Plus Klapstoel

Foam-directeur Marloes Krijnen: ‘Ik ga niet achter de geraniums’

Marloes Krijnen (1955) is directeur van Foam. Na achttien jaar gaat ze weg bij het fotografiemuseum. Door de gemeente Amsterdam is ze onderscheiden met de Frans Banninck Cocq Penning.

Marloes Krijnen Beeld Harmen De Jong

OLVG

“Ik ben er geboren, mijn man Jaap is er geboren en mijn kinderen Katrien en Philip zijn er geboren. Bij beide kinderen zijn we op weg in de ­auto van het OLVG naar huis in Zuid even plechtig gestopt op de brug naar de Ceintuurbaan: ‘Zo, dit is de eerste keer dat je de Amstel overgaat.’ Mijn vader was ook een Amsterdammer, mijn moeder kwam uit Twente. Ik ben een echt stadsmens, maar als ik naar buiten ga, dan graag de kant op waar mijn moeder vandaan kwam, bij Diepenheim. Dat is de mooiste plek van Nederland. Ik kom uit een liberaal ­gezin, een goed nest. Mijn zusje en ik zijn vrij opgevoed. Het was nooit: zo moet het. Mijn ­ouders zeiden: ‘Eigenlijk vinden wij dit, maar als jij het anders wilt doen, dan kan dat.’ Mijn vader was biochemicus en directeur van het Centraal ­Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst. Mijn moeder was verpleegkundige. Toen mijn zusje en ik eenmaal twaalf jaar waren, zei ze plotseling – tot ieders verbazing, maar heel goed natuurlijk: ‘Ik heb een baan.’”

World Press Photo

Van 1989 tot 1998 was ik er directeur, mijn eerste baan in de fotografie. Ik had politicologie gestudeerd met als specialisatie massacommunicatie, maar daar kon je begin jaren tachtig ­onmogelijk een baan in vinden. Ik heb toen eerst als ambtenaar op het ministerie van Milieubeheer gewerkt, bij internationale zaken. Later werd ik algemeen secretaris bij Amsterdam Promotion. Van de directeur pr van KLM hoorde ik dat ze bij World Press Photo, waar hij ­bestuurslid was, een nieuwe directeur zochten. Mijn zoon was net geboren en Jaap en ik hadden afgesproken even kalm aan te doen met ­banen, maar ik heb hem meteen gebeld: ‘Hier word ik wel heel onrustig van, ik ga solliciteren.’ Het was de eerste baan die aansloot op mijn ­studie: persvrijheid en massacommunicatie hebben alles met elkaar te maken natuurlijk.”

Dutch Delight

“De eerste tentoonstelling in Foam. Ik heb er goede herinneringen aan. We wilden beginnen met een overzicht van de Nederlandse fotografie en kozen daar een klassiek thema bij: het ­Nederlandse licht. Daar vraagt ze een kunsthistoricus als curator voor, dacht iedereen, maar ik vroeg Erik Kessels. Die genoot al wel bekendheid als vernieuwend reclamemaker; dat hij ook veel met fotografie had was minder bekend. Ik wist het, omdat bureau KesselsKramer een verdieping lager zat in het gebouw van World Press. Ik dacht: als er iemand op een ­bijzondere manier zijn licht kan laten schijnen op het thema, is hij het.”

“Het werd een geslaagde eerste tentoonstelling, de stad wist meteen wie wij waren. Aan de gevel hing een enorme foto van Hellen van Meene. De opening was een gekkenhuis, de mensen stonden tot op de gracht. En iedereen kreeg een exemplaar van het eerste nummer van ons eigen Foam Magazine.”

Mario Testino

“Eigenlijk onze eerste echte blockbuster, begin 2003. Iedereen vond het fantastisch hoe het er hier toen uitzag, de muren knalblauw en knalgroen en daarop al die foto’s van bekendheden en modellen. Het hele gebouw was Testino. Het was ook de eerste keer dat de buitenwacht zei: ‘O, dat is ook Foam, dat kunnen ze ook.’ We hebben er goede reacties op gekregen. Met Mario is het anders gelopen. Vorig jaar werd hij door ­assistenten en modellen beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag.”

200.000 bezoekers

“Per jaar. Het is belangrijk dat er veel bezoekers komen. Van begin af aan is de opzet van Foam: dit is een plek waar mensen van fotografie kunnen genieten en waar we ze alle facetten van het medium laten zien. We zijn geen groot museum, maar er zijn minimaal vijftien tentoonstellingen per jaar. Mensen weten dat er altijd iets is wat ze interesseert. Een derde van de bezoekers is Amsterdams, een derde komt uit de rest van Nederland en een derde is buitenlands, precies zoals we het willen. De ­gemiddelde leeftijd van de bezoekers is, in vergelijking met andere musea, laag: rond de 34, 35 jaar. De leeftijd is wel afhankelijk van wat we ­tonen. Op klassiekers komen ook klassiekers af.”

Frankrijk

“We hebben een huis in de Périgord: zelf gebouwd, toen we nog studeerden. Jaap had wat geld geërfd van zijn grootvader en in de buurt van het vakantiehuis van zijn ouders lag een stuk grond te koop voor nul komma niks. Van een vriendje dat binnenhuisarchitectuur deed aan de Rietveld kregen we een plattegrond voor een huis. In drie jaar was het klaar. ‘Hè, nu al?’ zeiden de vrienden die ons hadden geholpen, dus toen hebben we ook nog een bijhuis met ­garage gebouwd. Voor mijn werk kwam ik ook vaak in Frankrijk. Ik kom net terug van het fotofestival in Arles, dat vijftig jaar bestaat. We zijn lang bezig geweest daar een tentoonstelling van Foam te krijgen, dit jaar lukte het. De tentoonstelling On Earth, met werk uit onder meer de eigen collectie, is er in première gegaan. Volgend jaar is hij in Foam zelf te zien.”

Nederlands Fotomuseum

“De collega-instelling in Rotterdam waar we ­regelmatig contact mee hebben. We werken elk op onze eigen manier. Ze hebben een fantastische collectie, niet zozeer van werken, maar van complete archieven. Ik denk dat wij meer op een groot publiek zijn gericht. We hebben ­altijd veel aan marketing gedaan. We zijn ook internationaler, wat logisch is natuurlijk, het Nederlands Fotomuseum is ook echt dat: Nederlands. Het Fotomuseum Den Haag is ook anders dan wij. Ten eerste, omdat ze onderdeel zijn van het Gemeentemuseum Den Haag, ten tweede omdat ze vanaf het begin hebben gekozen voor de meer geënsceneerde fotografie.”

Joop van den Ende

“Ik had het net over marketing. Voor ons is het altijd belangrijk geweest zichtbaar te zijn. Daarin hebben Joop en vooral zijn vrouw Janine ons vanaf het begin enorm ondersteund. Dankzij de Van den Ende Foundation hing de stad meteen in het eerste jaar vol met onze posters en hadden we een muppycampagne. En toen ze zagen dat we het goed deden, konden we dankzij hen ook iemand in dienst nemen die zich met pers en publiciteit bezighield. Janine is echt geïnteresseerd in fotografie. De fotocollectie van het DeLaMar – er hangen daar prachtige foto’s – heeft ze zelf opgebouwd. Janine heeft ons wel geraadpleegd, is ook met ons mee geweest naar bijvoorbeeld Paris Photo, maar ze maakte haar eigen keuzes, voor foto’s die een relatie met theater hebben.”

Marcel Feil en Nynke de Haan

“Mijn opvolgers, tot voor kort allebei adjunct-directeur. Met Marcel heb ik vijftien jaar ­samengewerkt. Hij is de aardigste, kundigste… Nou ja, ik zou zo zeker twintig superlatieven kunnen bedenken die allemaal van toepassing op hem zijn. Hij heeft in belangrijke mate, vooral inhoudelijk, bijgedragen aan wat Foam nu is. Nynke werkt pas kort bij ons. Zij is iemand die het zakelijke goed in de vingers heeft. Ze werkte onder meer bij organisatieadviesbureau Berenschot en de Stadsschouwburg, en ze heeft ook veel gevoel voor fotografie.”

Fiat Panda

“Kijk, daar staat hij, aan de overkant van de gracht, verkeerd geparkeerd. De Panda werd in 1980 geïntroduceerd. Een jaar of vijf daarna zullen tweedehandsexemplaren op de markt zijn gekomen en toen heb ik mijn eerste ­gekocht. Er zijn er veel gevolgd, altijd tweedehands. Het is een compacte auto, maar als je de achterbank neerklapt, kun je er veel in kwijt. Ik heb mijn kinderen er binnen Amsterdam al een paar keer mee verhuisd. Fotografen haalde ik er ook mee op van Schiphol. Mario Testino zat ­gewoon in mijn Pandaatje.”

Richard Avedon

“Foam richt zich op jong talent, maar het was toch wel wat om in 2009 zo’n beestachtig grote naam in huis te hebben. We organiseerden de tentoonstelling in samenwerking met het Jeu de Paume in Parijs en Martin-Gropius-Bau in Berlijn. Dat was toch een overwinning: we ­zaten op het niveau van dat soort belangrijke musea, telden internationaal mee. Waar ik ook trots op ben, is dat de Kunstraad ons nu tot een van zeven internationale topinstellingen van de stad rekent, net als bijvoorbeeld het Stedelijk, het Concertgebouw­orkest en het Holland Festival.”

Geraniums

“Ik ga niet achter de geraniums, ik ga het wel rustig aan doen. Er komt veel op me af, maar ik wil eerst eens een tijdje voor me uit staren. Je hoort mensen na hun pensioen wel eens zeggen: ik heb het drukker dan ooit. Als ik dat zou willen, was ik gewoon bij Foam gebleven. Daar had ik de leukste baan van de wereld. Mijn man is al gestopt met werken. We hebben kinderen, een kleinkind, vrienden; aan hen wil ik tijd ­besteden, eindelijk eens niet gehaast. En zoals verplicht voor vrouwen van boven de 55 ben ik lid van een leesclub. We lezen nu Anna Kare­nina, in de nieuwe vertaling van Hans ­Boland. Voorheen kon ik van zo’n boek alleen tussendoor stukjes lezen. Ik verheug me er zeer op het straks in één keer uit te lezen.”

Jacques Grishaver

“Herdenken is belangrijk, zeker in deze tijden. Het is ook belangrijk dat er duidelijkheid is over een zo gevoelig onderwerp. Er is recht gesproken met betrekking tot het Joods Namenmonument en op grond daarvan kunnen besluiten worden genomen. Dat is goed, dit soort zaken moet niet te lang voortslepen.”

In Foam is deze zomer de tentoonstelling ‘Silver Lake Drive’ van Alex Prager te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden