Plus

Gezondheidskloof ook in Amsterdam gegroeid door pandemie

Gezondheidsverschillen tussen Amsterdammers met en zonder migratieachtergrond zijn door de pandemie verder vergroot. Als de overheid de omvang van het virus geringer had kunnen houden, was de tweedeling kleiner gebleven, denken onderzoekers Maria Prins en Karien Stronks.

null Beeld ANP
Beeld ANP

“Het is heel frustrerend, want je wist dat het ging gebeuren,” zegt onderzoeker en hoogleraar Maria Prins (GGD Amsterdam, Amsterdam UMC) over de hogere sterfte en zwaardere ziektelast onder Nederlanders met een migratieachtergrond. De cijfers van het eerste Nederlandse onderzoek naar de pandemie en etniciteit zijn ontnuchterend.

Het sterftecijfer van Nederlanders met migratieachtergrond lag tijdens de eerste coronagolf anderhalve keer hoger dan onder Nederlanders zonder. In Amsterdam belandden mensen met een migratieachtergrond tijdens de tweede coronagolf vier maal vaker met covid in het ziekenhuis. De infectiegraad lag tussen november 2020 en maart 2021 twee tot vier maal hoger.

Geen verrassing

Ook voor hoogleraar Karien Stronks (Amsterdam UMC) waren de grote verschillen tijdens de pandemie geen verrassing. Voor haar onderzoek naar gezondheidsverschillen onder Amsterdammers volgt ze de Turkse, Marokkaanse, Ghanese en andere bevolkingsgroepen al jaren.

Ook dat leverde kille cijfers op. In Noord, waar meer mensen met een migratieachtergrond wonen dan in Zuid, was de gemiddelde levensverwachting voor de pandemie bijvoorbeeld 78 jaar. In Zuid is dat 85 jaar.

“De gezondheidsverschillen die al voor de pandemie bestonden, verklaren deels de verschillen tijdens de pandemie,” zegt Stronks. Wie bijvoorbeeld weet dat de helft van de Turkse ouderen in de stad kampt met ernstig overgewicht, kan op z’n vingers natellen dat zij na een coronabesmetting vaker in het ziekenhuis komen dan ‘Nederlandse’ Amsterdammers, van wie ‘slechts’ 18 procent ernstig overgewicht heeft. Marokkaanse ouderen hebben daarentegen vaker suikerziekte (53 procent) dan hun Turkse (35 procent) en Nederlandse (16 procent) leeftijdsgenoten.

Maar er zijn meer verklaringen voor de grote verschillen: kleinere behuizing, minder goede Nederlandse taalbeheersing of de grotere betekenis van religieuze bijeenkomsten, die een grote kans op besmetting geven. Wat ook bijdroeg: het grotere taboe op het openbaar maken van een besmetting binnen sommige bevolkingsgroepen en het slechtere begrip van het doel van de coronamaatregelen.

“Het verschil in opleidingsniveau zal eveneens hebben bijdragen,” zegt Stronks, “maar dat is voor deze studie niet apart berekend. Bij eerdere, vergelijkbare studies houdt opleidingsniveau verband met ongeveer de helft van de gevonden verschillen.”

Krappe bewoning

De vele, diverse oorzaken zorgden ervoor dat het zo moeilijk was om de voorziene gezondheidsverschillen te voorkomen. “Bovendien kun je niet alles op de korte termijn veranderen,” zegt Prins. Een relatief arm Marokkaans gezin van twee ouders en vijf kinderen, bijvoorbeeld, zal een sociale huurwoning van 70 vierkante meter in Nieuw-West niet zomaar kunnen inruilen voor een ruimere woning. Een schoonmaker wordt niet ineens een goedbetaalde data-analist, die thuis kan werken en zo een veel kleinere kans loopt op een besmetting.

Tijdens de eerste lockdown waren de verschillen nog relatief klein, zegt Prins. Maar toen de strenge maatregelen werden afgeschaald, gingen sociaal-economische factoren een grotere rol spelen, waarna de verschillen verder toenamen.

Prins en Stronks kunnen het niet met cijfers onderbouwen, maar ze denken dat een lage virustransmissie, zoals in Noorwegen of Denemarken, had gezorgd voor kleinere verschillen. Immers: hoe hoger de virustransmissie, hoe harder het vliegwiel het onderscheid vergroot tussen mensen met en zonder migratie-achtergrond.

Gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen bestaan al lang, zegt hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot (Universiteit Maastricht). Niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld. “In internationaal opzicht zijn de gezondheidsverschillen in Nederland relatief klein. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn ze groter, in Scandinavië kleiner.”

Lang gewacht op resultaten etniciteitsonderzoek

Studies uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gingen Nederland voor met de conclusie dat etniciteit een grote rol speelt bij de ernst van Covid-19. Dat zo’n onderzoek hier tamelijk lang op zich liet wachten, komt omdat de verschillende bevolkingsgroepen vaak niet voorkomen in onderzoeken of registraties, zegt Prins. Ziekenhuizen noteren doorgaans geen geboorteland, bijvoorbeeld. In de RIVM-studie naar het Nederlandse coronagedrag zijn Nederlanders met Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Ghanese en Antilliaanse achtergrond niet of nauwelijks vertegenwoordigd.

Onderzoek waarbij migratieachtergrond een rol speelt, is vanwege de kans op stigmatisering beladen. Het is echter de enige manier om gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen gedegen in kaart te brengen, zegt Stronks. “Zonder data weet je niets en kun je de grote verschillen niet opheffen. Dat zeggen we ook tegen mensen die zich vanwege hun achtergrond gediscrimineerd voelen.”

Of gezondheidsverschillen tussen etnische bevolkingsgroepen ooit volledig verdwijnen? Prins en Stronks denken van niet. “Met gericht beleid kunnen ze wel veel kleiner worden.” Met hun studie roepen ze daartoe op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden