PlusAchtergrond

Geen burn-outfabriek, wel buffelen in de Stopera

null Beeld anp
Beeld anp

In Den Haag wordt gesproken van een burn-outfabriek. In Amsterdam lijkt daar geen sprake van te zijn, maar druk is het wel. ‘Je kunt je afvragen of veel moties wel nodig zijn.’

Om 09.00 uur ’s ochtends is Johnas van Lammeren al druk bezig met de gemeenteraad. Hij moet bijvoorbeeld nog de Voorjaarsnota lezen, omdat er deze week over gedebatteerd wordt. Een taai financieel rapport, van 160 pagina’s en allerlei lastig leesbare bijlages. ’s Avonds staat er nog een vervoerscommissie op de agenda, waar hij geacht wordt aanwezig te zijn als fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren.

Van Lammeren is het langstzittende raadslid van Amsterdam – op papier een parttime functie. “Dat zou ik willen,” zegt Van Lammeren. Hij combineert zijn werk al ruim twaalf jaar met zijn baan als manager bij DTG, voorheen bekend als De Telefoongids. Zijn werk als raadslid bestaat niet alleen uit vergaderingen. Dat betekent ook: heel veel appjes en telefoontjes, van partijgenoten en Amsterdammers. En 24 uur per dag het nieuws volgen. Met gevoel voor understatement: “Een interessante, brede baan.”

Loeizwaar, zou je ook kunnen zeggen. Niet voor niets hebben Amsterdamse politici gevraagd om meer raadsondersteuning, geld waarmee partijen werk kunnen uitbesteden. Want niet alleen in burn-outfabriek Den Haag, maar ook in Amsterdam wordt de werkdruk steeds hoger. Met deze vraag om raadsondersteuning hopen partijen hun controlerende taak beter te kunnen uitoefenen.

Extra taken

Zo erg als in Den Haag is het in Amsterdam nog niet. Aan het Binnenhof vielen in een tijdsbestek van drie maanden drie politici uit: demissionair minister Bas van ’t Wout (Economische Zaken, VVD) zit overspannen thuis, CDA-­Kamerleden Harry van der Molen en Pieter Omtzigt hebben een burn-out.

In Amsterdam heeft Johnas van Lammeren de laatste jaren geen raadsleden of wethouders met een burn-out zien vertrekken, maar hij ondersteunt het verzoek wel.

In tegenstelling tot het werk in de Tweede Kamer is het raadslidmaatschap een parttime baan. Raadsleden verdienen 2500 euro bruto per maand, voor – formeel – een werkweek van 28 uur. Maar dat, kun je vaststellen, is een fictie. De afgelopen jaren heeft de gemeente extra taken vanuit het rijk gekregen. De Jeugdzorg, om maar wat te noemen. Zo’n grote klus dat vorige week nog duidelijk werd dat er miljarden vanuit het rijk bij moeten. Ook hebben de stadsdelen minder macht gekregen, waardoor de druk verder verschoven is naar de Stopera. Meer inspreekavonden voor burgers, dus meer avonden in de volle agenda van raadsleden.

Een andere oorzaak van de druk is de versplintering in het politieke landschap. Doordat er meer partijen zijn, voeren meer partijen het woord, waardoor debatten langer duren en er meer moties en vragen worden ingediend. Dat is terug te zien in de cijfers. In 2013 werden er 397 moties ingediend, in 2019 waren dit er 986. Ook is het aantal plenaire debatten aanzienlijk toegenomen: in 2010 werd van raadsleden verwacht 28 dagdelen aanwezig te zijn; het afgelopen jaar waren dit 42 dagdelen. En dat is nog exclusief alle vergaderingen van de acht commissies – waar raadsleden ook meermaals per maand bij aanwezig zijn.

In Den Haag werd dit ook als onderdeel gezien van de toenemende werkdruk. De vorige Kamervoorzitter Khadija Arib poogde het aantal moties terug te dringen, maar zonder succes. En ook in Amsterdam wordt gewezen op moties die ‘onnodig’ zijn: wethouder Marjolein Moorman (Armoede, Onderwijs) vroeg vorige week tijdens de algemene beschouwingen met succes aan Tjitske Kuiper (CU) om een motie in te trekken – omdat het antwoord eraankomt, en het anders overbodig werk oplevert.

Diederik Boomsma (fractievoorzitter van het CDA) zegt dat raadsleden inderdaad kritisch moeten kijken naar moties die worden ingediend. Boomsma: “Je moet je soms afvragen of een motie nog nodig is als een wethouder een toezegging heeft gedaan.”

Boomsma’s CDA is één van de kleine partijen in Amsterdam, met 1 van de 45 zetels. Desalniettemin wil hij in de lijn van de landelijke CDA op elk thema – van bouw tot klimaat tot kunst – een goed verhaal hebben. Maar de onderwerpen kan hij, met zijn ene zetel, niet onder collega’s verdelen. “Soms moet ik afwegen waar mijn prioriteiten liggen.”

Meer geld zou betekenen dat partijen communicatiemedewerkers en duoraadsleden – personeel dat voor een raadslid een dossier uitpluist – in dienst kunnen nemen. Tijd die er nu niet is voor complexe zaken als de erfpachtregeling, of bijvoorbeeld de procedure rond de verhuizing van Theater de Meervaart.

­Een andere wereld

Het werpt de vraag op of Amsterdamse raadsleden niet fulltime in dienst zouden moeten zijn. Zeventig procent van de raadsleden, zo bleek onlangs uit een onderzoek van AT5, is daarvoor. Van Lammeren: “De gemeente heeft een budget van bijna 7 miljard euro. Dat controleren is toch geen parttime taak?”

Niet iedereen is het hiermee eens, zoals Dennis Boutkan van de Partij van de Arbeid: “We worden dan beroepspolitici, terwijl het heel gezond is om wat te doen naast de politiek. Je beweegt je in een andere wereld. Een docent kan bijvoorbeeld vanuit zijn ervaring vertellen wat er op scholen gebeurt en dat mee het debat innemen.”

Boutkan herkent dat het lastig is om politiek te combineren met zijn privéleven – en geregeld verzet hij afspraken met familie of vrienden. Boutkan: “Raadswerk is hard werken, en daarom is het ook goed dat we samen kijken naar hoe het systeem veranderd kan worden. Zoals het systeem nu werkt, schiet het tekort.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden