Plus Achtergrond

Getuigenis: kindermisbruik in ‘zwemclubs’ in de jaren vijftig

Het AMVJ-zwembad, waar kinderen volgens Gantzert naakt moesten zwemmen terwijl de volwassenen toekeken. Dit zwembad is, net als het Heiligeweg­bad, in de jaren tachtig opgeheven. Beeld Kransberg, Doriann

Een geheime ‘zwemclub’ van de Amsterdamse culturele elite misbruikte in de jaren vijftig kinderen in het AMVJ-bad en Heiligewegbad, aldus George Gantzert, een van de slachtoffers. ‘Laat dit een oproep zijn voor anderen die dit hebben meegemaakt.’

George Gantzert, een knul van de Amsterdamse Ceintuurbaan, is twaalf jaar oud als hij wordt uitgenodigd een keer gratis te komen zwemmen in het AMVJ-zwembad in de Vondelstraat, vlak bij het Leidseplein. De uitnodiging komt van een man, fotograaf van beroep, die hij op het Waterlooplein heeft ontmoet. George, die het thuis niet rijk heeft, houdt wel van een zwempartijtje en stemt toe. Met zijn zwembroek onder zijn arm vertrekt hij die avond midden jaren vijftig naar het zwembad, een kleine tien minuten fietsen van zijn huis.

Het is kort na sluitingstijd, en op enkele badjuffrouwen na stil en leeg in het zwembad. Als George zich bij de fotograaf meldt, krijgt hij te horen dat zijn zwembroek in de kleedkamer mag blijven.

Het bad is deze avond gereserveerd door een gezelschap van zo’n vijftien tot twintig volwassen mannen en vrouwen. Ze zitten op stoelen in een hoek van het bad. Er is drank en er is eten, ook voor de kinderen. De volwassenen zijn in afwachting van een speciale ‘zwemles’ voor kinderen van twaalf en dertien jaar oud.

George is niet het enige kind. Hij ziet tussen ongeveer tien andere kinderen zijn buurmeisje Carla uit de Hemonystraat staan. Zij is, net als de andere kinderen, poedelnaakt. Ze vertelt hem dat het niet de eerste keer is dat zij bij de ‘zwemclub’ komt.

De kinderen krijgen deze avond zwemles van de fotograaf, voor de gelegenheid ‘zwemleraar’. Ook hij heeft geen zwembroek aan. Terwijl de volwassenen aan de kant toekijken, leren de kinderen duiken en watertrappelen. Daarna mogen ze vrij rondzwemmen.

Een van de mannen aan de kant duikt na een tijdje ook het water in. Hij haalt er plezier uit kinderen onverwachts onder water te duwen. De man heeft het vooral gemunt op George. Hij duwt hem zover onder dat George bijna stikt.

Als de zwemles na ongeveer twintig minuten voorbij is, ziet George dat verschillende kinderen met volwassenen meegaan naar de verkleedhokjes of het berghok waar kurken zwemvesten hangen. “Straks gaan de grote mensen spelletjes met ons doen,” fluistert zijn buurmeisje Carla hem toe.

‘Nieuweling’ George is die avond ook besteld. Samen met een andere jongen brengt de fotograaf hem naar de stookruimte in het gebouw. Daar zit een oudere man al op hen te wachten.

Vanaf midden jaren vijftig staan daar zware machines van de Amsterdamse firma Schatens om het souterrain droog te stoken. De jongens krijgen de opdracht kolen in de machines te scheppen en zichzelf onder het kolenstof te gooien terwijl de man toekijkt. Na enige tijd moeten de bezwete knullen op de schoot van de man plaatsnemen en seksuele handelingen bij zichzelf verrichten. De man betast de jongens en besnuffelt hun oksels.

De kinderen vinden aan het eind van de avond een rijksdaalder tussen hun kleding. Van de jongen die ook in de stookruimte was, hoort hij na afloop dat de man een Amsterdamse museumdirecteur is.

George Gantzert bij zijn huis in de Pyreneeën, waar hij met zijn vrouw woont. Beeld Hanneloes Pen

Verboden foto’s

De zwemavond staat uitgebreid beschreven in Gantzerts boek Verboden foto’s. Het boek verscheen in 2010 onder het pseudoniem Helmut van de Berg. ‘Een Amsterdamse roman’ staat op het boek, maar met fictie heeft het weinig te maken. Het boek, benadrukt Gantzert, is geen roman, zoals hij destijds schreef. “Het is 100 procent autobiografisch. Ik noemde het toen een roman. Dat was mijn manier om afstand te nemen,” zegt Gantzert.

De voormalig leraar geschiedenis leeft al bijna veertig jaar een zeer teruggetrokken bestaan in de Pyreneeën, samen met zijn vrouw Sarah. Het is de enige manier om zijn verleden enigszins te hanteren, zegt hij. In 2005 besloot hij zijn memoires op papier te zetten. Geen uitgever wilde het boek publiceren. Gantzert besloot het in eigen beheer uit te geven. Het boek ligt in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam, in het magazijn. Voor in het boek staat een Amsterdams gedicht van Guus Luijters: ‘Langs de huizen fietst een kind/ het is een kind dat nog zo laat door de zomerstraten gaat/ waar geen vader zich laat zien/ en geen moeder bovendien/ alleen de schaduw van de maan.’

Gantzert is geboren in Amsterdam in 1944. Geld was er thuis niet, wel dikke schulden. Hij was als kind vaak op straat te vinden in De Pijp. “Ik ben liefdeloos opgevoed. Ik was een straatschoffie.” Zijn vader was de grote afwezige in het gezin en bemoeide zich niet met George. Zijn moeder was een ‘moffenhoer’, zo deelde zijn omgeving hem mede. Of dat waar is, weet hij niet. Eén ding weet hij wel: “Mijn ouders lieten me als kind behoorlijk in de steek.”

In de tuin onder de groene eiken van zijn Catalaanse woning in de Franse Pyreneeën, vertelt hij zijn levensverhaal. Erover praten valt hem zwaar, maar hij wil het toch vertellen, nu ook andere verhalen over misbruik van kinderen en jongeren uitkomen.

Als 11-jarige was George vaak te vinden onder de galerij van het in 1929 grotendeels afgebrande Paleis voor Volksvlijt, waar later De Nederlandsche Bank verrees, bij het Frederiksplein. Een vriendje had hem meegenomen naar deze buurt en vertelde hem hoe hij er gemakkelijk geld kon verdienen. “Thuis was het bepaald niet prettig, waardoor ik vaak op straat zwierf. Zakgeld kreeg ik nooit. Ik vond het wel fijn om geld te hebben. En het was wel spannend.”

In de avonden kwam hij in een andere wereld ­terecht. Al snel ging hij in op voorstellen van mannen om met hen mee te gaan. Zoals wel meer minderjarige jongens dat deden in en rond De Pijp. “We hadden thuis geld nodig. Als ik het geld aan mijn moeder gaf, vertelde ik dat ik dat met een klusje had verdiend. Maar ze moet geweten hebben hoe ik eraan kwam. Er kwam later zelfs een keer een klant bij ons thuis.”

Geheime, verborgen wereld

Of de fotograaf hem heeft zien rondscharrelen onder de galerij, weet hij niet. De man sprak hem aan op het Waterlooplein, toen George op zoek was naar spullen om zelf foto’s te ontwikkelen. “Het ging allemaal heel snel. Hij wilde graag foto’s van me maken en bracht me in contact met andere jongens die voor hem werkten.”

Al gauw nodigde de fotograaf Gantzert uit voor de ‘zwemclub’. Hij zwom ruim een jaar – van zijn twaalfde tot dertiende – bij de ‘clubavond’ in het AMVJ-bad. Hij heeft er zo’n acht keer gezwommen, schat hij. De zwemavonden waar hij in 1956 en 1957 bij was, verliepen steeds volgens hetzelfde patroon. Gantzert: “Na het zwemmen gingen we mee naar de kleedhokjes om seksuele handelingen te verrichten. Er waren ook mannen die in de douchehokjes gingen zitten en vroegen of ik over ze heen wilde plassen.”

Na een klein jaar werden de zwemavonden in het Heiligewegbad gehouden. “Ze vertelden dat we moesten uitwijken omdat er een ongeluk was geweest met een badjuffrouw van het AMVJ-bad. De vrouw was dood aangetroffen in een Amsterdamse gracht,” zegt Gantzert. Wat er precies was gebeurd, werd hem niet verteld.

Hij had al snel door dat de zwembadclub uit een heel ander, chiquer publiek bestond dan de mannen die hem op straat oppikten. “Het was niet het pisbakgebeuren dat ik kende als 11-jarige. Daar zat niet het gewone milieu, maar mensen met veel geld. Keurig getrouwde mensen uit hogere kringen. Ze vormden een geheime, verborgen wereld. Ze keken naar ons op een manier die voor de wet verboden is. Het was decadentie ten top.”

‘Kring van de burgemeester’

Een vrouw was de aanjager van deze avondjes. Gantzert was behoorlijk bang voor haar, evenals de andere kinderen. “Ze was heel streng en onaan­genaam en ze had een bazige uitstraling. Haar wil was wet. Zij bepaalde wat er gebeurde. Ik moest ook een keer met haar mee en vond dat heel naar. Ik was zo bang en dacht: als ik niet doe wat zij zegt, zit ik zo in het kindertehuis. Want daar werd in mijn leven vaak mee ­gedreigd. Zelfs de fotograaf was bang voor haar.” Later hoorde hij dat zij tot de intieme kring van de burgemeester behoorde.

Hij beschrijft hoe zij ook betrokken was bij een voorstelling met halfnaakte jongens en meisjes in een grachtenpand. In het hoofdstuk Antiek Theater vertelt Gantzert dat hij samen met twee Griekse jongens, een Nederlands meisje en een Nederlandse jongen een klassiek theaterstuk en een reidans moest opvoeren. “Ik moest van de fotograaf meespelen in dat theaterstuk en figureren als faun met een staart. We waren helemaal bloot en bedekten onszelf met takken en bladeren. Het publiek, zo’n 20 tot 25 mensen, zat in een grote kamer met een vleugel erin. De burgemeester zat ook tussen het publiek. Mijn leraar Latijn van het Nicolaaslyceum gaf er een lezing bij.”

In de periode van de zwemavonden maakte de fotograaf ook naaktfoto’s van George. “Dat deed hij heel handig. Hij pakte het aan alsof het allemaal heel natuurlijk was. Ik ging langzaam over mijn grenzen heen. De foto’s kwamen in seksblaadjes terecht.”

Na ruim een jaar wilde Gantzert niet langer naar de zwembadclub. “Ik vond het vreselijk dat die man me steeds onder water duwde. De fotograaf zei: ‘Je moet gewoon van tevoren lucht happen en proestend boven komen.’ Ik was op een gegeven moment ook ouder dan de andere kinderen. Na dat jaar ben ik er niet meer geweest.”

Uiteindelijk belandde Gantzert via de fotograaf in een jongensbordeel aan de Sarphatistraat waar klanten van naam en faam kwamen. “Tot en met mijn zeventiende ging ik bijna dagelijks na school naar dat bordeel toe. Helmut werd ik er genoemd.”

Hij had via dit bordeel ook vele malen een rendez-vous buiten de deur met mannen uit de hogere stand. Een van zijn afspraken, schrijft hij in zijn boek, betrof een ‘chique, beetje excentrieke man met aan zijn hand een opvallende ring met een wapen’. De man gaf hem af en toe entreekaarten voor het Concertgebouw.

Gantzert: “Ik stopte op mijn achttiende met het werk; tot dan leidde ik een dubbelleven. Niemand mocht iets weten. De fotograaf en de bordeelhoudster zeiden dat ik naar een opvoedingsgesticht zou gaan als ik uit de school klapte. ‘Jij verleidt namelijk brave huisvaders,’ werd er gezegd. Ik moest mijn mond houden.”

Hoe de fotograaf en de bordeelhoudster heetten, weet hij niet. “Ik sprak de fotograaf aan met meneer en u,” zegt Gantzert. Van een groot aantal leden van de elite bij het zwembad en zijn klanten van het bordeel kent hij wél de namen. Het waren vooral mensen uit de Amsterdamse kunstenwereld, zegt hij. Behalve de fotograaf en museumdirecteur betrof het een onderdirecteur van het museum en zijn vrouw, een medewerker van het Holland Festival, een jonkheer uit een bekend Amsterdams adellijk geslacht, een vertaler en een procuratiehouder van een bank (zie kader). In zijn boek heeft hij niet hun echte namen opgeschreven, maar gebruikt hij pseudoniemen.

Stadhouderskade 7-9 De douchehokjes in het zwembad, waar na het zwemmen het misbruik zou hebben plaatsgevonden. Beeld Kransberg, Doriann

De Kring

Een aantal mensen die Gantzert noemt, onder wie de fotograaf, was lid van kunstenaarssociëteit De Kring, waar de leden in de jaren vijftig een losbandige tijd van seksuele ongeremdheid beleefden. De spanning van de oorlog was voorbij, de vrijheid werd genoten. Het zat er vol mensen die getekend waren door het leven. Verzetsmensen gooiden er hun juk af. Het was een plek met de reputatie dat er gezopen, gevochten en gevoosd werd, zo staat in het boek van Annemieke Hendriks In intieme kring. Vooral halverwege de jaren vijftig was de sfeer er broeierig en uitgelaten. Bij een van de vele bal masqués was het thema: Van strip tot striptease. Homo’s ­waren niet welkom. Het was een hetero-versiertent, zo is te lezen. Wie homo was, kon daar ­beter niet al te expliciet over zijn.

“Veel van de mensen met wie ik via de fotograaf in contact kwam, hadden in het verzet geze­ten,” zegt Gantzert. “De fotograaf vertelde dat hij in de oorlog vervalste persoonsbewijzen maakte. Over hem had een uitgebreid artikel in Het Parool gestaan, vertelde hij.”

In een Parooleditie uit begin jaren vijftig staat een interview met een fotograaf die over zijn verzetsdaden vertelt. Als Gantzert dit artikel – met een portret van de fotograaf erbij – ziet, herkent hij de man meteen. “Mijn maag draait om. Ik herken hem aan de uitdrukking van zijn gezicht en de manier waarop hij de camera vasthoudt. En zijn manier van kijken.”

Ook een foto uit het archief van de fotograaf, dat voor een deel bij het fotoarchief van het Maria Austria Instituut in Amsterdam ligt, is voor Gantzert een schok der herkenning. “De fotograaf zelf, de manier waarop hij de sigaret in zijn mondhoek houdt, en zijn atelier herken ik, evenals de tegelwand en de rieten stoelen. De jongen naast hem op de foto ken ik ook. Hij was het hulpje van de fotograaf en was er kind aan huis. Ik werd zijn opvolger.”

Mensen uit de grachtengordel

Dat er zogenoemde zwemavonden in het AMVJ-bad en Heiligewegbad waren, waar kinderen van twaalf en dertien jaar naakt moesten zwemmen halverwege jaren vijftig, bevestigen twee nabestaanden van Carla Dam, het buurmeisje van George uit de Hemonystraat. Haar toenmalige echtgenoot en haar zoon Jorne hebben de verhalen zelf van haar gehoord. Toenmalige echtgenoot Wim: “Toen we tijdens onze verkering in de jaren zeventig door de Heiligeweg liepen, begon Carla erover. Ze vertelde dat ze er naakt moest zwemmen en dat allerlei mannen haar toen betastten. Ze zei dat het zeer voorname mensen waren, mensen uit de grachtengordel, van wie je dit nooit verwachtte. Ze wilde er nooit meer zwemmen.”

Ook zoon Jorne heeft over de zwemclub gehoord. “Ze heeft me in mijn jeugd verteld dat zij naakt voor volwassenen moest zwemmen. Ze vond dat heel vervelend, maar er werd tegen haar gezegd dat het de normaalste zaak van de wereld was. Er zaten mensen met veel geld toe te kijken. Ze heeft ook weleens de naam George laten vallen.” Het boek Verboden foto’s van Gantzert is hen niet bekend. Carla Dam (1944) is in 2000 overleden.

Jorne vertelt dat hij van zijn moeder weet dat ze een heel ongelukkige jeugd heeft gehad, getekend door seksueel misbruik. Jorne weet ook te vertellen dat een fotograaf foto’s van haar maakte voor ‘blaadjes’ en dat Carla, net als George Gantzert, op jonge leeftijd in de prostitutie terechtkwam. Een leven lang vocht ze tegen psychiatrische problemen.

Jorne: “Ik ken weinig mensen die zo ongelukkig waren. Mijn moeder was constant depressief, ze slikte medicijnen en had altijd de gordijnen dicht. Ze was altijd bang dat ik seksueel zou worden misbruikt. Ze zei vaak dat ik nooit met de badmeester mee moest gaan.” Carla heeft diverse malen gedreigd zelfmoord te plegen. Uiteindelijk deed ze dat ook. In een briefje dat ze naliet aan Jorne schreef ze: ‘Ik kon het niet meer aan. Je weet waarom ik het gedaan heb.’

De gedachten om zelfmoord te plegen, speelden ook vaak door het hoofd van Gantzert. “Ik heb heel depressieve gevoelens gekend. Ik heb gedacht: waar hangt het touw? Vanaf mijn dertigste dacht ik aan zelfmoord. Ik had woede-uitbarstingen en zocht hulp bij psychologen en psychiaters. Maar ik had geen trek om mijn tijd te herbeleven. Ik stond dat verdriet niet toe.”

Gantzert stapte op zijn achttiende uit de prostitutiewereld. Na vijf jaar militaire dienst besloot hij geschiedenis te gaan studeren. Van 1970 tot 1978 werkte hij als leraar geschiedenis, ver buiten de stad. Na acht jaar liep het mis. Zijn huwelijk strandde. Hij kon het leven niet meer aan. “Ik metselde mijn verleden in. Ik had een soort kluis. Ik merkte dat ik op een andere manier naar mensen keek. Ik geloofde mensen niet snel. Voelde me een einzelgänger. Ik had daarbij een vertekend beeld van de seksualiteit.”

Gantzert besloot rond 1980, met zijn tweede vrouw Sarah, te verhuizen naar een plek in de Pyreneeën, ver weg van de bewoonde wereld. “Ik zocht het isolement en vluchtte weg van de samenleving en voor mijn verleden. Ik voelde me thuis in de natuur. De natuur tilt me op uit het verleden.”

Na dertig jaar in de Pyreneeën besloot het echtpaar, dat inmiddels tegen de zeventig liep, in 2010 alsnog terug te keren naar Amsterdam. Dat duurde slechts vijf jaar. Daarna werd het hem opnieuw te veel. “In Amsterdam kwam het drama weer boven. ’s Nachts kampte ik met angsten en nachtmerries. Ik merkte dat ik bepaalde straten en buurten meed. Ik wilde niet meer door de Sarphatistraat met de tram. Ik voelde daar hoe ik in mijn jeugd een seksueel object was geweest. Amsterdam kwam hard binnen.”

Dat kwam ook door een ontmoeting in 2012 met een van de mensen die vanaf de zwembad­rand hadden toegekeken. Gantzert volgde bij ­deze vrouw een cursus boekbinden.

Zij bleek een intieme vriendin van de aanjaagster van de zwemclub te zijn geweest.

“Zij herinnerde zich de zwembadavonden. Ze was er zelf bij geweest en vond het een prachtige tijd. Haar idee was dat de jongens en meisjes zich kostelijk amuseerden en behalve royaal zakgeld ook allerlei gezonde lekkernijen kregen aangeboden.”

Deze vrouw is inmiddels overleden.

Terug naar de Pyreneeën

Een psychiater raadde Gantzert ten slotte aan terug te keren naar de Pyreneeën, waar het leven dragelijker voor hem is. In 2015 ging het echtpaar terug. Met zijn vrouw verdiept hij zich nu in het zenboeddhisme. Hij mediteert regelmatig.

“Ik ben mijn hele leven bezig geweest te ontkennen wat ik heb meegemaakt. Onder het motto: ze krijgen mij niet klein. Maar ik moet mijn verleden gewoon accepteren. Ik wil niet verbitterd zijn en steeds denken aan wat die rotzakken me hebben aangedaan. Dat is een verspilling van je leven. Het was mijn lot. Het boeddhisme helpt me daarbij. Het gaat nu beter met me.”

De gesprekken over de zwemavonden en het bordeel brengen de pijnlijke herinneringen terug. “Die steen in het middenrif zit er nog. Als ik die foto’s zie van de fotograaf herinner ik me weer hoe hij me naar een arts in het Binnengasthuis bracht voor controles. Ik word er misselijk van. Maar ik denk ook: ik leef tenminste nog. Bij mij is het niet tot zelfmoord gekomen.”

Van de wereld van de zwembadavonden is weinig naar buiten gekomen. Aan het boek Verboden foto’s is na publicatie geen aandacht besteed. Hoewel het hem zwaar valt, wil hij dit interview graag geven en het verhaal naar buiten brengen. “Net als jaren terug de r.-k. kerk de pedofiele praktijken moest erkennen, is het nu tijd dit verhaal te delen. De meeste daders zullen dood zijn, maar misschien kan dit interview een oproep zijn aan andere slachtoffers om naar voren te stappen.”

Gantzert noemt de zwemclub een ‘verborgen wereld’. Bij het zwembad kwamen mensen die vastzaten in een bepaalde moraal, zegt hij. “Enerzijds waren het stakkers in een strak keurslijf die het af en toe nodig hadden om te ontspannen. Ze zaten in een kooi en waren seksueel gefrustreerd.”

Maar het was ook een ­wereld zoals in de film Eyes Wide Shut van Stanley Kubrick over de decadentie van de nouveau ­riche uit New York. “Een geheim genootschap dat deelneemt aan gemaskerde orgiën. Ze voelden zich verheven boven de norm.”

George was ‘een straatschoffie’ uit De Pijp. Beeld prive
Georges buurmeisje, Carla, die ook bij de zwemavonden was. Beeld prive

Onderzoek

Het Parool sprak uitgebreid met George Gantzert, die zijn verhaal opschreef in zijn boek Verboden foto’s. De man en zoon van ‘buurmeisje’ Carla Dam hebben het verhaal over de zwemclub bevestigd. In het medisch dossier van Dam, verstrekt door haar zoon Jorne, wordt in psychische rapporten uitgebreid stilgestaan bij haar traumatische jeugd, die gepaard ging met seksueel misbruik. Ze zocht vele malen hulp bij psychiatrische instel­lingen.

Daarnaast is bronnenonderzoek verricht naar onder meer de archieven van de zwembaden, de woonadressen en achtergronden van betrokkenen.

Ook is literatuur geraadpleegd over De Kring en De Koepel, een elitair genootschap van kort na de oorlog, waar sommige leden van de zwemclub lid van waren. Van de bijeenkomsten in het zwembad zijn geen foto’s gevonden.

De namen achter de pseudoniemen in het boek zijn bij de ­redactie bekend. Het Parool vraagt mensen die het verhaal herkennen, mogelijk als slachtoffer of getuige, contact op te nemen met Hanneloes Pen, h.pen@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden