PlusGeschiedenis

Gouden handel: sijsjes voor de zang én voor in de pan

Koopman Michiel Bonvie stond in 1885 voor de rechter: hij zou beschermde zangvogels hebben verkocht. Kneuen, sijsjes en merels waren gouden handel, maar er kwamen steeds meer regels om de dieren te behoeden voor een noodlottig bestaan.

Carel Fabritius: Het puttertje (1654). Puttertjes of distelvinken waren lang populair als kooivogel.Beeld HET MAURITSHUIS

Amsterdammers hielden van oudsher zangvogels. Inheemse zangertjes werden ‘voor de kooi’ gevangen op vinkenbanen, meestal in de duinstreek, en verhandeld. De gewone vink het meest, maar ook de zingende kneu en sijs. Nachtegalen, paapjes, spreeuwen, merels, lijsters en leeuweriken waren eveneens veelgevraagd om hun zang. Kauwtjes, raven, eksters en gaaien konden leren praten. Zeelui namen exotische vogels mee, van kanaries tot papegaaien.

De kweek en de verkoop van al die vogels viel officieel onder het Hoender- en Vogel­verkopersgilde, maar dat hield zich vooral bezig met eetbaar pluimvee voor de pot. De verkoop van zangvogels was in handen van reizende vogelhandelaren, die zich aan de gilderegels onttrokken. Op 24 december 1729 zette ene Matthys Hyl in de krant dat hij in Amsterdam was aangekomen met een ‘volle frisse Kraeg extra Bonte Kanarie Voogels, mooy van pluym, en buyten gewoon van zang’. Hij was te vinden in herberg De Witte Oliphant in de Nes, een adres waar in de 18de eeuw talloze vogel­handelaren verbleven. Niet toevallig, in de buurt waren twee vogelmarkten.

Honden en apen

Zangvogels waren dus handel. Lokale timmerlui specialiseerden zich zelfs in de bouw van broedplaatsen en kooien (‘vluchten’), zoals Dirk Writs op de Keizersgracht, die reclame maakte voor vluchten ‘zo mooy datze in de stad nergens zo gemaakt nog verkogt worden’. Meester-timmerman Nicolaas van Olden leverde zijn kooien van gevlochten draadramen en glazen ramen, desgewenst inclusief kanaries.

De handel in zang- en siervogels kreeg in de 19de eeuw vastere vorm. Reizende handelaren vestigden zich in de stad. Adriaan van Mansum, in de Utrechtsestraat hoek Keizersgracht, adverteerde in 1880 met Saksische kanaries die ‘de Water-, Belrol- en Nachtegaalslag zingen, zoowel bij Avond als bij Dag’. Later handelde hij ook in parkieten, kaketoes en papegaaien. En in 1883 zat in de winkel een ‘Blauwe Papegaai’, die het lied Dat scheiden valt niet zwaar kon fluiten.

In de Openhartsteeg bij de Reguliersbreestraat zat in diezelfde tijd de winkel van Michiel Bonvie. Stamvader en vogelhandelaar Frans Xavier Bonvie (1798-1883) was omstreeks 1855 van Keulen naar Amsterdam verhuisd. Zoon Michiel (Michael) (1852-1915) stond samen met zijn vrouw Elisabeth Geesthuijsen met een vogelkraam op de Nieuwmarkt en handelde later in de Bloedstraat in honden en apen.

Verboden handel en heling

In 1885 nam een brigadier van de Rijksveldwacht op de Nieuwmarkt achttien vogels van Bonvie in beslag, omdat ze beschermde soorten zouden zijn. Hij schreef een procesverbaal uit en nam de dieren mee in een papieren zak, bij aankomst op bureau Prinsengracht waren al acht vogels gestikt. De zaak kwam voor de rechter. Bonvie ontkende dat hij verboden vogels verkocht. De brigadier hield ‘op ambtseed’ vast aan zijn proces-verbaal. De in beslag genomen vogels waren op de zitting niet beschikbaar, maar Bonvie had zich goed voorbereid en een kooi meegebracht met vogels van de drie soorten die bij hem in beslag waren genomen. De politieman wist er slechts één te identificeren. Bonvie werd vrijgesproken.

Maar de suggestie dat Bonvie niet helemaal bonafide was, bleef hem aankleven. In 1886 viel de politie tot driemaal toe zijn winkel in de Bloedstraat binnen, op zoek naar gestolen honden. In een ingezonden brief naar Het Nieuws van den Dag beklaagde hij zich dat hij als ‘gevestigd koopman’ werd belasterd door lui die nog geen vrouwtjeskanarie van een mannetje konden onderscheiden.

Tien jaar later, in november 1897, werd Bonvie opnieuw beschuldigd van heling, nu van de gestolen mastiff van ingenieur Frans Anderheggen. Bonvie verklaarde dat hij de hond van een zekere Willem van Doorn in Hoorn had gekocht. Anderheggen liet uitzoeken of er in Hoorn een Van Doorn woonde. Niet, dus.

Nu noemde Bonvie ‘een zekere De Graaf’ als verkoper, ook daar kwam hij op terug. Wel kon hij met de kwitantie voor de aankoop in de hand aanvoeren dat hij de hond eerlijk gekocht had. Juridisch was hier niets tegen te doen: Anderheggen stond machteloos.

In 1903 portretteerde De Telegraaf Michiel Bonvie op de markt op het Amstelveld, ‘in den zoölogischen hoek’, met zijn kooien met ‘vinken, sijsjes, koddenaars en geelgorsen’.

Zijn zoon Frans (1873-1944) was in zijn voet­sporen gestapt en samen dreven ze een handel in rashonden, vogels en vogelkooien, vanaf 1905 als Bonvie & Zoon op de Oudezijds Achterburgwal. Frans zette de winkel nog tot in de jaren dertig voort. In 1935 adverteerde hij als ‘het oudste adres in Nederland’ met een collectie Congo roodstaartpapegaaien. In de Amsterdamse dierenhandel is de naam Bonvie daarna verdwenen. 

Koen Kleijn is hoofdredacteur van Ons Amsterdam, dat in het aprilnummer een uitgebreide versie van dit artikel publiceert.

Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels

Het vangen van nachtegalen, was al vanaf 1852 niet meer toegestaan. En eind 19de eeuw kwamen vogelliefhebbers in het geweer tegen de mode om hoeden en kleding te versieren met kleurrijke veren en opgezette vogels. De Bond ter bestrijding eener gruwelmode en de Bond ter bestrijding van den Vogelmoord werden opgericht, die in 1899 hun krachten bundelden in de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels. Met succes: de Vogelwet uit 1912, destijds uniek voor Europa, beschermde bijna alle inheemse vogelsoorten. In 1914 volgde een verbod op de netvangst van zang­vogels voor consumptie. Het met vergunning vangen van kooivogels bleef toegestaan. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden