PlusExclusief

Fatima Elatik: ‘Ik ben een Zuidmeisje’

Fatima Elatik: ‘Toen we het Oosterpark ­gingen verbouwen, wilde ik per se dat het pierenbadje uit mijn jeugdherinnering terug zou komen.’ Beeld Erik Smits
Fatima Elatik: ‘Toen we het Oosterpark ­gingen verbouwen, wilde ik per se dat het pierenbadje uit mijn jeugdherinnering terug zou komen.’Beeld Erik Smits

Fatima Elatik werkte jarenlang in de Amsterdamse politiek en wilde verantwoordelijkheid nemen voor de stad. Tot ze bedacht: wat bezielde me? ‘Ik heb de lelijkheid gezien van het systeem dat ik altijd had gediend en dat mij zo liet vallen.’

Robert Vuijsje

Toen Fatima Elatik stadsdeelwethouder werd in Zeeburg was haar eerste actie: het woord ‘migrant’ schrappen uit alle beleidsstukken. “Ik vond dat zoiets raars. Om Ali, die hier al veertig jaar woont, een migrant te noemen – terwijl jij zelf net tien jaar in Amsterdam bent: hoe haal je het in je hoofd?”

“We waren met vier stadsdeelwethouders. Ik was de enige die zijn hele leven in Amsterdam woonde. De andere drie waren witte mannen, allemaal hierheen verhuisd toen ze gingen studeren. Als ze ergens heen moesten, in West of zo, wisten ze de weg niet, ik moest het ze uitleggen. En dan zou ík de allochtoon zijn?”

Fatima Elatik is net terug uit Parijs, waar ze als directeur van de Patta Academy een bespreking had. Na een lange gemeentelijke politieke carrière heeft ze zich verbonden aan deze Academy, die onderdeel is van streetwearmerk Patta en de Patta Foundation. Vanuit het hoofdkantoor van ABN Amro op de Zuidas volgen jongeren cursussen en workshops over persoonlijke ontwikkeling en ondernemerschap, leidend naar een certificaat.

“Jonge mensen die talentvol en creatief zijn, maar een netwerk missen om daar iets mee te kunnen. Na negen maanden was er een diploma-uitreiking op een podium, op dat moment dacht ik: dit is het beste dat ik in mijn leven heb gedaan. Als je de groei hebt gezien die ze doormaakten. Het was alsof al mijn ervaringen bij elkaar kwamen, die ik kon doorgeven aan deze jongeren.”

Waar Elatik normaal in hoog tempo doorpraat, is ze nu even stil. “In 2014 is mijn dochter dood geboren, in 2018 overleed mijn vader. Tijdens het verwerken daarvan bedacht ik: wat wordt mijn legacy, wat laat ik hier nou achter? Ja, als stadsdeelvoorzitter in Amsterdam-Oost heb ik gewerkt aan het opknappen van die buurt, het is heel mooi geworden, maar er moet meer zijn. Nu wil ik mijn kennis doorgeven aan de volgende generatie, zodat zij beter in de game stappen dan ik dat heb gedaan.”

We zitten in de Rivierenbuurt, waar die game begon. “In de Uithoornstraat. Kleur en etniciteit bestonden niet. Ik dacht dat ik een gewoon Amsterdams meisje was. Aan de overkant woonde tante Diny, die vaak naar de Overtoom moest om hobbyspullen op te halen. Mijn vader bracht haar. Dit voelt als thuis. Blikkie trap spelen op straat, naar de bibliotheek gaan.”

Elatik wijst naar buiten. Naar de Jekerstraat, waar de lagere school stond. Op de Bouschraschool kregen Marokkaans-Nederlandse leerlingen zowel het Nederlandse lespakket als onderwijs in Arabische taal en cultuur. “De gedachte was, ook bij Nederlanders, dat we terug zouden gaan en dan spraken we vast de taal. Nou, mijn vader liep al sinds 1963 rond in Europa, die wist dat we echt niet teruggingen naar Marokko. Maar hij was een geletterde man, ze wilden dat we Arabisch zouden leren. Ik kan nu boeken lezen in die taal, heb geen imam nodig om me uit te leggen wat er staat.”

Waarom wilde u de politiek in?

“Ja, waarom wilde ik dat, wat bezielde me? Ik wilde verantwoordelijkheid nemen voor het leven in mijn stad. En laten zien dat we erbij hoorden, dat Marokkanen niet slecht waren. Als ik oude interviews terugzie, schaam ik me. Steeds benadrukken: ik hou ook van Hazes en de Febo, hoor. Waarom zou ik dat moeten bewijzen, van anderen wordt het toch ook niet gevraagd? Ik had bijna megalomane gedachten: wanneer ik het goed doe als politicus heeft de generatie na mij minder last. Je moet natuurlijk sowieso aan grootheidswaan lijden om de politiek in te gaan, zo van: ik ga het wel even regelen.”

“In de politiek werd ik ook voor het eerst gezien als anders. Bij de PvdA kwamen we met vijftien leden in de gemeenteraad, samen met Peter Meijer was ik weer de enige Amsterdammer die hier zijn hele leven had gewoond. Ik weet nog dat ik in de Stopera bij de inauguratie stond met Amma Asante, als twee giechelende meisjes. Ik was 24, zij 25. Onze ouders zaten op de tribune, die waren zo trots. We lachten en ineens verscheen er een fotograaf voor onze neus. De volgende dag stonden we met z’n tweeën op de voorpagina van Het Parool. Ik vroeg haar: waarom, wij zijn toch normaal? Haar antwoord was: nee, zij vinden ons niet normaal.”

“Ik was altijd iemands trofee. Eerst van mijn gemeenschap en mijn ouders, omdat ik het zo goed deed. Daarna van de PvdA. Nu ben ik eindelijk alleen van mezelf. Ik begrijp hoe het werkt: ik kwam binnen met een hoofddoek op, was zo bijdehand als maar kan. Bij de PvdA dachten ze: dit is de nieuwe generatie, haar moeten we hebben. Door Eberhard van der Laan werd ik geworven voor de partij. Ik was zo jong dat ik publiekelijk volwassen ben geworden. Iedereen heeft kunnen meekijken naar al mijn succes en naar de fouten.”

Betekende het iets dat u de eerste was?

“Het eerste Nederlandse gemeenteraadslid met een hoofddoek: dat is niet bijzonder, eigenlijk is het een belediging om daar de nadruk op te leggen. Dan geef je me een uitzonderingspositie en dat wil ik niet. Ik ben gewoon hier geboren, waarom zou ik het niet kunnen?”

In 1998 kwam u in de gemeenteraad, veranderde er iets na 9/11 in 2001?

“Mijn verantwoordelijkheidsgevoel werd steeds zwaarder. En mijn identiteit veranderde. Ik was niet meer het Marokkaanse raadslid, maar de moslima. In die tijd begonnen de bedreigingen, zeker na de moorden op Van Gogh en Fortuyn. Rond 2002 stopte ik met in de tram zitten, pas drie jaar geleden deed ik dat weer voor het eerst. Mijn auto werd het veilige fort.”

Als stadsdeelvoorzitter moest u verhuizen naar Oost.

“Die buurt kende ik al. Mijn ouders woonden bij de Dappermarkt tot ik twee was. Daarna zat ik tot mijn 28ste in de Rivierenbuurt, ik ben een Zuidmeisje. Het enige dat ik me kan herinneren van toen ik daar woonde, was het pierenbadje in het Oosterpark. Toen we het park gingen verbouwen, wilde ik per se dat het badje terug zou komen.”

“Met mijn moeder ging ik iedere week boodschappen doen op de Dappermarkt en in de Javastraat. We liepen dat hele stuk, vanaf de Rivierenbuurt. Op een dag zag mijn vader dat, hij vroeg: waarom ga je daar, de Albert Cuyp is hier vlakbij? Dat wist mijn moeder niet, ze kende alleen de Dappermarkt. We liepen langs de Linnaeusstraat, waar toen nog de Hema zat. Daar kocht ze altijd toffees voor ons.”

Waarom bestuurde u alleen in Amsterdam?

“Ik ben wel gevraagd om te solliciteren voor de Tweede Kamer, maar ik vind Den Haag pretentieus. Als Kamerlid blijf je op afstand, ik ben bestuurder, ik wil aan de knoppen zitten. Dit is mijn stad.”

Vijf jaar geleden, in 2017, werd Elatik in meerdere kranten in verband gebracht met het strafontslag van de Amsterdamse gemeenteambtenaar Saadia Ait-Taleb, die op non-actief werd gesteld in afwachting van een onderzoek naar fraude. Uiteindelijk werd Ait-Taleb vrijgesproken van alle verdachtmakingen en ontving ze een schadevergoeding van de gemeente Amsterdam. “Wat toen gebeurde is het grootste geschenk dat ik had kunnen krijgen. Ik heb de lelijkheid gezien van het systeem dat ik altijd had gediend en dat mij nu zo liet vallen.”

“In dat systeem, in de politiek, was ik zo teleurgesteld. Het liegen en lekken, de fabeltjes van gemeenteambtenaren. Mijn partij die koos voor de eer en reputatie van een stervende man, Eberhard van der Laan, en niet voor een levende vrouw die verder moest, Saadia. Wat Van der Laan toen deed, in de gemeenteraad zeggen: ik ontsla niet zomaar iemand – dat is het risico als je te veel gaat geloven in je eigen verhaal. In de politiek ligt narcisme altijd op de loer. Als oud-bestuurder herken ik dat als geen ander.”

“Ik wist dat ik niet meer loyaal hoefde te zijn naar een systeem en een partij die niet loyaal waren naar mij. Alle verplichtingen en conditioneringen die ik mezelf had opgelegd: het was niet meer nodig. Eindelijk hoefde ik het spel niet meer mee te spelen.”

Zijn uw gevoelens voor Amsterdam ook veranderd?

“Nooit. Amsterdam voelt veilig. Dit is waar ik mijn eerste zoen heb gehad, mijn eerste basketbalwedstrijd, mijn eerste alles. Dit is thuis.”

null Beeld Erik Smits
Beeld Erik Smits

CV

Fatima Elatik (Amsterdam, 1973) was van 1998 tot 2002 voor de PvdA gemeenteraadslid in Amsterdam, vervolgens tot 2009 stadsdeelwethouder in Zeeburg en van 2009 tot 2014 stadsdeelvoorzitter. Ze is directeur van de Patta Academy en heeft daarnaast nu een advies- en coachingbureau.

De stad van... Fatima Elatik

Echt Amsterdams
“Smartlappen zingen in de Jordaan. Ik herken de melodieën van mijn moeder, die altijd Berberse liedjes zong.”

Accent
“Als mijn broer me belt terwijl ik al een paar dagen in Marokko zit en geen Nederlands spreek, is het meteen: Amsterdams.”

Partner
“Hij is een Leidenaar die in Amsterdam woont. Ik ben voor Ajax en hij voor Feyenoord.”

Huur of koop
“Koop. Ik moest in Oost wonen toen ik daar stadsdeelwethouder werd. In 2014 stopte dat en had ik kunnen verhuizen. Maar ik wil daar blijven, het is mijn buurt geworden.”

Import
“Ze kunnen Amsterdammers worden als ze zich aanpassen aan de mores. Maar de meesten gaan na vijf jaar weer weg, als ze kinderen krijgen. Naar Haarlem of Bloemendaal.”

Serie

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 14. Lees hier alle afleveringen terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden