PlusReportage

Hamid, al 30 jaar steunpilaar in de Transvaalbuurt: ‘Er is veel armoede’

De Transvaalbuurt verandert in rap tempo van ruige volksbuurt naar een lattemacchiatowijkje. Dat wil niet zeggen dat het alle bewoners voor de wind gaat. Voor jongeren met problemen is er Hamid, hij is al tientallen jaren een steunpilaar in de wijk.

Straathoekwerker Hamid in gesprek met jongeren. Beeld Susanne Stange
Straathoekwerker Hamid in gesprek met jongeren.Beeld Susanne Stange

“Een half miljoen?” straathoekwerker Hamid Lkataui kijkt met grote ogen als hij de vraagprijs hoort voor de woning van 63 vierkante meter die in de Pretoriusstraat te koop staat. “Wie kan dat nou betalen?”

De woning, die onder bod is, ligt twee deuren naast het kantoor van PerMens, de organisatie waar de 57-jarige Hamid zijn cliënten ontvangt. De gentrificatie heeft de straat duidelijk niet onberoerd gelaten. “Daar zat vroeger café De Zon,” zegt hij, terwijl hij naar een hippe Spaghetteria wijst. “Dat was een echte ouderwetse buurtkroeg.” Dat het café is verdwenen, vindt hij niet jammer. “Zo gaan die dingen. De buurt gaat erop vooruit.”

Dertig jaar. Zo lang werkt Hamid nu al in de Transvaalbuurt. In 1990 was het een van junks vergeven achterbuurt. “Op het talud langs het spoor bij de Tugelaweg bouwden ze hele tentenkampen in de bosjes.” Daarna werd het een Vogelaarwijk en inmiddels is het een buurt waar voor een tweekamerappartement met droge ogen een half miljoen wordt gevraagd.

60 voedselpakketten

“Salaam Hamid!” roept de imam van de El Fathmoskee. In het kader van de ramadan werkt de organisatie van Hamid samen met Dynamo Jongeren en de moskee. “We bezorgen elke vrijdag zestig voedselpakketten in de buurt. Daar zitten dingen in als soep, thee en dadels.”

Dat er voedselpakketten worden uitgedeeld, verraadt dat nog lang niet iedereen in de buurt over een inkomen beschikt om de huidige huizenmarkt te kunnen bestormen. “Er is veel armoede. Er wonen hier veel grote gezinnen in kleine huizen; families die aan het eind van hun geld nog heel wat maand over hebben,” vertelt Hamid.

Corona heeft de Transvaalbuurt hard geraakt. Thuis werken, zoals Den Haag verordonneerde, vereist een werkende internetverbinding. Dat kunnen niet alle gezinnen betalen. En als ze het zich al kunnen veroorloven, dan beschikken sommige families niet over de benodigde laptops. Hamid regelde er een aantal voor gezinnen die ze nodig hadden.

En dan was er nog de avondklok. De invoering daarvan zorgde in Amsterdam-Oost voor rellen. “Ik heb tegen de jongens uit de buurt gezegd: ‘Je mag demonstreren maar rellen kan niet.’ Veel jeugd gaat ’s avonds de straat op en dat kon even niet. Maar dat is geen reden om je te misdragen.”

Foute dingen gedaan

Hij wordt begroet door een jongen uit de wijk. “Hij heeft foute dingen gedaan,” zegt Hamid later. “Problemen met justitie. Ik heb hem geholpen aan een baan en nu gaat het veel beter met hem.” Wanneer hij de vader van de jongen tegenkomt, wordt hij opgewekt begroet.

Een andere jongen die Hamid begroet, reageert een beetje boos op de fotograaf. “Geen foto!” zegt hij bits. Hamid verontschuldigt zich even later. “Hij heeft geen vast woonadres. Dat is nogal zwaar voor hem.”

De doelgroep bestaat uit dit soort jongeren. Ze hebben problemen met geldzaken, huisvesting, justitie of verslaving. Hamid probeert ze te helpen.

Op het Krugerplein staat hij even stil bij de twee jeu-de-boulesbanen die zijn aangelegd. Het plein is nog altijd een geliefde hangplek onder jongeren. In november vorig jaar werd hier Amanuel ‘Maantje’ Sambo doodgeschoten. Hij was bij de herdenkingsdienst een paar dagen na de fatale schietpartij. “Het grijpt jongeren erg aan als zoiets gebeurt. Ik probeer er met ze over te praten. Ik wil ze duidelijk maken dat een leven zonder geweld en criminaliteit het beste is.”

Bioloog worden

Eigenlijk had hij bioloog willen worden. Hamid studeerde eind jaren 80 af aan de universiteit van Oujda in Marokko. Daarna vertrok hij naar Nederland. Omdat hij de taal nog niet machtig was, kon hij geen kant uit met zijn academische diploma. Daarop besloot hij het welzijnswerk in te gaan. Spijt heeft hij niet. “Het is een heel mooie baan.”

In het Tugelahuis langs het spoor zitten jongeren samen te kaarten. Ook jongerenwerker Fadoua speelt mee. De tafels zijn gedekt. Iedereen wacht op de Iftarmaaltijd die, als de zon onder is, zal plaatsvinden. Buiten rijden scootertjes af en aan. Opgeschoten jongens praten op opgewonden toon met elkaar. Als het te lawaaiig is ,grijpt de ambulante jongerenwerker Hicham in. “Kan het wat zachter, jongens?”

Hamid kijkt er glimlachend naar. In de afgelopen dertig jaar heeft hij er heel wat voorbij zien komen. Ook zijn er gevallen waarbij alle hulp toch niet mocht baten. Soms worden jongens opgepakt en moeten ze de gevangenis in. “Daarna ga ik het gewoon weer opnieuw met ze proberen. Ik ga niet opgeven. Wie hulp wil, krijgt hulp.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden