Plus Achtergrond

Gezinshuis is er voor kinderen in nood: ‘Ze snakken naar liefde’

Er is een groot tekort aan pleegouders, maar dat geldt ook voor de professionele ‘opvoedouders’ in gezinshuizen. Mariejo Hermans en haar man Henk van Soest bestieren een gezinshuis voor pubers. 

Mariejo Hermans en Henk van Soest: ‘Aan ­tafel eten is voor de meesten ongekend. Maar we vormen hier een gezin en samen eten vinden wij belangrijk.’ Beeld Dingena Mol

De vijftienjarige Rayan zit aan de eettafel in de woonkamer van het ‘gezinshuis’ in Oost. Het spelletje op zijn telefoon neemt hem volledig in beslag. Na een tijdje legt hij zijn mobiel weg en wil hij wel vertellen waarom hij hier woont. “Mijn relatie met mijn ouders is ronduit slecht. Mijn vader kwam en ging wanneer het hem uitkwam. Mijn moeder werkte altijd tegen. Ik kookte voor mijn zusjes en broertje als zij weg was. De conflicten werden zo groot dat ik meerdere nachten bij vrienden sliep of op straat verbleef,” zegt Rayan.

Hij is een van de vier pubers in dit zogeheten KAO-huis (Kortdurende Acute Opvang) van jeugdhulporganisatie Spirit in Amsterdam, voor jongeren die in acute nood verkeren. ­Amsterdam telt drie huizen voor crisisopvang. Jongeren krijgen er onderdak en de verzorging die zij nodig hebben in het dagelijks leven. Daarna gaan ze terug naar huis, naar pleegouders of – bij complexe problemen – naar een gezinshuis voor langdurig verblijf. Pleegzorg Nederland maakte vorige week bekend dat er een dringend tekort is aan pleegouders in Nederland, maar ook aan opvoed­ouders voor de gezins­huizen.

Waslijst aan regels

Rayan woont inmiddels tien weken in het KAO-huis. “Ik ben hier veel leuker en minder stressvol dan bij mijn ouders thuis,” zegt Rayan. “Ik heb ook minder last van mijn ADHD en mijn migraine is helemaal verdwenen.”

Op een bord aan de wand staan de namen van de kinderen die er wonen met erachter waar ze op welk moment uithangen: op school, bij hun bijbaantje of cursus. Ook hangt er een waslijst aan regels – bedtijden tussen acht en tien uur, in het weekend uiterlijk rond het middaguur aan­gekleed en gedoucht zijn en alleen dan mogen de pubers chips en frisdrank. Rayan vindt die ­regels wel fijn. “Als je je eraan houdt, kan er niets misgaan.”

Een van de regels betreft het avondeten: klokslag half zeven aan tafel en telefoon uit. “Aan ­tafel eten is voor de meesten ongekend. Maar we vormen hier een gezin en samen eten vinden wij belangrijk,” zegt Mariejo Hermans (58).

Met haar man Henk van Soest (59) woont en werkt ze sinds bijna drie jaar in het ­gezinshuis. Het herenhuis heeft een grote knusse woonkamer en suite met twee zitjes. Aan de muur hangen portretten die Hermans van een tiental bewoners heeft geschilderd. Op de eerste etage zijn vier slaapkamers en een badkamer voor de kinderen. Hermans en Van Soest slapen op de tweede etage. Daar staat ook een ‘noodbed’ voor een jongere ‘in crisis’, die acuut opvang ­nodig heeft, en er is nog een slaapkamer voor de mensen die het gezinshuis in het weekend bestieren. Op zolder is het atelier van Hermans, die een ­opleiding aan de kunstacademie volgt. Voor de ezel staat een stoel waarin al tientallen jongeren hebben geposeerd.

Schilderij van Mariejo Hermans Beeld Mariejo Hermans

Vertroetelen

Het echtpaar heeft inmiddels een kleine honderd kinderen tussen 12 en 18 jaar opgevangen. 45 van hen bleven er voor langere tijd, 55 sliepen in het noodbed. De kinderen komen vaak uit eenoudergezinnen, zijn dikwijls emotioneel en fysiek verwaarloosd, leefden in armoede, hebben huiselijk geweld meegemaakt of zijn seksueel misbruikt. “Ze komen via jeugdhulporganisaties bij Spirit binnen. Wij zijn een soort bed, bad en brood,” zegt Hermans. “Wij vertroetelen ze en laten zien dat ze er mogen zijn. Ze hoeven niet voor hun broertjes of zusjes te zorgen en eten te koken omdat moeder afwezig is. Hun bed is opgemaakt en hun was wordt ­gedaan.”

Van Soest vult aan: “Hier mogen ze na alle stress thuis even achteroverleunen. Wij bieden ze rust en veiligheid.”

Hermans was 25 jaar docent Nederlands op het voormalige Nova College, thans Mundus College in West. Van Soest runde een herenmodezaak in Limburg. Drie jaar geleden besloten ze te solliciteren op deze baan. “We wilden graag iets betekenen voor anderen. We houden beiden van ­pubers. Ik wil hen graag het gevoel geven dat ­alles goed komt,” zegt Van Soest.

“We zaten vol idealen, kochten een kookboek van de wereldkeuken, maar de een lustte geen tomaten, de ander at alleen vlees en een derde was veganistisch. We hebben intussen cursussen gevolgd over omgaan met agressie, hechtingsproblematiek en getraumatiseerde kinderen en vooral geleerd flexibel te zijn,” zegt Hermans.

Van Soest staat in de keuken en heeft zalm, aardappelpuree, worteltjes en spinazie gekookt. Half zeven stipt schept Hermans het eten op de borden. Kenza (15), die nu drie maanden in dit gezin woont, vertelt dat ze vroeger veel op straat hing, met verkeerde vrienden omging en diefstallen pleegde. “Ik ging een jaar niet naar school, kwam laat thuis en was heel negatief. Ik was een heel ander persoon. Mijn vader heeft toen de kinderbescherming gebeld. Hij kon het niet meer aan. Ik heb hier wel moeten wennen, het is zo rustig.”

Beeld Dingena Mol

Molotovcocktai

Alison (16) en Shady (17) wonen er sinds een paar weken. Alison: “Hier moet je echt rekening met elkaar houden. Thuis was ik altijd alleen.

Er was niemand die zei ‘doe dit’ of ‘doe dat’.” Shady: “Voor alles toestemming vragen, daar ben ik niet goed in.”

De pubers mogen maximaal drie maanden bij Hermans en Van Soest wonen. Door het ­tekort aan vervolgplekken in gezinshuizen voor langdurig verblijf, wonen sommige kinderen wel een jaar in het KAO-huis. Hermans: “Voor jongere kinderen wordt sneller een plek gevonden. Er zijn niet veel mensen die een blowende zestienjarige in huis willen.”

Het echtpaar, dat zelf volwassen kinderen heeft, windt er geen doekjes om waar zij de afgelopen jaren mee te maken kreeg: scheldkanonnades, diefstallen, nachtelijke uitstapjes, een molotovcocktail en een lachgastank. Maar, ­benadrukt Hermans, de opvang van deze ­pubers is zo hard nodig. “De meeste kinderen willen niet in een gezinshuis wonen, maar intussen snakken ze naar aandacht en liefde. Ze zijn grappig en aandoenlijk. En je krijgt er hele mooie momenten voor terug.”

Van Soest: “Soms komen de kinderen later ­terug om te vertellen hoe goed het inmiddels met ze gaat. Ze bieden ook weleens hun excuses aan voor hun wangedrag van destijds.”

Hermans: “Een van de kinderen lag maandenlang op de bank en stond ineens op om een tosti voor me te maken. Ineens krijg je dan een beetje liefde terug in de vorm van een tosti. Daar kan toch niets tegenop?” “Dat is een wereldtosti,” zegt Van Soest. “Je plant een zaadje en ziet zo’n kind groeien. Daar doen we het voor.”

De namen van de jongeren zijn gefingeerd.

De portretten die Mariejo Hermans van de jongeren heeft geschilderd worden vanaf 25 november ­geëxposeerd in restaurant De Pits Keuken, ­IJsbaanpad 9.

Beeld Mariejo Hermans

Tekort aan pleeg- en opvoedouders

In Nederland waren in 2018 937 gezinshuizen, waar gemiddeld 3 tot 6 kinderen verblijven. De huizen zijn in beheer van jeugdhulporganisaties. Kinderen die niet thuis kunnen wonen, komen terecht bij pleeggezinnen of – als het om complexe problemen gaat – bij een gezinshuis. Professionele ‘opvoed­ouders’ zorgen voor de kinderen, met hulp van een zorgteam. Een gezinshuis moet zo veel mogelijk lijken op een normaal huishouden.

De laatste jaren is het aantal gezinshuizen in Nederland hard gegroeid: van 389 in 2011 naar 937 in 2018. Ook het aantal kinderen dat geplaatst wordt, is gestegen: van 1362 in 2011 naar 3113 in 2018. In Noord-Holland staat 11 procent van deze huizen. Spirit, de grootste pleegzorgaanbieder in Amsterdam, heeft dringend behoefte aan pleeg- en opvoedouders voor gezinshuizen. In Amsterdam staan 30 kinderen op de wachtlijst voor een gezinshuis. 100 kinderen wachten op een plek bij pleegouders.

Beeld Mariejo Hermans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden