Verslag

Gemoederen lopen hoog op bij Marengo-proces: ‘Wat doe je boos?’

De gemoederen bij het Marengo-proces liepen maandag opnieuw hoog op tijdens het verhoor van kroongetuige Nabil B. ‘Ik weet wat jij hier wil verbergen: je ware aard.’

Strenge beveiliging bij de 'bunker', waar de zittingen van de megazaak Marengo plaatsvinden. Beeld EPA
Strenge beveiliging bij de 'bunker', waar de zittingen van de megazaak Marengo plaatsvinden.Beeld EPA

De vierde zittingsdag in het Marengo-proces is bijna ten einde. De hele dag hebben advocaten Nico Meijering en Christian Flokstra de kroongetuige Nabil B. doorgezaagd over zijn verklaringen, de totstandkoming van zijn deal met justitie en de telefoon die hij een tijdlang in zijn cel had. Dat leidde al tot de nodige stekeligheden tussen de kroongetuige, de verdediging en het Openbaar Ministerie.

Het laatste kwartier krijgt verdachte Mohamed Razzouki de vloer: “Heb je weleens, toen je bij mij thuis was, om mijn afgetrapte Lanvin-schoenen gevraagd?”

“Nee”, antwoordt Nabil B.

Wanneer de voorzitter wil weten wat de relevantie is van deze vraag, reageert Razzouki verontwaardigd. “Hij liegt gewoon. Ik probeer gewoon het juiste beeld over deze persoon naar voren te krijgen. Hij is bij justitie door de keuring gekomen. Mag ik dan een steekproef doen?”

“Je hebt het over schoenen,” schampert Nabil B. “We zitten hier voor moorden. Ja, ik heb toen ik bij jou thuis was ook een keer een snoepje uit de kast gepakt. Mocht ook niet.”

Mohamed Razzouki wil weten of Nabil B. ooit onder een valse naam warmtecamera’s heeft gehuurd en die vervolgens heeft doorverkocht. “Verschoningsrecht,” antwoordt de kroongetuige.

Lief en leed

Volgens het Openbaar Ministerie maakten Mohamed Razzouki en Nabil B. beiden jarenlang deel uit van de criminele organisatie van Ridouan Taghi. Jarenlang deelde het duo lief en leed. Ze smeedden criminele plannen en zorgden voor elkaars gezin als de ander vast kwam te zitten. De vriendschap spatte uit elkaar in 2017. Nadat Nabil B. op de dodenlijst van Taghi werd gezet, stapte hij naar justitie. Dat betekende ook dat hij alles moest vertellen over Mohamed, die hij tijdens verhoren in de rechtbank ‘mijn oude vriend’ noemt.

Mohamed Razzouki vraagt hoe ze elkaar hebben leren kennen. Nabil B. antwoordt dat ze elkaar hebben ontmoet in een café in de wijk waar hun ouders woonden. “Hebben wij daar gepokerd?” wil Mohamed weten. Er ontstaat gesteggel. “Wat is de relevantie van die vraag?” wil B. nu weten. “Jongen, dat komt zo,” zegt Razzouki met zwaar Marokkaans accent.

“Heb je daar valsgespeeld?”, vraagt Razzouki vervolgens. Er ontstaat nieuw gedoe als Nabil wederom vraagt wat de relevantie van de vraag is. “Ik weet wat jij hier wil verbergen: je ware aard.”

“Wat doe je boos?” riposteert B.

Niet lang daarna maakt de rechter een einde aan het gekibbel van de twee voormalige boezemvrienden. Hij belooft dat er bij een andere gelegenheid opnieuw vragen kunnen worden gesteld. “Is goed,” zegt Mohamed. “Ik heb hem nog heel veel te vragen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden