PlusAchtergrond

Frits Neijts: ‘Vraag ouderen hoe het zit!’

Amsterdam betekent méér voor ze dan alleen maar een plek om te wonen. Ze zijn hier ter aarde gekomen en willen nooit meer weg. In deze serie vertellen echte Amsterdammers over hun innige, opmerkelijke en liefdevolle band met onze stad.

Frits Neijts. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Frits Neijts.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

Leeftijd: 92

Beroep: gepensioneerd bedrijfsleider indoor verlichting

Burgerlijke staat: weduwnaar van Ans Neijts, vader van 4 kinderen en grootvader van 8 kleinkinderen

Woongeschiedenis: Amsterdam-West, -Noord, -West

“Over ouderen wordt te veel beslist door jonge ambtenaartjes. Dan denk ik: vraag gewoon aan ons hoe het zit, wij zijn mondiger dan jullie denken! Onder andere over dat thema heb ik vorig jaar voor de PvdA in Amsterdam-West een lezing gehouden. Socialist blijf ik zolang ik adem kan halen. Dat strijdbare heb ik van mijn moeder, die zat voor de oorlog al in het bestuur van de SDAP. Eerlijk gezegd ben ik ook lang kwaad geweest op de partij. In de tijd van Wim Kok was dat. Man, man, het ging veel te veel naar rechts. Begin dit jaar, op mijn 92ste, ben ik pas weer lid geworden.”

Rood bolwerk

“Amsterdam is altijd een rood bolwerk ge­weest. De stad van Wibaut, De Miranda, grote namen... En Eberhard van der Laan natuurlijk. Dat was mijn grote vriend. Toen ik met vrouw en kinderen in de Trompstraat in West woonde, was hij onze buurman en kwam hij elke zondagmorgen bij ons thuis om te praten over politiek. Eberhard was een echte sociaaldemocraat die op bijeenkomsten de bobo’s voorbijliep en direct afstapte op de mensen waar het werkelijk om ging. Prachtig!”

“Ik woon sinds mijn geboorte in Amsterdam en vooral in mijn jeugd ben ik veel verhuisd. Mijn moeder schreef zich namelijk steeds opnieuw in voor een andere sociale huurwoning. Dat deed ze omdat je – als je een nieuwe kreeg ­toegewezen – een maand geen huur hoefde te betalen en alles fris werd behangen. Ze moest financieel creatief zijn, want ze was niet ge­trouwd met mijn vader, een Joodse zakenman die onder meer directeur van de Hollandsche Schouwburg was. En die liever de mooie jongen uithing met zijn zakenvriendjes dan dat hij voor zijn gezin zorgde.”

Leven gered

“Toen de oorlog uitbrak, was ik een jaar of twaalf. Mijn vader dook al snel onder, boven een drogisterij in de Cornelis Schuytstraat. Aangespoord door mijn moeder, die van partijgenoten in Berlijn had gehoord over de arrestaties van Joden in de Kristallnacht. Ze heeft daarmee zijn leven gered. Mijn vaders zussen in Amsterdam-Zuid dachten dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen en hebben het niet overleefd. Na de oorlog zijn mijn ouders alsnog met elkaar getrouwd, maar een goed huwelijk is het nooit geweest.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden