PlusGeschiedenis

Genootschap Amstelodamum doorlicht eindelijk het eigen verleden

Joodse leden van Genootschap Amstelodamum moesten in 1941 hun lidmaatschap opzeggen. Toch bleef het maandblad verschijnen, werden excursies ondernomen. De vereniging heeft nu eindelijk de eigen oorlogsjaren laten doorlichten.

27 juni 1941: Duitse propaganda­bijeenkomst op het IJsclubterrein (nu Museumplein) naar aanleiding van de Duitse inval in de Sovjet-Unie, vijf dagen eerder. Beeld niod

‘Teneinde te voorkomen dat ik geplaatst word op Uw ledenlijst voor 1942, deel ik U mede dat ik als Jood geen lid meer mag zijn van het Genootschap,’ schreef historicus Jacques Presser op 3 maart 1942 aan het bestuur van het Genootschap Amstelodamum.

De latere auteur van het standaardwerk Ondergang: de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 verzocht vriendelijk of zijn half-Joodse pleegdochter Gisela Baschwitz in zijn plaats ‘bij wijze van uitzondering’ lid zou mogen worden. Ook advocaat A.B. Gomperts wilde de band niet geheel verbreken, en informeerde bij zijn opzegging of hij wel het maandblad kon blijven ontvangen: ‘Ik ben bereid de daaraan verbonden kosten te voldoen.’

Toonaangevend

De op 22 oktober 1941 door Generalkommissar für das Sicherheitswesen Hans Rauter afgekondigde Verordening 199/1941 verbood Joden nog langer deel te nemen aan verenigingen of stichtingen zonder economisch doel. Waaronder ook het Genootschap Amstelodamum, in de vooroorlogse jaren een van de toonaangevende verenigingen in Amsterdam. Zo had het in 1900 opgerichte historische genootschap de demping van de Reguliersgracht weten te voorkomen. Na deze succesvolle actie lag het accent vooral op de geschiedenis van de hoofdstad.

D.M. Sluys, secretaris van de Nederlands-­Israëlitische Hoofdsynagoge en lid van de Joodse Raad, hoopte als ‘geboren en getogen Amsterdammer’ dat de scheiding slechts tijdelijk zou zijn. Juwelier Abraham Citroen sprak de wens uit dat het ledenverlies ‘spoedig moge zijn ingehaald door het toetreden van vele nieuwe, die helaas nog altijd afzijdig staan’. Tien maanden later werd hij vermoord in Auschwitz. Ook de niet-Joodse ambtenaar L.J. Breman zegde zijn lidmaatschap op, hij voelde zich niet langer thuis in een vereniging ‘waarvan anderen worden uitgesloten’.

Vreemd genoeg was er binnen Amstelo­damum lang geen behoefte om de eigen oorlogsgeschiedenis te onderzoeken. In het in 1958 gepubliceerde artikel Vijf decennia Jaarboek Amstelodamum ontbraken de bezettingsjaren zelfs volledig. Maar nu, 75 jaar na de bevrijding, legt oud-rechter en voormalig voorzitter van het genootschap Willem van Bennekom in het boek Voorzichtig manoeuvreren verantwoording af. De boektitel, een citaat van de toenmalige voorzitter, verwijst naar de destijds gekozen koers.

Op de bestuursvergadering van 11 november 1941 werden de namen voorgelezen van de ongeveer zeventig leden ‘die heengingen’ op grond van Verordening 199/1941. Het bestuur besloot ‘ter completering’ van de lopende jaargang van het maandblad ze het decembernummer en het eerstvolgende Jaarboek toe te sturen.

Twee maanden later, op de jaarvergadering, werd nogmaals stilgestaan bij het gedwongen ledenverlies. Het bestuur kon ‘hun verdwijnen’ niet in herinnering brengen zonder ‘hun van harte dank te weten voor de gevoelens jegens de stad, waarvan zijn vervuld zijn’. Op dezelfde vergadering verzocht lid K.K. van Hoffen het bestuur een avondwandeling ‘bij maanlicht’ in de oude binnenstad te organiseren.

Minimale speelruimte

Dat voorzitter Arthur le Cosquino De Bussy op de jaarvergadering het woord Joden zorgvuldig had vermeden, is een interessant vraagstuk. Was hij beducht voor de censuur? ‘Bovendien rijst de vraag of een dankwoord voor bewezen diensten en getoonde belangstelling in het licht van wat er gebeurd was wel de meest adequate reactie was,’ aldus Van Bennekom.

Maar de bezetter liet het verenigingsleven slechts minimale speelruimte. Ook moest er reke­ning worden gehouden met NSB’ers onder de leden. Het sober stilstaan bij het vertrek van de Joodse leden leverde al een scherpe veroordeling op in Storm, het weekblad van de Nederlandse SS.

Jaarboek 1940 bevatte nog de rubriek ‘Kroniek’, maar de reeds door de bezetter uitgevaardigde maatregelen werden verzwegen in dit chronologische jaaroverzicht. De leden moesten het de overige bezettingsjaren doen zonder de geliefde kronieken. Dat was volgens Van Bennekom ook logisch, het ging de Duitse bezetter niet om de werkelijkheid ‘maar om de gewenste realiteit’. In 1948 werd de schade in­gehaald met publicatie van de ‘Kroniek van Amsterdam’ over de jaren 1940-1945. Een enorme inhaaloperatie, waarvan een facsimile-­uitgave is opgenomen in het boek.

Amstelodamum handelde volgens Van Bennekom in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ‘zeker naar de maatstaven van toen, bijna voorbeeldig’. Ook voor de naoorlogse jaren hoeft het genootschap zich niet te schamen. Het probleem zit volgens de oud-rechter in de tussenliggende jaren. Het ontbrak aan onderscheidingsvermogen en moed om stelling tegen de bezetter te nemen. ‘Die uitzonderlijkheid heeft het genootschap niet gehad − in zoverre heeft Amstelodamum zich niet onderscheiden van de rest van stad en land.’

‘Al met al kan worden gezegd dat het Genootschap Amstelodamum tijdens de bezetting waardig door de linies is geslopen,’ oordeelt Willem van Bennekom. Moeten er dan geen excuses worden gemaakt? In zijn visie gaat het erom de verantwoordelijkheid voor wat gebeurd is ‘in elk geval niet buiten jezelf’ te leggen. ‘De pijn van het verleden blijft, ook bij zo nauwkeurig mogelijke verantwoording.’

De Vechtexcursies

Op 6 juni 1944 landden de geallieerden in Normandië. Onmiddellijk werden in Nederland noodverordeningen afgekondigd. In Amsterdam werden de bunkers op het Museumplein in staat van verdediging gebracht. Desondanks kreeg het bestuur van Amstelodamum toestemming voor een zomerexcursie naar de Vechtstreek. Verspreid over drie donderdagen in juli vergaapten 650 deelnemers zich aan de monumentale buitenplaatsen. Journalist Rutger Dinger was er niet bij met zijn echt­genote. Na aanmelding en betaling bleek hij te zijn opgepakt, op verdenking van het luisteren naar de clandestiene radio. Dinger ‘overleed’ dat najaar in gevangenschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden