Plus

Gaat dat super-informatieteam van Grapperhaus er komen, en zo ja: hoe?

Wetenschappers en sleutelspelers in de opsporing zijn zeer kritisch over het in aanbouw zijnde Multidisciplinair Interventieteam (MIT) dat minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) wil inzetten tegen de zwaarste georganiseerde misdaad. 



null Beeld ANP
Beeld ANP

Dat bleek donderdag tijdens een ‘rondetafelgesprek’ in de Tweede Kamer over dat gezamenlijke team van politie, justitie, belastingdienst, Fiod, marechaussee en douane. Het MIT zou meer dan vierhonderd medewerkers moeten tellen en vanaf 2023 operationeel moeten zijn.

Twaalf sprekers uit de wetenschap, de politie, justitie, de Fiod, de marechaussee en het MIT schetsten in de Kamer een beeld van een organisatie in opbouw die op zijn zachtst gezegd nog worstelt met de precieze doelstellingen en bevoegdheden, maar die volgens sommige deskundigen in de huidige vorm nooit een succes kan worden.

Emeritus hoogleraar criminologie Cyrille Fijnaut herhaalde dat hij het MIT ‘het domste plan vindt in de geschiedenis van de Nederlandse politie’. “Het paradepaard van de minister is al kreupel voordat het heeft kunnen lopen,” zei de nestor van de Nederlandse criminologen. Het MIT is ‘een strategische blunder’ en wordt ‘een gemene splijtzwam’ binnen de opsporing, omdat een belangrijk deel van medewerkers wordt gerekruteerd uit bijvoorbeeld de recherche.

Hoogleraar strafrecht Marianne Hirsch Ballin heeft ‘nog veel vragen’. “Wat gaat het MIT precies doen? Informatie vergaren en verwerken, maar hoe?” Ze waarschuwde dat ‘nieuw land betreden’ wordt wat de bevoegdheden van het nieuwe instituut betreft. “Laten we alsjeblieft niet omwille van snelheid zaken slecht regelen, maar fundamenteel nadenken over hoe we regelen dat dit goed gaat.”

Hoogleraar John Goedee, expert op het vlak van samenwerking en regie, stelt vast dat betrokken deskundigen ‘elkaar voor domoor uitschelden’, maar dat er ondertussen geen duidelijk beeld is van wat het MIT precies moet zijn. “Wat moet het resultaat zijn? Wie heeft welk mandaat? Dat zie ik in geen enkel stuk. Als daarover geen overeenstemming is, wordt het helemaal niks,” zei Goedee. “Als u niet heel precies bepaalt welke tastbare resultaten u zou willen bereiken, kunt u het geld net zo goed aan mij geven.”

Minister Grapperhaus presenteerde het plan voor de super-informatiedienst kort na de moord op advocaat Derk Wiersum van kroongetuige Nabil B., in september 2019. Inmiddels is het team volop in opbouw, maar is nog héél veel onduidelijk over de werkwijze en het ultieme doel, stelde ook hoofd Andy Kraag van de Landelijke Recherche vast.
“Onze bestaande informatiepositie is ijzersterk,” zei Kraag. “Ik onderschrijf de uitgangspunten en het gedachtegoed achter het MIT, maar de vraag is of je daar een aparte organisatie voor neer moet zetten. We moeten mijns inziens geen extra schotten plaatsen, maar ons succesvolle fundament versterken zodat we georganiseerde criminaliteit keihard kunnen bestrijden. Ik heb geen behoefte aan ronkende teksten, maar aan ronkende resultaten.”

Ook zijn collega-commissarissen van de politie noemen het ‘complex’ hoe de zes organisaties met heel verschillende achtergronden goed en verantwoord kunnen samenwerken. Ze vragen ‘precisie’ en willen niet dat verschillende organisaties elkaar gaan overlappen, of helemaal los van elkaar zullen staan als concurrerende diensten. Ze willen dat ook voor buitenlandse overheden en instanties overduidelijk is welke rol welke organisatie heeft. De Nederlandse opsporing moet ‘internationaal één gezicht houden’.
Vrijwel alle partijen willen dat de Tweede Kamer nog eens heel goed kijkt naar alles omtrent het MIT. Waar de één het liefst zou zien dat het hele plan alsnog van tafel gaat, wil de ander dat ‘in tijd en rust’ goed opnieuw wordt bedacht hoe het team er uit moet zien en welke bevoegdheden het krijgt.

Lid Monique Mos van het team dat de ontwikkeling van het MIT leidt, erkent dat het samenwerken ingewikkeld is en concludeert dat ‘de discussie meer over het MIT zelf gaat dan over de inhoud van het werk dat we moeten doen’. “We hebben een helder mandaat en sturing nodig. We hebben wetgeving nodig, vooral over het delen van informatie.”

Eind deze maand stelt de Tweede Kamer aanvullende vragen aan de minister, daarna zal waarschijnlijk een verhit debat volgen dat moet uitwijzen óf en hoe het MIT verder gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden