PlusInterview

Gelauwerde socioloog Jonathan Mijs: ‘We leven in een heel erg ongelijk land’

Jonathan Mijs: ‘Het beeld van Nederland als egalitair, progressief land waarin iedereen zich met hard werken en talent kan ontwikkelen, strookt niet met de werkelijkheid.’ Beeld Ton Mijs
Jonathan Mijs: ‘Het beeld van Nederland als egalitair, progressief land waarin iedereen zich met hard werken en talent kan ontwikkelen, strookt niet met de werkelijkheid.’Beeld Ton Mijs

De Amsterdamse socioloog Jonathan Mijs (38) ontvangt maandag een KNAW Early Career Award voor zijn onderzoek naar denkbeelden over ongelijkheid. ‘We raken steeds meer ingegraven in onze eigen werelden.’

Raounak Khaddari

De een gaat naar de markt, de ander naar de Marqt – en ze komen elkaar nooit meer tegen. Het is een wat gechargeerd voorbeeld, maar de realiteit is dat we steeds meer gescheiden leven en minder vaak mensen tegenkomen die op een andere trede staan op de maatschappelijke ladder.

“We zijn het er allemaal over eens dat ongelijkheid een belangrijk thema is,” zegt socioloog Jonathan Mijs. “Er is nu ontzettend veel aandacht voor. Kijk naar de fantastische documentaireserie Klassen en naar het programma van Sander Schimmelpenninck, Sander en de kloof. Ze brengen, net als sociaal wetenschappers al decennia doen, de gevolgen van de groeiende economische ongelijkheid in kaart. Vorig jaar ben ik na jaren onderzoek naar ongelijkheid een ander pad ingeslagen: ik onderzoek hoe mensen zelf over ongelijkheid denken en wat hun denkbeelden voedt.”

Onrealistisch beeld

Voor zijn vernieuwende onderzoeksidee ontvangt Mijs vandaag een KNAW Early Career Award. Een prijs (15.000 euro) die in het leven geroepen is om jonge onderzoekers, die aan het begin van hun carrière staan, een steun in de rug te geven zodat ze hun ideeën verder kunnen ontwikkelen – er worden er vandaag twaalf uitgereikt. Meer onderzoek, vooral in Nederland, is nodig, weet Mijs. “We leven in een heel erg ongelijk land. De piek van de groeiende inkomensongelijkheid was rond 2000 wel bereikt, maar wat door blijft groeien, is de vermogensongelijkheid.”

“Geld, huizen, beleggingen: de vermogensongelijkheid werkt door van generatie op generatie, waardoor ze steeds dieper geworteld raakt. En daarnaast is er óók nog sprake van etnische ongelijkheid. Nog steeds worden mensen gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, en dat blijkt zo systematisch te zijn dat het ingebakken is,” zegt Mijs, die verbonden is aan Erasmus Universiteit Rotterdam en Boston University.

“Toch denken we dat Nederland een egalitair, progressief land is waarin iedereen zich met hard werken en talent kan ontwikkelen. Dat beeld strookt echter niet met de werkelijkheid. Nederland kent dezelfde soort ongelijkheden als de VS, alleen zijn we ons er hier minder bewust van.”

Hoe kan het dat ons beeld van Nederland niet realistisch is?

“Omdat we de ander niet zien of minder tegenkomen doordat we steeds meer in onze eigen wereld leven. Naarmate de inkomensongelijkheid groeit, zie je dat buurten ook meer economisch gesegregeerd worden en dat arm en rijk verder van elkaar af komen te staan.”

“Dat zie je niet alleen terug in de fysieke buurt, dat blijkt ook in onze sociale netwerken, die bijna homogeen zijn, en zien we ook terug op de huwelijksmarkt: we zijn de afgelopen decennia steeds minder aan het daten met mensen met een ander opleidingsniveau. In de Verenigde Staten heb ik dat al in kaart gebracht en ik wil dat ook voor Nederland gaan onderzoeken. Al weet ik door eerdere onderzoeken al dat Nederland veel gelijkenissen vertoont met de VS. Kijk naar de wijken in Amsterdam. Aan de ene kant heb je dure koopwoningen, aan de andere kant sociale huur. Die mensen zien elkaar misschien in het voorbijgaan, maar ze leven sociaal gezien een volstrekt gescheiden leven.”

Je zou kunnen zeggen dat ieder in zijn eigen bubbel leeft, maar zo wilt u het niet noemen. Waarom niet?

“Omdat de metafoor van een bubbel de illusie wekt dat je er zo doorheen prikt. Terwijl het tegendeel gebeurt: we raken steeds meer ingegraven in onze eigen werelden. Deze groeiende ongelijkheid gaat gepaard met de beleving dat mensen zich onder dezelfde mensen bevinden en zich daardoor niet meer bewust zijn van verschillen met anderen.”

“Een ongelijke samenleving is niet fijn, maar een samenleving waarin de ongelijkheid niet wordt erkend is nog veel erger. We weten namelijk uit onderzoek dat mensen overtuigd raken van hun visie. De mate waarin ze geneigd zijn om van mening te veranderen, is erg afhankelijk van de vraag of wat je ze vertelt aansluit bij hun leefwereld.”

Zoals Joris Luyendijk, die zijn privileges pas onder ogen zag en benoemde nadat hij zelf werd buitengesloten in een voor hem nieuw land.

“Luyendijk is inderdaad een goed voorbeeld van hoe je eigen kijk op de wereld afhankelijk kan zijn van bepaalde ervaringen. Hij heeft iets meegemaakt waardoor hij zich bewust werd van zijn achtergrond. Daardoor kon hij zich beter inleven in de strijd tegen uitsluiting die sommigen dagelijks voeren. Hij is er weliswaar laat bij, maar het laat wel zien dat ons wereldbeeld afhankelijk kan zijn van onze eigen ervaringen.”

Wetenschappers zijn per definitie hoogopgeleid. Bemoeilijkt dat het onderzoek naar ongelijkheid?

“Je ziet dat de populaire cultuur en kunstenaars vaak een veel betere vinger aan de pols hebben dan sommige wetenschappers of journalisten. Kijk naar de Koreaanse films Parasite en Minari. De netwerken van de makers strekken blijkbaar verder en zijn diverser dan die van veel wetenschappers, die zich daardoor minder bewust zijn van hun positie.”

Scholen zijn volgens u een accumulatie van segregatie.

“Buurten zijn vaak ongelijk en scholen, vooral basisscholen, trekken vaak de buurt naar binnen. De ene school trekt daardoor vooral hoogopgeleide ouders en de andere lageropgeleide. Die sterke scheiding heeft ook invloed op het onderwijs. Leerlingen met leerproblemen of achterstanden en met ouders die vaak niet het geld hebben voor privéonderwijs zitten bij elkaar, waardoor er geen ruimte is om je aan een ander op te trekken en ook het lesgeven lastiger wordt. Het leidt ertoe dat de ene school meer moeite heeft docenten aan te trekken dan de andere. Daardoor krijgen sommige kinderen van jongs af aan al minder kansen.”

“Het schrijnende is dat je ook verhalen hoort van mensen die wél opgeklommen zijn op de maatschappelijke ladder. Enerzijds zou je die mensen, die ondanks alles wat hen tegenwerkt slagen, alleen maar kunnen bewonderen en prijzen, maar hun succes is niet generaliseerbaar. Daarmee voed je echter wel het beeld dat we in een meritocratie leven. Dat is niet juist; dit zijn juist uitzonderingen op de regel.”

Wat kunnen mensen doen als ze dit lezen en denken: ik ben inderdaad ingegraven in een kuil met kopieën van mezelf?

“Denk na over in welke buurt je gaat wonen, op welke politieke partij je stemt. Waar staat zo’n partij voor en wat zijn haar ideeën over het terugdringen van ongelijkheid? En als hoogopgeleide ouder kun je nog eens goed nadenken voor je je kind naar een school in je buurt stuurt waar alleen soortgelijke kinderen heengaan.”

Waarom zouden de rijksten van ons land zich actief in te zetten voor anderen?

“Een gelijkere samenleving is een veiliger samenleving.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden