PlusAchtergrond

Geboren in de Hongerwinter, levenslang op achterstand

Aan de babyfoto van Jantje Stijns is niets te zien van zijn achterstand door de Hongerwinter.Beeld Marc Driessen

De Hongerwinter kostte 20.000 mensen in West-Nederland het leven, in dezelfde tijd werden ook baby’s verwekt. 75 jaar later heeft die groep meer hart- en vaatziektes, suikerziekte, borstkanker en depressies, blijkt uit AMC-onderzoek.

Haar hele wetenschappelijke carrière houdt onderzoeker en hoogleraar Tessa Roseboom zich bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) bezig met het onderzoek naar Hongerwinter­baby’s. Haar verwachting was dat baby’s uit die tijd een slechtere gezondheid zouden hebben. Maar uit haar onderzoek, dat 25 jaar geleden van start ging, blijkt echter dat juist de baby’s van na de bevrijding, die in de Hongerwinter zijn verwekt, de gevolgen ondervinden van de ondervoeding van hun moeder.

“Dat komt doordat in de eerste twaalf weken van de zwangerschap alle organen worden aangelegd. Als de moeder dan te weinig eten en bouwstenen binnenkrijgt, heeft dit gevolgen voor de organen van haar kind,” aldus Tessa Roseboom (46), van huis uit bioloog.

Het onderzoek naar de Hongerwinterbaby’s werd mogelijk na de vondst van duizenden geboortedossiers van Amsterdamse kinderen op de zolder van de afdeling verloskunde van het oude Wilhelmina Gasthuis in het midden van de jaren tachtig. De onderzoekers wisten begin jaren negentig enkele duizenden van deze kinderen op te sporen. 900 van hen, die tussen november 1943 en februari 1947 zijn geboren, besloten mee te doen aan het unieke onderzoek.

Roseboom kent het fenomeen: haar ouders zijn Hongerwinterbaby’s. Ze pakt een stapeltje dossiers. “Kijk hoe uit­gebreid de moeder werd gevolgd. Alles is opgeschreven: niet alleen de bloeddruk en het ­gewicht van de moeder, maar ook de lengte, breedte en dikte van de placenta en de lengte van de navelstreng. De hoofd­omtrek van het ­baby’tje werd op drie punten gemeten. Dit doen we niet meer zo uitgebreid.”

Vaker werkloos

Het AMC-onderzoek begon met metingen van bloeddruk, cholesterolgehalte en gewicht bij de deelnemers. Er werd een suikertest gedaan en bloed afgenomen. Al bij de eerste metingen tussen 1994 en 1996 bleek dat de groep Honger­winterbaby’s, verwekt tussen november 1944 en april 1945, meer gezondheidsproblemen heeft dan andere groepen.

Roseboom: “Ze hebben vaker hart- en vaatziektes en overgewicht en lijden meer aan depressies. Vrouwen krijgen vaker borstkanker en het brein van mannen is kleiner in omvang dan bij andere mannen. Ook nier- en longziektes, suikerziekte, depressies en zelfs schizofrenie komen vaker voor. Op cognitief vlak scoren ze lager. Ze namen dan ook minder deel aan de arbeidsmarkt en waren vaker werkloos.”

De Hongerwinterbaby’s zijn vijf keer getest: op 50-, 58-, 62- en 68-jarige leeftijd, en nu nogmaals op hun 75ste. Roseboom: “Voor sommige mensen die zijn onderzocht, vallen de resultaten van hun mindere gezondheid eindelijk op een plek. Een deelneemster zei: ik snap nu waarom ik een slechtere gezondheid heb dan mijn zus en broer. Ik heb een slechte start gehad.”

In 2004, toen deze mensen 58 jaar oud waren, zijn er stresstesten gedaan. “We zagen dat deze groep ook stressvoller reageerde. Hun bloeddruk ging vaker omhoog tijdens het testen. Hun vaatstelsel wordt daardoor zwaarder belast. We zien ook dat ze vaker aan hart- en vaatziektes overlijden.”

Op dit moment wordt bij de groep 75-jarigen – er zijn nog 120 deelnemers – onderzoek gedaan naar het verouderingsproces. Daarbij wordt in het AMC een MRI-scan van de hersenen gemaakt. Tijdens het hersenonderzoek, geleid door universitair docent Susanne de Rooij, moeten geheugentests worden uitgevoerd om te zien hoe de hersenen functioneren.

Roseboom: “We hebben het idee dat deze groep sneller veroudert door de slechte start. Het sterftecijfer ligt tien procent hoger vergeleken met andere groepen. We onderzoeken nu of het brein kleiner wordt en harder achteruitgaat. Ook kijken we of de ondervoeding van hun moeder een risicofactor vormt om de ziekte van Alzheimer te krijgen.”

Investeer in hersenen

Roseboom wordt vaak gevraagd naar het nut van dit onderzoek. “We hopen dat we dankzij deze resultaten een les kunnen leren. Een op de vier kinderen wereldwijd is ondervoed. Een hele generatie kinderen in Jemen gaat last krijgen van de ondervoeding en zal met chronische ziektes kampen.”

Chronische ziekten zijn niet te genezen, maar moeten worden voorkomen, zegt Roseboom. “Er moet daarom voor goede voeding gezorgd worden voor moeders die in verwachting zijn. Er is genoeg eten om de hele wereldbevolking te voeden. Het voedsel moet veel eerlijker verdeeld worden, dan zouden meer kinderen een goede start maken. In mijn naïviteit denk ik: dat zou toch moeten kunnen.”

Roseboom ziet zich gesteund door de vorige president van de Wereldbank, Jim Yong Kim, die ruim drie jaar geleden op een internationaal congres liet weten dat investeringen in de hersenen van jonge kinderen belangrijker zijn dan geld voor wegen, bruggen en elektriciteit.

Roseboom is ook bezig geweest met onderzoek naar de gevolgen van de Hongerwinter op de volgende generatie. Ongeveer tweehonderd kinderen van Hongerwinterbaby’s deden hieraan mee, zowel via de vader- als de moederlijn. “Er zijn aanwijzingen dat de volgende generatie ook gevolgen van de Hongerwinter ondervindt, onder meer voor het gewicht. Kinderen van moeders zijn bij hun geboorte zwaarder, terwijl kinderen van vaders zwaarder zijn als volwassenen. We denken dat dit te maken heeft met aanpassing van de genen.”

‘Ik wilde graag meedoen aan het onderzoek’

Jan Stijns, gepensioneerd timmerman, is halverwege de Hongerwinter verwekt en werd 4 november 1945 geboren. Hij is een van de mensen die al 25 jaar meedoen aan het grote onderzoek van het AMC naar de gezondheid van Hongerwinterbaby’s. Zijn geboorte­dossier lag net als de registers van andere Hongerwinterbaby’s op de zolder van het Wilhelmina Gasthuis. Stijns: “Ik wilde graag meedoen omdat mijn gezondheid steeds wordt gecheckt, en de onderzoekers hebben er ook iets aan.”

Hij woonde de eerste jaren in de Zeeheldenbuurt. Zijn ouders hebben hem over de ­Hongerwinter verteld. “Het was hout sprokkelen en eten vergaren. Via de pont gingen ze naar de boeren in Noord-Holland om voedsel te vragen. Ze leden veel honger, net als de meeste Amsterdammers.”

Over zijn gezondheid is hij wel tevreden. “Maar ik heb door mijn werk wel asbest in de longen. Ik slik ook pillen voor mijn te hoge cholesterolgehalte en hoge bloeddruk.” Een van de verschijnselen waar meer Hongerwinterbaby’s last van hebben, is over­gewicht. Vanochtend stond Stijns toevallig nog even op de weegschaal. “Ik weeg exact 102 kilo,” zegt hij.

Of er gevolgen zijn voor de kinderen van Hongerwinterbaby’s moet nog duidelijk worden. Er zijn aanwijzingen dat er mogelijk effecten zijn. “Mijn zoon weegt 110 kilo. Misschien is het goed dat hij ook aan het onderzoek mee gaat doen.”

Jan Stijns.Beeld Marc Driessen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden