PlusAchtergrond

Geen motief, veel veronderstellingen: historici zien weinig in theorie over ‘verrader’ Anne Frank

Notaris Arnold van den Bergh zou de verrader zijn van Anne Frank. Diverse historisch onderzoekers vinden die maandag gepresenteerde conclusie, op basis van een onderzoek van een coldcaseteam onder leiding van oud-FBI-agent Vince Pankoke, magertjes. ‘Een smoking gun ontbreekt.’

Hanneloes Pen
Het Achterhuis zoals het moet zijn geweest. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Het Achterhuis zoals het moet zijn geweest.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Een anoniem briefje zou het bewijs zijn van het verraad van het Achterhuis. De coldcaseonderzoekers stellen dat aan de hand van een ontdekt afschrift van een briefje dat Otto Frank na terugkomst in Amsterdam in 1945 ontving. ‘Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. Van den Bergh (…).’

Het originele briefje is nooit boven water gekomen. Otto Frank verstrekte een door hem getypt afschrift aan een Nederlandse rechercheur die in 1963 en 1964 onderzoek deed naar de inval en het verraad van het Achterhuis. Maandag verscheen op basis van grootschalig onderzoek naar aanleiding van dit briefje het boek Het verraad van Anne Frank, geschreven door Rosemary Sullivan.

Historicus David Barnouw, oud Niod-onderzoeker, kent het bestaan en de tekst van het briefje. Samen met Gerrold van der Stroom deed hij onderzoek naar de verraders en nam hij de tekst van het briefje over in hun boek Wie verraadde Anne Frank, uit 2003. Ze schoven de theorie dat Van den Bergh de schuldige was terzijde.

Barnouw stelt na het lezen van Het verraad van Anne Frank dat er nog steeds niet voldoende bewijs is om Van den Bergh als schuldige aan te wijzen.

Veronderstellingen

Van den Bergh was lid van de Joodse Raad die in opdracht van de Duitsers anti-Joodse maatregelen doorvoerde. Het is ‘bijna zeker’, aldus het coldcaseteam, dat de Joodse Raad over onderduikadressen beschikte. Van den Bergh zou die adressen als ‘levensverzekering’ hebben gebruikt om hem en zijn gezin van deportatie te redden.

Barnouw: “In het onderzoek zitten veronderstellingen: het is bijna zeker dat de Joodse Raad een lijst met adressen van ondergedoken Joden had…, het team acht de kans groot dat Van den Bergh toegang had tot die lijst en kon gebruiken als levensverzekering... En pats, daar hangt Van den Bergh onder het kopje ‘Motief’: zichzelf en zijn gezin te vrijwaren van arrestatie en deportatie.”

Een ‘smoking gun’ ontbreekt, zegt Barnouw. “Het is een theorie, net als eerdere theorieën die inmiddels wel weerlegd zijn. Ik ben er wel een beetje teleurgesteld over.”

Joods Verraad

Volgens de onderzoekers schreven sommige mensen uit de kampen via de Joodse Raad brieven aan ondergedoken familieleden en vermeldden daarbij hun onderduikadressen. Ze zouden de Joodse Raad vertrouwen.

“Dat vertrouwen van Joden in de Joodse Raad was er helemaal niet. Het werd Joods Verraad genoemd,” zegt Laurien Vastenhout van het Niod, die in 2020 uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de Joodse Raad.

Dat er in brieven vanuit de kampen onderduikadressen aan de Joodse Raad werden doorgegeven, vindt ze onwaarschijnlijk. “Ook in de processtukken na de oorlog met beschuldigingen aan de Joodse Raad ben ik dit niet tegengekomen. Verzet en onderduiken werden niet bepaald aangemoedigd door de Joodse Raad. Wat zou de Joodse Raad, die meewerkte met de Duitsers, trouwens voor hen kunnen doen?”

Dat de Raad over een lijst met onderduikadressen beschikte, noemt Laurien Vastenhout van het Niod ‘heel erg onwaarschijnlijk’. Van het bestaan van die lijst is, aldus Vastenhout, ook geen bewijs geleverd. “De hele wereld staat nu op zijn kop. Iemand wordt aangewezen als verrader terwijl de bewijslast veel vragen oproept.”

Meteen afgevoerd

Dat Van den Bergh een motief had om een lijst met onderduikadressen aan de Duitsers te verstrekken, namelijk zichzelf en zijn gezin te vrijwaren van deportatie, weerlegt Barnouw. “Hij zou meteen na de aangifte van de lijst zijn afgevoerd naar Bergen-Belsen, waar ook de andere leden van de Joodse Raad naartoe waren gestuurd.”

Gertjan Broek, onderzoeker bij de Anne Frank Stichting, dringt aan op vervolgonderzoek. Hij vindt het knap dat een afschrift van het briefje is gevonden door het coldcaseteam. “Ik zou er niet opgekomen zijn om het briefje te zoeken tussen de papieren van het dossier van rechercheur Van Helden. Een politieman weet dat rechercheurs belangrijke dossiers mee naar huis nemen en denkt eraan daar te zoeken.”

Hij vindt dat er nader onderzoek moet komen. “Het verhaal over het briefje was een beetje schimmig. Nu heeft het context gekregen.” Hij heeft ‘grote bewondering’ voor het zes jaar durende onderzoek. “Het is heel knap om bronnen zo grootschalig bijeen te brengen met moderne technologie. Ze hebben bijvoorbeeld iedereen die in de oorlog in het blok woonde, het telefoonboek uit die tijd en de ledenlijst van de NSB in een computerprogramma gestopt. Een sterveling in een archief haalt dat er niet uit.”

Hij vindt echter dat zijn eigen onderzoeksconclusie uit 2016 nog steeds standhoudt, namelijk dat de onderduikers zijn ontdekt tijdens een huiszoeking nadat twee bonnenhandelaren eerder dat jaar werden gearresteerd en vertegenwoordigers van Otto Franks bedrijf bleken te zijn.

‘Het brengt de familie niet terug’

Jacqueline van Maarsen (92), de hartsvriendin van Anne Frank die na de oorlog talloze keren Otto Frank ontmoette, zegt dat Annes vader nooit over het verraad sprak. “Maar ik was toen ook slechts vijftien.”

Dat de onderzoekers contact zochten met de kleindochter van Arnold van den Bergh, vindt ze vreselijk. “Ik kan me voorstellen dat zij geschrokken was. Dat team moet eerst met duidelijke bewijzen komen.”

Otto Frank ging na de bevrijding zelf op onderzoek uit naar zijn verraders. “Maar hij wist de naam van de verrader niet,” zegt Eva Schloss (92), de stiefdochter van Otto Frank, vanuit Engeland. “Otto Frank wilde de zaak verder laten rusten. Hij wilde het niet meer weten. Laten we het vergeten, zei hij. Het brengt de familie niet terug.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden