PlusInterview

Femma Fleijsman overleefde de gruwelen van het kamp Auschwitz

Femma Fleijsman: ‘Mijn ­moeder vroeg me wel wat er gebeurd was, maar dan dacht ik steeds aan mijn broertje Joseph.’Beeld Marleen Kuipers

Auschwitz werd 75 jaar geleden bevrijd. Femma Fleijsman zat in de ziekenbarak waar Josef Mengele gruwelijke experimenten deed. Ze sprak er nooit over, maar de laatste jaren doet ze dat wel. ‘Hoe moeilijk dat ook is.’

Femma Fleijsman, een kleine Joodse vrouw van 91, beent door haar woonkamer in Amsterdam-West. Praten over Auschwitz doet ze niet graag. Met haar zoons aan haar zijde lukt het haar beter om over het verleden te vertellen.

Ze is het kind van de Joodse Anna van der ­Linden (1895-1978) en de niet-Joodse Bertus Reijgwart (1894-1978). Ze woonde met haar ­ouders in de Derde Oosterparkstraat, op 84 2 hoog, in Oost. Haar moeder runde het huishouden, haar vader werkte als glazenwasser.

Als kind uit een gemengd huwelijk liep ze na het uitbreken van de oorlog niet direct gevaar, maar ze was na haar geboorte in 1928 geregistreerd onder een andere achternaam: Swaalep. De naam is afkomstig van de Joodse koopman Salomon Swaalep, die de eerste man van haar moeder was. “Mijn moeder was tijdens mijn geboorte nog niet gescheiden van Swaalep. Ik had dus officieel gezien vier Joodse groot­ouders.”

Die onjuiste registratie zou haar leven drastisch veranderen. Twee jaar na het uitbreken van de oorlog dook haar moeder onder. Eerst bij een Duitse vriendin uit de straat, later bij haar zwager Theo Reijgwart in de Tweede Atjehstraat. Ze zou er de hele oorlog blijven. Werden er invallen gedaan, dan kroop haar moeder, klein van stuk, in een ruimte achter een keukenkastje.

“Mijn ome Theo had thuis foto’s van Hitler op het dressoir gezet en een krantje van de NSB ernaast gelegd. Een kennis van mijn vader kwam een keer klagen dat hij er geen aardap­pelen meer naartoe wilde brengen. Mijn vader vertelde hem toen dat die spullen er lagen om zaken te verdoezelen.”

Femma droeg in de oorlog geen Jodenster. “Mijn vader zei: ‘Je bent mijn kind en je bent christen.’ Ik zag er niet-Joods uit met mijn blonde haar en blauwe ogen.”

Toch gebeurde het onvermijdelijke. Op 6 ­januari 1944 werd er aangebeld in de Derde ­Oosterparkstraat. De 16-jarige Femma was alleen thuis en deed nietsvermoedend open. “Ik moest direct meekomen, zeiden twee Nederlandse mannen. Ik vroeg aan hen of ik mijn vader mocht roepen die ergens de ramen aan het lappen was, maar dat mocht niet. Achteraf was ik blij, hij had ze waarschijnlijk wat aan­gedaan.”

Calmeyerlijst

Femma werd naar de Euterpestraat gebracht – tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat –, naar het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst en ondervraagd. “Ze wilde weten waar mijn moeder was. Maar ik zei dat zij allang weg was. Mijn moeder had me ingepeperd dat ik altijd moest zeggen dat ik van niets wist.”

Na een week in het Huis van Bewaring op de Weteringschans ging ze door naar Westerbork. “Er is gezegd dat ik verraden ben door een vrouwtje uit mijn straat.” Haar vader deed verschillende pogingen om aan te tonen dat Femma zijn kind was en haar op zijn naam te krijgen. Hij nam een advocaat in de arm en diende een verzoek in om zijn dochter op de zogeheten ­Calmeyerlijst te krijgen, een lijst van mensen die bewezen hadden dat zij niet of slechts ten dele van Joodse afkomst waren. Hans Calmeyer, het afdelingshoofd, wees het verzoek af.

In maart 1944 werd Femma gedeporteerd naar Bergen-Belsen en in augustus van dat jaar ging ze door naar Auschwitz. “Ik werd ontluisd en kaalgeschoren. Ik moest werken in de loopgraven.” Op een dag sloeg een vrouwelijke kapo, een Pools-Joodse vrouw, met een geweerkolf haar tanden uit haar mond, ­omdat ze praatte.

Na een tijd werd Femma heel ziek en kwam ze in de ziekenbarak in Auschwitz-Birkenau terecht. Daar voerde kamparts Josef Mengele gruwelijke medische experimenten uit op de patiënten. Femma kreeg vele malen in­jecties toegediend. “Mengele kwam vaak kijken. Hij keek me recht in mijn ogen aan. De blauwe ogen vielen hem kennelijk op. Ik bleef bidden en dacht steeds: ik kom weer naar huis.”

Vele patiënten eindigden in de gaskamers. “Ik weet nog dat een Hongaars meisje naar de gaskamer moest. Ik moest in mijn bed blijven liggen.”

Van Odessa naar Marseille

Op 27 januari 1945 werd Auschwitz bevrijd. Femma’s ‘vader’ Salomon Swaalep maakte de bevrijding niet meer mee, hij was al op 15 ­december 1942 in Auschwitz vermoord. Ook haar zes jaar oudere halfbroer Joseph Swaalep (1922), een kind uit het eerste huwelijk van haar moeder, leefde toen niet meer. Hij was, zo bleek later uit documentatie, eind maart 1944 in ­Midden-Europa omgekomen.

De bevrijding van Auschwitz door het Rode Leger herinnert Femma zich nog goed. Terwijl de nazi’s 60.000 gevangenen meenamen op de dodenmarsen, bleef zij met de andere zieke slachtoffers achter in de ziekenbarak. “De mensen kropen na de komst van de Russen uit bed en liepen naar Auschwitz I, het Stammlager. De soldaten gaven ons te eten. Wij waren zo blij. We dachten dat we meteen naar huis konden, maar dat was niet zo.”

Femma werd met andere slachtoffers naar Odessa, aan de Zwarte Zee, gebracht en voer met de passagiersboot Monoway naar Mar­seille. Vandaar ging ze via Eindhoven naar het Centraal Station in Amsterdam. Ze werd naar huis gebracht. “Ik was zo bang dat ik mijn ouders niet meer had. De vrouw die me vergezelde, ging daarom kijken of ze thuis waren. Mijn moeder kwam naar buiten. Ik liep langzaam op haar af. Toen viel mijn moeder flauw van emoties.”

Femma huilt, voor het eerst tijdens het interview. Zoon Henny Fleijsman (62) slaat een arm om haar heen. Het hondje van Femma kruipt naast haar op de bank. “Ik was net zeventien maar ik moest op schoot zitten van mijn moeder. Mijn vader herkende me niet. Hij vroeg: wat kom jij hier doen?”

Getraumatiseerd

Na de oorlog pakte Femma het leven weer op. Ze trouwde en kreeg drie zonen en twee dochters. Ze liet hen meteen dopen, zodat ze als katholiek geregistreerd staan. Over het kamp sprak ze nooit. Niet tegen haar ouders en niet tegen haar kinderen. “Mijn ­moeder vroeg me wel wat er gebeurd was, maar dan dacht ik steeds aan mijn broertje Joseph. We weten niet waar en hoe hij is omgekomen. Als ik mijn moeder over het kamp zou vertellen, zou ze aan hem denken. Vertellen over gas­kamers, dat doe je toch niet.”

De zwaar getraumatiseerde Femma duwde ­liever het verleden weg. Eind jaren zestig liepen de spanningen op. De herinneringen werden haar te veel. Ze sprak uiteindelijk met psychiaters van Centrum ’45 over het kampleven.

Femma Fleijsman zit stil op de bank en kijkt naar haar zoon. “Jullie hebben toch een leuke jeugd gehad?” zegt ze, half vragend.

Langzamerhand kregen ook de kinderen meer te horen over haar tijd in Auschwitz, ook door de interviews die ze de laatste jaren heeft gegeven. Over haar leven verschijnt over enkele maanden een boek en er komt een film uit.

Eind 2018 bracht Femma met haar drie zonen Henny, Ruud en Ron een bezoek aan Auschwitz. “Ik wilde zien wat daar allemaal gebeurd was. Ik wilde ook meer te weten komen over mijn broer. Het was zo vreemd. Ik zag dingen die ik eerder niet had gezien, bijvoorbeeld de foto’s van de douches. Die heb ik niet gezien toen ik daar zat.”

Henny: “Mijn moeder werd geconfronteerd met de meest afgrijselijke dingen. De bergen kleding, schoenen, haren. Eigenlijk begrepen wij pas na dat bezoek wat mijn moeder had meegemaakt. Het is niet te bevatten. Ze heeft heel veel geluk gehad. Het is eigenlijk een raadsel dat ze het heeft overleefd.”

Femma wrijft over haar linkerarm, waarop haar nummer staat: 83018. “Iedereen duikt nu boven op me omdat ik het heb meegemaakt. Ik ben blij dat ik er nog ben en het verhaal van Auschwitz kan vertellen, hoe moeilijk dat ook is. Maar ik doe dat voor allen die het kamp hebben meegemaakt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden