Gershwin Bonevacia.

PlusDe Klapstoel

Gershwin Bonevacia: ‘Ik vind Amsterdammers soms een beetje koud, internationaal gericht en arrogant’

Gershwin Bonevacia.Beeld Marc Driessen

Gershwin Bonevacia (1992) is stadsdichter van Amsterdam. Hij debuteerde in 2017 met de dichtbundel Ik heb een fiets gekocht. Komende week verschijnt zijn tweede boek: Toen ik klein was, was ik niet bang.

Vera Spaans

Rotterdam

“Ik heb me in Amsterdam nog heel lang een Rotterdammer gevoeld. Ik vind Amsterdammers soms een beetje koud, internationaal gericht en arrogant. Rotterdammers zijn net wat toegankelijker. Pas sinds ik hier stadsdichter ben geworden, voel ik me Amsterdammer. Sindsdien merk ik ook dat ik me in Rotterdam Amsterdams gedraag: dan moet alles snel en hup, geregeld.”

“Ik groeide op in een gebroken gezin in Rotterdam-Zuid. We hadden het niet breed: mijn broertje en ik konden vaak niet mee op schoolreisje en waar andere kinderen Princekoeken meekregen, waren dat bij ons droge crackers. Maar er was wel veel liefde.”

Sparta

“De mooiste club van Rotterdam. Ik heb er jaren in de jeugd gevoetbald, tot mijn vijftiende. Toen was er een rechtsback van een paar jaar jonger die veel beter was dan ik en zeiden ze: ‘Gershwin, we gaan door met hem.’ Ik had dat wel aan zien komen, ik zat op de bank terwijl hij speelde. Hij is uiteindelijk ook een heel goede profvoetballer geworden, Jetro Willems. Ik ben het voetballen niet verder gaan najagen. Mijn broertje Nagiër is wel prof geworden, hij speelt nu in België. Concurrentie? Ik was altijd beter. Hij is een beetje houterig, een beetje een Jaap Stam, ik ben sierlijker. Een tegen een speel ik hem er nog steeds uit.”

Curaçao

“Mijn roots, de cultuur waar ik me heel sterk mee identificeer. Ik heb er gewoond van mijn tweede tot mijn tiende, met mijn moeder in het huis van mijn oma. Mijn vader bleef in Nederland studeren. Opgroeien in het huis van mijn oma, met al mijn neefjes en nichtjes op de veranda van haar huis, dat zijn de fijnste herinneringen.”

Astronaut

“Dat wilde ik altijd worden. Fascinerend vond ik het. Je moest er dapper en slim voor zijn en lef hebben – dat is wat ik wilde gaan doen. Ik heb er nog best lang aan vastgehouden, tot ik op mijn veertiende, vijftiende erachter kwam dat ik niet slim genoeg was. Ik deed vmbo-basis, je moest vwo hebben. Ik kreeg geen wiskunde B of biologie, het was gewoon niet realistisch. Ik keek documentaires op YouTube over kinderen die astronaut wilden worden. Dat waren allemaal nerds.”

“Ik was dyslectisch, maar dat zagen ze pas op de middelbare school. Dus ik stroomde heel laag in: ze dachten dat ik een taalachterstand had, omdat ik van Curaçao kwam. Heel kut. Ik weet nog dat ik de Citotoets niet mocht doen, omdat mijn leesniveau te laag was. Ze wilden me naar het praktijkonderwijs sturen, maar mijn vader zei: dat kan toch niet, deze jongen is heel intelligent. Uiteindelijk mocht ik naar vmbo-basis.”

“Ik heb erg aan mezelf getwijfeld. Gedacht: ik doe niet goed genoeg mijn best. Pas toen de diagnose kwam, voelde het niet meer als falen.”

Stadsdichter

“Ik dacht dat iemand een grap met me uithaalde, het verzoek om stadsdichter te worden was ook in mijn spambox terechtgekomen. Ik was nog heel jong, 25, rebels, stond helemaal niet in die traditie. Ik was wel heel aanwezig in Amsterdam, droeg voor bij evenementen, maar ik zag en zie mezelf helemaal niet als een gearriveerde dichter. Ik vond het ook eigenlijk niet zo interessant. Wel een eer.”

“Ik schrijf stadsgedichten, die verschijnen in Het Parool, en ik schrijf in opdracht voor Amsterdamse organisaties. Ik ben nu bezig met een gedicht voor Ajax, voor Artis en voor het Rijksmuseum. Ik heb mezelf getraind om in opdracht te werken. Dus als een bank me vraagt over de hypotheekrenteaftrek te schrijven, ga ik op zoek naar de poëtische elementen in dat thema. Waar kan ik schoonheid vinden? Wat is de essentie? Hypotheekrenteaftrek, bijvoorbeeld, gaat uiteindelijk over veiligheid kunnen garanderen voor je gezin.”

Popster

“Kanye! Oh, noemde iemand mij zo? Nou, als je naar mijn agenda kijkt, klopt dat wel. Ik ben schrijver en kunstenaar en opereer vanuit een poëtische basis in veel disciplines. Ik schrijf theatervoorstellingen, opera’s, geef les, maak voorstellingen, kan presenteren. Ik was een kunstenaar die het moest hebben van de voordracht, maar inmiddels is het fiftyfifty en zie je ook vaak werk van mij zonder dat ik aanwezig ben. Spoken word bestaat al meer dan twintig jaar, maar was altijd een beetje underground. Nu zie je dat spokenwordartiesten veel meer ruimte claimen. Ze staan ook op literaire festivals. Daar blazen ze iedereen omver.”

“Spoken word is in de Nederlandse context snel multicultureel geworden. Dat is het literaire landschap overigens niet. Daar ben ik altijd de uitzondering, altijd bijzonder. Daar is het nog steeds: goh, wat kun je goed praten.”

Amanda Gorman

“Een Amerikaanse spokenwordartiest die heel bekend is geworden door haar optreden bij de inauguratie van Joe Biden. Ik vind het fascinerend wat zij doet, en hoop dat wij in Nederland ooit ook op zo’n voetstuk geplaatst kunnen worden. Ik heb haar kinderboek vertaald: Change sings, Zo klinkt verandering, over hoe je voor verandering kunt zorgen als je genoeg geluid maakt. De discussie over de vertaling van ­Gormans inauguratiegedicht kwam veel later. De uitgeverij keek toen: wie is hot en hoe kunnen we de meeste bundels verkopen en kwam zo bij Marieke Lucas Rijneveld uit. Een goede vertaler kan ongeacht de inhoud een tekst vertalen, ik zeg ook niet dat de klus per se naar een zwarte vrouw moest gaan. Het ging om de vraag wie de context het beste zou kunnen vangen. Op die kwaliteiten was Rijneveld niet uitgekozen, de uitgeverij vroeg haar omdat ze hot is. Het was gewoon geilheid. En daar zijn ze op afgerekend – en terecht.”

Fiets

“Dan denk ik meteen aan iets wat mijn moeder ooit zei. Rotterdam had niet echt een fietscultuur. Toen ik in Amsterdam woonde, had ik een fiets gekocht. Ik had haar een keer aan de telefoon toen er veel lawaai om me heen was. ‘Sorry, ik zit op de fiets,’ zei ik. ‘Wat de fuck doe jij op de fiets?’ vroeg mijn moeder. Ik zei: ‘Ik ga op de fiets naar school.’ Daar begreep ze niets van. Het is uiteindelijk de titel geworden van mijn eerste bundel, Ik heb een fiets gekocht, over leven tussen verschillende werelden.”

Neukpiet

“Een graphic novel waaraan ik heb meegewerkt. De mensen die het hebben geschreven, hadden het verhaal eigenlijk gepitcht voor een film, maar het filmfonds durfde het niet aan. Toen werd het een graphic novel met vijf verschillende tekenaars. Mijn gedicht liep er als rode draad doorheen. Het is een verhaal voor mij, als zwarte man. Heel urban, met straattaal, tegen institutioneel racisme, woke. Het heeft heel goede recensies gekregen, dus nu gaat het alsnog een film worden.”

Poule des doods

“Een groep dichters die aan eenzame uitvaarten meewerken. Dat gedicht schrijf je op basis van een dossier. Zo’n dossier ontvangen is een heel bijzonder moment. Soms blijkt dat die mensen nog best veel vrienden hadden, alleen geen familie die de begrafenis op zich wil nemen. Een man die al veertig jaar in de Spuistraat woonde, is me het meest bijgebleven. Hij was al ver voor de stroom uit Suriname gekomen. Hier had ie geen kinderen, geen vrouw, hij leefde erg teruggetrokken. Ze wilden hem heel graag uit het pand hebben, maar die woning was zijn enige houvast. Toen zijn ze een operatie begonnen, gewoon om zijn huis heen. Alles om hem heen werd verbouwd. Waarschijnlijk is die stress hem te veel geworden.”

Gershwin

“Mijn vader heet ook Gershwin. Hij is vernoemd naar George Gershwin, de componist – mijn opa was een groot jazzliefhebber. Ik ben me als kind in de muziek gaan verdiepen en ben zeker zijn klassieke composities gaan waarderen. Ik luister ze nog steeds veel. Als ik schrijf, draai ik graag soundtracks: Einaudi, Hans Zimmer. Mijn vader had overigens niets met klassieke muziek of met jazz. Hij heeft mij Gershwin genoemd, omdat hij zo heette en ik de oudste zoon was.”

Bang

“Angst is een thema waar ik de afgelopen twee jaar veel mee bezig ben geweest. Ik zag een foto van mezelf toen ik tien was, en ik herkende mezelf niet in hem. Ik voelde geen verbondenheid. Ik probeer contact met hem te maken. Hij woont net in Nederland, met zijn moeder. Hij groeit op in de laagste sociale klasse, die veel meer bezig is met veiligheid dan met zelfontplooiing. Hij is dyslectisch, heeft moeite op school, heeft al snel door dat voor hem door zijn huidskleur andere regels gelden. Alles wijst de verkeerde kant op en toch is hij niet bang. Terwijl ik nu allerlei onzekerheden heb, allemaal dingen waar ik bang voor ben. Of ik als zwarte man mijn gezin kan onderhouden. Of ik als dyslectische schrijver bundels kan maken die mensen gaan waarderen. Of ik als kunstenaar kan leven. Dat is waarom ik contact probeer te maken met de 10-jarige Gush en hem weer probeer onderdeel te maken van mij. Om niet meer bang te zijn.”

Francis van Broekhuizen

“Ik houd van opera. Ik ben er vaak geweest en heb er zelf ook een aantal geschreven. Ik ga altijd naar Moving Forward, het jongerenfestival van De Nationale Opera. Schreeuwend duur? Geen idee eigenlijk, ik ben ambassadeur van die stichting. Ik sta altijd op de gastenlijst.”

Gershwin Bonevacia: Toen ik klein was, was ik niet bang. Uitgeverij Das Mag, € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden