”

Gideon Italiaander groeide op in de Lomanstraat, zijn ouders zaten allebei in het joodse maatschappelijke werk. De twee broers en de zus die voor hem kwamen, gingen naar het gymnasium. “Ik was een Zuid-jongetje, alleen paste ik daar niet. Op de Amsterdamse Montessorischool, aan de Apollolaan, en het Amsterdams Lyceum, daar had je toen een mavo-afdeling. Ik vond het vreselijk, ik kan nu nog steeds niet onder die poorten van het Amsterdams Lyceum doorlopen.”

Wat was er zo erg?

“Ik kon niet meekomen, alles aan school stond me tegen. Wat ik nu doe: daar moet je iets voor kunnen, maar ik paste niet in het systeem van wat op een school wordt verwacht. De leraren waren dezelfde als van mijn oudere broers en zus, die begrepen niet waarom ik het niet kon.

“In die tijd hoefde je nog geen miljonair te zijn om in de Lomanstraat te wonen, mijn ouders kochten het huis voor 60.000 gulden. Ik liep in de kleren van mijn oudere broers, maar zat wel op rijkeluisscholen, waar merkkleding belangrijk was. En dan kon ik ook nog niet meekomen. Bloedonzeker, ik voelde me heel klein. Op de mavo kwam ik tussen een ander publiek, het ging er grover en ruwer aan toe dan ik gewend was tussen de Amsterdam-Zuidkindjes.”

Je klasgenoten kwamen uit andere delen van de stad?

“Ik denk het, ik heb het ze niet gevraagd. Ik ken niemand meer van school. In de winkel krijg ik nu drie keer per dag mensen die zeggen dat ze bij me in de klas heb gezeten. Ik herken ze nooit.”

Willen ze dan korting?

“Ik denk het.”

Na de mavo was de boodschap van zijn ouders: als je niet wilt leren, moet je werken. Onder meer als vakkenvuller in de Edah, nu Jumbo genaamd, in de Hendrik Jacobszstraat, om de hoek van de Lomanstraat. Daar tegenover zit Metamorfose, een winkel in tweedehandsboeken, platen en cd’s. “Op maandag stond die man op de Noordermarkt. Ik ging mee om het busje uit te pakken en de handel neer te leggen. Dat was het werk waar hij me voor betaalde, daarna had ik naar huis kunnen gaan, maar ik bleef er de hele dag bij. Ik kreeg er energie van, en op die markt wist ik: dit is wat ik wil gaan doen. Het was de beste manier om te leren hoe het níet moet. Miljoenen klanten op die markt, maar hij verkocht bijna niets.”

Zei je daar iets over tegen hem?

“Hij stond niet zo open voor kritiek. Ik denk dat hij het prima vond, hij wilde lekker plaatjes kunnen draaien en boeken lezen in zijn winkel.”

Hoe begon je?

“Van mijn ouders leende ik geld om een busje te kopen. Laat ik het maar een Marokkanenbusje noemen, een ouderwetse rode Mercedes. Mijn ouders zakten door de grond, die schaamden zich diep. Ik ging op de markt staan, het was een schande, een afgang.”

Denk je dat de klanten weten dat je joods bent?

“Dat denk ik wel. Ik heb een gigantische neus en een opvallend joods beroep als koopman. Natuurlijk worden er grappen gemaakt – over een slimme jood, gericht op geld verdienen. Als dat op een leuke, Amsterdamse manier gebeurt, vind ik het prima. Joden zijn vaak overgevoelig. In inboedels die ik opkoop, kom ik regelmatig Mein Kampf tegen, meestal in joodse huizen. Dat boek verkoop ik gewoon.”

“In Europa zijn zo weinig joden overgebleven dat je ze niet meer kunt haten. Daar is nu iets nieuws op bedacht: Israëlhaat, tegen een land dat niet in Europa ligt. Maar ik merk het niet in de zaak. Gideon is een bijbelse naam, in de winkels in Zuidoost vinden ze dat mooi. Op zondag komen ze binnen in van die prachtige Afrikaanse gewaden. Eerst gaan ze naar de kerk, dan naar Gideon.”

Je bent begonnen in de Havenstraat, toch?

“Hier is het nog net zoals toen ik op markt stond: alles wat binnenkomt zetten we door elkaar. Alleen komt een mooi antiek stuk niet tot z’n recht tussen die andere rommel. Daarom is de winkel in de Beethovenstraat erbij gekomen. Mooiere handel, voor iets hogere prijzen, passend bij die buurt. Maar er bleef ook goedkopere handel binnenkomen waarvoor ik geen plaats had op de Havenstraat. Toen nam ik een winkel erbij in Oost, op de Zeeburgerstraat, bij de Dappermarkt. Daar willen de klanten veel voor weinig.”

“Vervolgens opende ik mijn lievelingswinkel, op het Bijlmerplein. De klanten kwamen dansend binnen: jij maakt het voor arme mensen mogelijk om dure spullen te kopen. In de Bijlmer is de sfeer totaal anders dan in Oost, veel minder grimmig. Daarom heb ik er nog een winkel geopend, op Reigersbos. En de laatste is in Noord, op de Distelweg. Veel jonge klanten die vintage kleding en meubels willen kopen. Maar ook de oude garde uit Noord, de winkel ligt vlakbij de markt op het Mosplein.”

Hoeveel winkels wil je?

“Zeven is al te veel. Ik moest er steeds winkels bij nemen omdat het aanbod zo groot was dat het niet paste. Dat wil ik helemaal niet. Het zijn zeven teams, zeven winkels waar ik iedere dag langs moet. En dan opent zaterdag de achtste winkel op het Leidseplein. De telefoon gaat de hele dag. Over nieuwe handel, plus beslissingen die ik moet nemen over het spul dat we al hebben gekocht en in de winkels gaan leggen. Het tempo moet hoog liggen. Er komt zoveel handel bij dat de winkels snel weer leeg moeten. Daarom zijn we zo agressief geprijsd.”

CV
Gideon Italiaander (Amsterdam, 1979) is eigenaar van winkelketen Gideon, met één vestiging in Zaandam en zes in Amsterdam. De zevende opent deze week op het Leidseplein.

Serie

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 30. Lees hier alle afleveringen terug.

De stad van... Gideon Italiaander

Echt Amsterdams
“Ik loop bijna alles – heerlijk door het Vondelpark naar mijn werk. De hele dag ben ik buiten, eten doe ik ook nooit thuis, ik ben altijd op straat. Geen enkele ambitie om ooit in een andere stad te wonen.”

Accent
“Aan mij kun je niet horen dat ik uit Amsterdam kom.”

Partner
“Ik ben single, maar mijn partners waren nooit in Amsterdam geboren. Ik val op Aziatische vrouwen, Thais en Indonesisch.”

Huur of koop
“Koop. Eerst in de Paardenstraat, maar ik kwam iedere dag langs een pand op de hoek van de Van Baerlestraat en de Vossiusstraat, daar wilde ik wonen. Zodra er een appartement op Funda kwam, heb ik het gekocht.”

Import
“Amsterdammers doen altijd denigrerend over iedereen die hier niet is geboren, maar het is gewoon een wereldstad en daar horen mensen van buiten bij. Voor de Amsterdammers wordt het onbetaalbaar. Dat is heel jammer, alleen is er niets aan te doen.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden