Forse winstdaling Amsterdamse ggz-instelling Arkin

De Amsterdamse ggz-instelling Arkin – waar onder meer Jellinek, Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam en traumacentrum Sinaï onder vallen – kende een moeizaam financieel jaar. Door hoge loonkosten en een terugbetaling aan zorgverzekeraars is het geld in kas gehalveerd.

Onder meer verslavingskliniek Jellinek valt onder Arkin.Beeld ANP

Dat blijkt uit de jaarrekening van 2019. Er is een positief resultaat van 450.000 euro, terwijl dat in 2018 nog 3,5 miljoen was: een winstdaling van ruim 85 procent. De liquiditeitspositie – het geld in de kas – verslechterde: van 33 miljoen euro naar 17 miljoen.

“Maar we kunnen gewoon aan onze betalingsverplichtingen blijven voldoen,” zegt bestuursvoorzitter Jeroen Muller. “Arkin heeft genoeg vet op de botten.”

De voornaamste reden voor het afgenomen resultaat zijn de loonkosten voor zzp’ers en uitzendkrachten. Die namen met meer dan de helft toe tot 20 miljoen euro. Ook deed Arkin een geplande terugbetaling van 5 miljoen euro aan zorgverzekeraars voor niet-gecontracteerde zorg.

Dure zzp’ers

Bij andere grote ggz-instellingen is er eveneens druk op de financiën. Parnassia, Nederlands grootste instelling voor geestelijke gezondheidszorg, leed in 2018 een verlies van 29 miljoen euro. Het Amsterdamse GGZ Ingeest boekte in hetzelfde jaar een negatief resultaat van 10 miljoen euro. Parnassia en GGZ Ingeest publiceerden nog geen cijfers van 2019.

Dat zzp’ers te zwaar op de loonlasten van Arkin drukken, bleek in november vorig jaar al bij het verlieslijdende Inforsa, een tbs-kliniek op de Duivendrechtsekade die ook onder de koepelorganisatie valt. “Door schaarste aan personeel worden steeds meer werknemers zzp’er,” zei directeur bedrijfsvoering Dick de Wit destijds.

“Een psychiatrisch verpleegkundige die als zelfstandige wordt ingehuurd, is per jaar 30.000 euro duurder dan een vaste kracht.” Vanwege de lage behandelvergoeding spande Inforsa met andere forensische instellingen een rechtszaak aan tegen het ministerie van Justitie en Veiligheid, dat de vergoeding daarna verhoogde.

Tijdens de coronacrisis heeft Arkin net als veel andere zorginstellingen minder behandelingen uitgevoerd dan voorzien. De instroom van cliënten daalde met bijna 40 procent. “De mensen die wegbleven, waren bang voor het virus of hadden relatief milde klachten,” aldus bestuursvoorzitter Muller. Ook verwezen huisartsen nauwelijks cliënten door.

Uitstel van betaling

Door het gedaalde aantal cliënten lopen ook de inkomsten terug. In afwachting van compensatieregelingen heeft Arkin van de Belastingdienst en het pensioenfonds uitstel van betaling gevraagd en gekregen. Bestuursvoorzitter Muller stelt dat dit vooral uit voorzorg is gebeurd. Zonder toereikende compensatieregeling is er een gerede kans dat Arkin niet kan voldoen aan een financiële maatstaf die de banken hanteren voor de kasstroom. Vooruitlopend daarop maakt Arkin al afspraken met de banken.

In een zoektocht naar meer inkomsten is de Amsterdamse instelling ook aangesloten bij bezwaarprocedures tegen de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa). De inzet is een hogere behandelvergoeding. “De NZa bepaalt de kostprijs van behandelingen op gedateerde gegevens, wat leidt tot oneigenlijk lage vergoedingen,” aldus Muller.

De coronacrisis betekent wel goed nieuws voor cliënten die op een wachtlijst staan: de wachttijd loopt terug. “Dat geldt vooral voor cliënten die intern bij ons zijn doorverwezen,” aldus Muller. “Niet zozeer voor mensen die wachten op een eerste afspraak.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden