PlusAchtergond

Georg Schiller maakte van een verlopen café een roemrucht hotel

De Duitser Georg Schiller wist van een verlopen dranklokaal aan het Rembrandtplein een bruisend hotel te maken. Marjolein Bierens schreef een boek over de kleurrijke geschiedenis van Hotel Schiller.

Frits Schiller portretteert revueartieste Heintje Davids in 1959. Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo
Frits Schiller portretteert revueartieste Heintje Davids in 1959.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

“Ja, dit is toch wel een erg mooie dag in mijn leven,” jubelde vastgoedtycoon Maup Caransa in Het Parool na aankoop van Hotel Schiller, in november 1970. Caransa, die fortuin maakte met de naoorlogse handel in dumpgoederen, zag het Rembrandtplein als zijn persoonlijke hobby. Hotel Schiller vervolmaakte zijn immense verzameling aan onroerend goed rondom het uitgaansplein. “Een Rembrandtplein zonder Schiller is geen Rembrandtplein en daarom wilde ik dat er ook graag bij hebben.”

Voormalig hotelier Frits Schiller, oudste zoon van oprichter Georg Schiller, kreeg tijdens een dubbelinterview in De Telegraaf met de oude en nieuwe eigenaar door Caransa een baan aangeboden: “Zeg, je blijft toch wel bij mij in dienst?” Schiller antwoordde zelfbewust: “Natuurlijk, anders zou het niks worden.”

Twee jaar na de verkoop liet Caransa de muren verven en goedkope aanpassingen uitvoeren. Daarmee verdwenen met het vaste personeel en de trouwe gasten ook de meeste van de door Frits Schiller ‘niet onverdienstelijk’ geschilderde landschappen, stillevens en portretten. Tientallen schilderijen werden bij opbod verkocht bij Veilinghuis De Zon. Slechts een paar geportretteerde beroemdheden ontsprongen de dans, zij mochten in het hotel blijven. Frits Schiller zelf bleef de veiling bespaard, hij was in 1971 overleden.

Hotel Schiller was in de jaren tussen de twee wereldoorlogen een bruisende ontmoetingsplek voor beroemde acteurs, schilders, schrijvers en andere artiesten. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog vonden gevluchte Duitse artiesten en Joodse vluchtelingen er onderdak. Tijdens de bezetting nam de Wehrmacht bezit van het hotel, na de bevrijding Canadese militairen. Een Amsterdams instituut met een rijke geschiedenis.

Opmerkelijk voor een hotel dat door de Duitse immigrant Georg Schiller in 1896 werd geopend aan de verkeerde, doodse kant van het plein. Zo leert het net verschenen boek Hotel Schiller, dat Marjolein Bierens schreef over de geschiedenis van het hotel en zijn kleurrijke gasten.

Het ‘gebeurde’ in 1896 allemaal aan de over­zijde van Hotel Schiller. Daar zaten de chique kledingzaken, wassenbeeldenmuseum Panopticum en uitgaansgelegenheden als Mille Colonnes, Royal Café De Kroon, het Rembrandt Theater en Salon des Variétés. Het door Schiller voor 600 gulden overgenomen café, dat de familie zou weten te transformeren tot bruisend hotel, was bij aankoop een vervallen drank­lokaal voor diamantwerkers. Uit het zicht ook, verscholen achter een spookachtig en slecht onderhouden donker park, dat in de nacht resoluut werd afgesloten, met het oog op de veiligheid van het uitgaanspubliek.

Moord op het plein

In het plantsoen, bij het beeld van Rembrandt, schoot zanger Tsjakko Kuiper in de vroege avond van 26 november 1927 cabaretier Jean-Louis Pisuisse en Jenny Pisuisse-Gilliams, diens echtgenote, dood. Kuiper, ontslagen door ­Pisuisse na een affaire met Jenny, had het echtpaar opgewacht op hun vaste route van het ­diner in Hotel Schiller naar een optreden aan de overzijde van het plein in Milles Colonnes. De laatste kogel bewaarde hij voor zichzelf.

Hotel Schiller in 1970, vlak voordat vastgoedmagnaat Maup Caransa het kocht.  Beeld Nationaal Archief
Hotel Schiller in 1970, vlak voordat vastgoedmagnaat Maup Caransa het kocht.Beeld Nationaal Archief

Het echtpaar Pisuisse dineerde niet alleen in het hotel, het woonde er. Net als zoveel lotgenoten uit het artiestenvak. De beroemde gasten waren niet altijd vlot met het betalen van hun rekeningen. Schrijver en regisseur Herman Heijermans was een beruchte wanbetaler, die zich desondanks in het restaurant te goed bleef doen aan zijn lievelingsgerecht lipjes en keel­tjes, een ouderwets visgerecht van kabeljauw. Ook gebood hij het keukenpersoneel om tot na zijn voorstelling open te blijven, omdat hij dan altijd zeer veel trek had in vers gekookte aardappeltjes. Dat de hotelier dit slikte, kwam volgens Bierens niet alleen voort uit bewondering, ook uit economisch oogpunt: bijzondere gasten als Heijermans trokken klanten aan.

De inwonende artiesten deden vaak laatdunkend over de schilderkunsten van hun gastheer. Ook het woord ‘verdienstelijk’, dat vaak viel, deed Frits Schiller zeer. Bierens vermoedt enige jaloezie. ‘Bij ieder jubileum en iedere viering, op iedere bruiloft dook hij op, altijd met een zelfgeschilderd portret onder de arm, de verf vaak nog nat, dat met een zeker ceremonieel werd overgedragen en overhandigd.’

Die overproductie leverde hem een grap op van moppentapper Max Tailleur: “Mensen hebben jullie het al gehoord? Er is ingebroken bij Schiller. Een dief heeft twee schilderijen weer teruggebracht.”

Meer dan zijn schilderijenoeuvre moet het ­hotel worden gezien als Frits Schillers grootste creatie, schrijft Bierens. ‘Voor zover een organisme, een komen en gaan van mensen, als ‘kunst’ kan worden beschouwd.’ Hetgeen ook geldt voor zijn gastheerschap en voor zijn rol van hotelier, die hij volgens haar ‘meer nog dan zijn kunstenaarschap, tot in de finesses wist te verfijnen.’

Met oog voor detail en gevoel voor drama heeft Marjolein Bierens niet alleen een indrukwekkend monument geschreven over opkomst, bloei en verval van het ooit roemruchte hotel en zijn gasten, het is ook een kleine geschiedenis van Amsterdam in het interbellum. Een buitengewoon verzorgde uitgave ook, heerlijk om langdurig in te verblijven.

Marjolein Bierens, Hotel Schiller, Meulenhoff, € 24,99, 368 blz.

Portret van Nap de la Mar door Frits Schiller, zoon van hotelier Georg Schiller.  Beeld Theatercollectie UVA
Portret van Nap de la Mar door Frits Schiller, zoon van hotelier Georg Schiller.Beeld Theatercollectie UVA

Nap de la Mar

Aan de muur in Hotel Schiller hangt het schilderij dat Frits Schiller maakte van acteur Nap de la Mar (1878-1930) als Napoleon. Het getuigt volgens Bierens van een zekere intimiteit van de hotelier met zijn gasten. Hij was niet alleen getuige van de hoogtepunten van zijn clientèle maar ook van hun dieptepunten. ‘Regelmatig zou Nap de la Mar in het hotel de bedden bevuilen, luid schreeuwend wakker worden uit zijn dromen en verworden tot Napoleon, die hij bewonderde en naar wie hij door zijn vader Charles de la Mar was vernoemd. Toen hij in de kliniek in Den Dolder zat, dacht hij ook werkelijk dat hij hem was. Napoleon Bonaparte.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden