PlusReportage

Geen excuses meer voor de foutparkeerder: in nieuwe fietsenkelder Leidseplein is altijd plek

De ingang van nieuwe fietsenstalling op het Kleine-Gartmanplantsoen, bij het Leidseplein. Beeld Eva Plevier
De ingang van nieuwe fietsenstalling op het Kleine-Gartmanplantsoen, bij het Leidseplein.Beeld Eva Plevier

Binnenkort opent de fietsenstalling bij het Leidseplein de deuren. Om ervoor te zorgen dat Amsterdammers er ook echt gebruik van gaan maken, wordt de fietser verleid.

Een verleidelijke fietsenkelder, kan dat? Ja dat kan. Want verleiden, dát is waar het om gaat in het ­tegenwoordige fietsenkeldergebeuren. De ­fun­c­tie moet in orde zijn, natuurlijk. Je moet erin en eruit kunnen in een vloek en een zucht: fietsers willen geen polonaise aan hun lijf. Ze willen parkeren zonder gedoe, zo dicht mogelijk bij de plaats van bestemming. Het moet veilig zijn en veilig voelen.

De nieuwe ondergrondse fietsenstalling op het Kleine-Gartmanplantsoen voldoet aan al die eisen. Functionaliteit: check. Maar wie zich straks, als het ooit weer kan, ouderwets stevig wil bezatten op het Leidse, heeft natuurlijk geen boodschap aan louter nuttigheid. Want Amsterdammers houden er niet van: ondergronds gaan met hun rijwiel. Het verleidingsspel is on­ontbeerlijk.

‘Ik zou er zelf liever ook niet zijn’

Zo staat in ieder geval Hans van Houwelingen erin. Tegen zijn wil wordt hij als kunstenaar vooral geassocieerd met de hagedissen in het plantsoen, de veertig bronzen leguanen en ­varanen die al zoveel langer dan 27 jaar de meest gefotografeerde objecten rond het uitgaansplein lijken te zijn. En, goed nieuws: de hagedissen zijn weer terug. En deze keer heeft Van Houwelingen zich, aanvankelijk ongevraagd, ook stevig tegen de look-and-feel van de fietsen­stalling zelf aan bemoeid.

Functionaliteit, Van Houwelingen gruwt ervan, fysiek zelfs. “Fietsenkelders hebben vaak zoiets van: ik zou er zelf liever ook niet zijn. Hoe kun je dan van mensen verwachten dat ze hun fiets er met plezier gaan stallen? Terwijl er zoveel aanwezig is hier. Het is een uitgaansplein. Er is geschiedenis, er is het water dat hier ooit liep, de ‘brug’ van architect Jo van der Meij. Doe daar dan iets mee, leek mij. Maak geen ­betonnen bak, maak architectuur.”

De leguanen en varanen van kunstenaar jan van Houwelingen worden weer op de Leidseplein geplaatst. Beeld Eva Plevier
De leguanen en varanen van kunstenaar jan van Houwelingen worden weer op de Leidseplein geplaatst.Beeld Eva Plevier

Licht en luchtig

De gemeente heeft er haar voordeel mee gedaan, blijkt als je spreekt met Ruwan Aluvihare, projectleider van alles op en rond de ver­nieuwing van het Leidseplein. Ze zaten een beetje te emmeren, hoewel hij dat zelf nooit zo zou ­omschrijven. “Na gesprekken met Hans hebben we besloten de stijl van de Amsterdamse School boven door te trekken naar beneden. Via de ­ingang, de hele stalling door.”

Het resultaat is, voor fietsenkelderbegrippen in elk geval, spectaculair. De plaats waar vanaf eind mei – als ook boven het maaiveld de werkzaamheden zijn afgerond – ruimte is voor 1976 fietsen, is niet alleen driehoekig, maar ook licht en bijna luchtig. Zonde om hier van die roestige Amsterdamse barrels tijdelijk onderdak te verschaffen, zou je haast zeggen.

E-bike opladen

Wat opvalt zijn de diverse gezichten van deze, met alle respect, kelder. Links waar de fietsen gestald worden een ruimteschip: wit, overzichtelijk en overal schermen met hoeveel plek er nog is. De mogelijkheid ook om je e-bike van nieuwe energie te voorzien. Alles smetteloos.

Rechts verspringende baksteen, kunstig en met gevoel voor geschiedenis gemetseld. Smaakvol uitgelicht door enorme hoeveelheden led-lampjes. Amsterdamse School, maar dan van nu. Dit is de plek waar voor de verbouwing nog een ‘duiker’ liep, een buizenstelsel waardoor water van de Lijnbaansgracht onder het Kleine-Gartmanplantsoen en het Leidseplein doorliep. Aan die doorstroming is met deze fietsenkelder een einde gekomen.

4000 fietsen

De plekken zijn nodig: rond het uitgaansplein moet plek zijn voor wel 4000 fietsen, deze kelder vormt een basis. Die capaciteit maakt het voor handhavers makkelijker op te treden: hoe kun je mensen verwijten hun fiets hinderlijk op het plein te parkeren als er geen alternatief is?

Faciliteren dus, daar begint het mee. Maar ook verleiden, het zij nog maar eens gezegd. Is er sprake van voortschrijdend inzicht? Aluvihare knikt. “Nog niet zo lang geleden maakten we een stalling op het Oosterdokseiland bij de OBA. Een gezamenlijke in- en uitgang. Dat zouden we nu nooit meer doen. We leren steeds weer.”

Leguanen zonder tenen

De veertig bronzen varanen en leguanen, tezamen het kunstwerk Blauw Jan, zijn sinds vorige week week weer teruggekeerd in het Kleine-Gartmanplantsoen. Onder toeziend oog van kunstenaar Hans van Houwelingen werden de kunstwerken, die muurvast staan op lange ijzeren pinnen, afgeleverd. De aanleg van de fietsenkelder stelde Van Houwelingen in de gelegenheid onderhoudswerk uit te voeren. “Ze stonden er nog goed bij eigenlijk. Alleen zagen we dat er her en der tenen waren verdwenen, waarschijnlijk doordat maaimachines soms net te dicht langs de poten zijn gereden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden