AHA

Grietjes woonwagen moet op de schop: ‘Dit is mijn tempel’

Haar gezondheid laat te wensen over, maar Grietje Bouw is vastbesloten oud te worden in haar woonwagen. Er moet een hoop aan gebeuren, wil ze er kunnen blijven. Een begin: 500 euro.

Grietje Bouw heeft een aneurysma van 4,5 centimeter in haar hoofd. ‘Ik ben een wandelende tijdbom.’ Beeld Eva Plevier
Grietje Bouw heeft een aneurysma van 4,5 centimeter in haar hoofd. ‘Ik ben een wandelende tijdbom.’Beeld Eva Plevier

Grietje Bouw (54) wijst naar het plafond en begint over de immense lekkage van een tijdje geleden. “Overal stonden emmers om het water op te vangen. Op een gegeven moment heb ik van die kinderbadjes opgeblazen want er was geen houden aan.” Het water heeft zijn sporen achtergelaten, het houten gestel is op plekken scheef getrokken. De schuifpui aan de voorzijde kan niet meer open, de vloer is ongelijk en op sommige plekken is de waterschade nog te zien. “Met hulp van mijn vader hebben we er destijds een nieuw dak op kunnen zetten. Anders had ik allang moeten vertrekken.”

Vooroordelen

Bouw is een geboren en getogen woonwagen­bewoonster. Haar wieg stond in een klassieke wagen op wielen, ‘een echte pipowagen’, die door paarden werd getrokken. “We reisden van plek naar plek, als een echte ‘rolleman’, maar op een gegeven moment werd dat bij de wet verboden en kwamen we hier in Amstelveen te staan.” (Zie kader.)

Het woonwagenkamp aan de Poel was er zonder Bouws vader niet geweest. Hij streed voor een vaste plek, ging bij de gemeente langs, maakte gebruik van zijn inspreekrecht. “We kraakten het parkeerterrein van het zwembad omdat we geen kant op konden, en uiteindelijk werd besloten dat we hier permanent mochten blijven, mede dankzij mijn pa. Van hem heb ik mijn doorzettingsvermogen.”

Als ‘meisje van het kamp’ kreeg Bouw met een hoop vooroordelen en stigma’s te maken. Het buitenleven met de andere woonwagenbewoners op het landje was verrukkelijk, vertelt ze, maar school was een ander verhaal. “Het leren ging me niet goed af en daarbovenop hadden de leraren de pik op me.” Ze verliet school op haar 13de. Vijf jaar later trouwde ze met haar eerste man, een ‘burger’, en betrok met hem een eigen wagen. Ze kregen twee kinderen, maar het ­huwelijk hield geen stand.

Met haar tweede man probeerde ze een eigen bedrijf te starten, maar dat ging niet van een ­leien dakje. “Ik zat tot die tijd thuis met de kids, dat is ook een beetje de woonwagencultuur: man gaat uit werken, vrouw blijft thuis. Maar ik wilde zelfstandig zijn, mijn eigen geld verdienen. Alleen wie neemt je aan als je nauwelijks kan schrijven of rekenen?”

Schuldsanering

Met een hoop doorzettingsvermogen en overtuigingskracht wist ze een baantje bij de Lidl te krijgen. “Binnen de kortste keren mocht ik achter de kassa. Het heeft me een hoop zweet en tranen gekost, want met cijfers ben ik niet zo goed, maar ik had een grote drang mezelf te bewijzen, dus zette ik door.” Ondertussen liep het bedrijf van haar man niet, stapelden de schulden zich op en toen ook dit huwelijk op een scheiding afstevende, bleef Bouw met een fikse schuldenlast achter. “Het was tegenslag na ­tegenslag, een zware periode brak aan.”

Bouw moest de schuldsanering in, wat doorgaans drie jaar bikkelen betekent, maar door fouten van de gemeente en de bewindvoering heeft ze 11 jaar lang van 30 euro per week moeten leven. Door haar laaggeletterdheid had ze geen zicht op wat werd besloten. “Die jaren hebben me alles gekost wat me lief was. De gebruikelijke drie jaar zijn zwaar maar vanaf dag één tel je af. In mijn geval kwam er telkens meer bij. Uit onvermogen en verdriet greep ik naar de drank.”

Aneurysma

Ze werd depressief, deed twee zelfmoordpogingen en zocht hulp. Met medicatie leek het beter te gaan, totdat ze een herseninfarct kreeg. Artsen ontdekten een aneurysma van 4,8 centimeter in haar hersenen. “Ik ben een wandelende tijdbom.” Werken zit er niet meer in, tot Bouws grote verdriet. “Het zorgde voor structuur en afleiding. Twee dingen waar ik veel baat bij heb.”

Het afgelopen decennium had Bouw niet te kracht noch het geld om haar woonwagen op te knappen. Het tocht vreselijk, ze is maandelijks 300 euro aan stookkosten kwijt. Ze wil hier niet weg, maar er zal iets moeten gebeuren wil Bouw haar wagen niet verliezen. “Dit is mijn tempel, de plek die me overeind houdt. Het betekent alles voor me.”

De rolleman

In het Bargoens, de ‘dieventaal’ van weleer, wordt een woonwagen een rolleman genoemd. Met het verbod op rondtrekken luidde de Nederlandse wet in 1968 het einde in van het ‘scheffen met de rolleman’, het zwerven met de woonwagen. Het onderscheid tussen de ‘reizigers’ (kampers die rondtrekken) en ‘plakkers’ (kampers die permanent op een kamp verbleven) verdween daarmee. Maar het streven van woonwagenbewoners naar autonomie en onafhankelijkheid bleef, al werd het mobiele bestaan aan banden gelegd. Wat ook nooit is veranderd, is de benaming van de rest van de samenleving, die bestaat nog altijd uit ‘burgers’ of ‘boeren’.

Jessi Nabuurs Beeld Eva Plevier
Jessi NabuursBeeld Eva Plevier

De wens van vorige week

‘Een bakfiets is heerlijk, ik kan niet meer zonder’

Vorige week wenste Helen Tesfay Rezen een bakfiets. Jessi Nabuurs doneert, met nog een aantal lezers.

De Eritrese Helen Tesfay Rezen (29) moest op 24-jarige leeftijd haar vaderland verlaten toen bleek dat haar echtgenoot was gedeserteerd uit het leger. Rezen had geen weet van zijn plannen, en heeft sindsdien geen contact met hem gehad, maar moest vanwege haar eigen veiligheid vluchten en haar dochtertje bij haar ouders achterlaten.

Na vele omzwervingen belandde ze in Nederland, kreeg ze een verblijfs­vergunning en kreeg ze een kleine studio in Oost toegewezen.

Die deelt ze met haar tweeling van 11 maanden. Het is krap, 18 vierkante meter, maar Rezen is inmiddels verknocht aan de stad. Ze heeft in korte tijd vrienden gemaakt, leert Nederlands en wil na haar inburgeringscursus een horecaopleiding volgen. Ze doet momenteel alles lopend, wat veel tijd kost. Een bakfiets zou een uitkomst zijn, ook om haar jongens het Amsterdamse Bos te laten zien.

Als moeder van de vijfjarige tweeling Valèrie en Matteo weet Jessi Nabuurs (48) hoe ingewikkeld de logistiek is van een doordeweekse dag met twee kleine kinderen. “Nu kunnen haar zoontjes nog in de kinderwagen, maar zodra ze iets groter zijn, is het vervoer an sich een grote opgave, zeker in je eentje.” Zelf heeft Nabuurs, directeur Leren en Ontwikkelen bij een sociale organisatie, ook een bakfiets. Ze kan niet meer zonder. “Zo’n bakfiets is heerlijk, spullen erin en hop de stad in.”

Met de hulp van nog een aantal Paroollezers rijdt Rezen straks rond op een solide fiets met de nodige accessoires.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden