Plus Serie: Vreemde ogen

Expat zoekt huis: ‘Ik zie niet hoe we hier kunnen blijven’

Hoe kijken nieuwe Amsterdammers naar het leven in de stad? Nieuw-Zeelander Dylan Sedgwick woont antikraak in Amsterdam. Maar voor hoe lang nog?

Dylan Sedgwick in Fuku, de koffiebar waarvan hij mede-eigenaar is. foto Marie Wanders Beeld Marie Wanders

‘WARM’ staat er in rode ­letters op de metalen kolom van een oude Febo-automatiek in de foyer van Fuku, de bijna één jaar oude koffiebar in Bos en Lommer. In plaats van kaassoufflés liggen achter de glazen deurtjes potten met ‘specialty’ koffiebonen, die ­eerlijker worden verhandeld dan de meeste bonen, voor 11 euro per pot. De bar hebben de eigenaren zelf gemaakt, de espressomachine is een collector’s item, ontworpen door Kees van der Westen, en de vintage stoelen zijn van Friso ­Kramer.

Alles in de zaak is gericht op comfort. Hoe anders is dat in het huis van mede-eigenaar Dylan Sedgwick. In Geuzenveld, op de bovenste verdieping van wat hij ‘het slechtste gebouw van de Dr. H. Colijnstraat’ noemt, wonen de 33-jarige Nieuw-Zeelander en zijn Nederlandse vriendin antikraak. “Na de tweede verhuizing hebben we alle meubels verkocht. We zitten en eten nu op de vloer,” vertelt hij.

Trofee

Antikraak wonen betekent dat ze niet weten wanneer het bericht komt dat ze binnen twee weken moeten vertrekken, en ook niet of het bedrijf dat de antikraak regelt, hun een ander huis zal toewijzen.

Het stel mag niets aan de muren hangen. In drie jaar tijd hebben ze in vijf huizen gewoond. “We zijn gestopt met settelen. Je kunt het huis niet echt van jezelf maken. Dat gevoel van een plek hebben waar je thuis kunt komen, dat het van jou is, dat gevoel hebben we niet.”

Het is geen rustige basis voor de ondernemer die veel tijd kwijt is aan Fuku en aan het gelieerde Friedhats, een koffiebranderij, opgericht door Sedgwick en zijn compagnon Lex Wenneker – een beroemde Nederlandse barista wiens internationale koffiecompetitietrofeeën in het café tentoongesteld staan.

Forenzen

Ze verdienen nog niet genoeg om een huis in Amsterdam te kunnen huren, hoewel de vriendin van Sedgwick, een voormalige danseres, werkt als repetitieregisseur en ook helpt bij de koffiebranderij. “Ik zie nu in dat we gevangen zitten in de antikraak. Ik heb hier een bedrijf, ik ben mijn leven hier begonnen. Ik denk niet dat het mogelijk is hier te blijven wonen, tenzij we op de een of andere manier geluk ­hebben.”

Bovendien vertrekt zijn vriendin graag naar Rotterdam, waar ze hiervoor woonde, terwijl het leven in Amsterdam vaak stressvol is, zegt Sedgwick. Ze hebben overwogen te verhuizen en te gaan forenzen, maar daar zitten te veel haken en ogen aan.

Een van zijn barista’s woont in Den Haag en een andere in Delft, maar als een van hen het ­café moet openen om 07.30 uur, kan dat pro­blemen geven. “Ze staan vroeg op, maar als de trein vertraging heeft, moeten wij openen.

Je hebt altijd een back-upplan nodig, dat is niet echt een ideale situatie voor een café-eigenaar.”

In vergelijking met zijn leven vóór Amsterdam is het ‘eigenlijk niet eens zo erg’, ver­zekert Sedgwick. Hier hoeft hij niet met huis­genoten te wonen, iets wat in de vijf jaar dat hij in Londen zat doodgewoon was. Met zijn Britse paspoort vond hij daar gemakkelijk werk, maar werd hij voortdurend geconfronteerd met twee beperkingen: geld en vervoer. Om de ‘trage en dure’ metro te vermijden, reed hij op een motor. “Al ben ik blij dat ik dat nog kan navertellen. Tenzij je ouders veel geld hebben, moet je in Londen werken om enkel te kunnen overleven. Dat was mijn startpositie.”

Bubbel

In Londen ontmoette hij zijn eerste Nederlandse vriendin, een collega uit de koffiebranche voor wie hij naar Amsterdam verhuisde. Ze waren een paar maanden samen en woonden in die tijd antikraak op een leuke plek in Oost, vlak bij de Molukkenstraat.

Tegenwoordig delen veel koffieprofessionals appartementen, terwijl zijn klanten, de meeste zijn Nederlanders, hun eigen huis hebben. “Maar het is hier ook wel een beetje een bubbel,” benadrukt Sedgwick. Hij merkt op dat zijn gasten vaak een vast inkomen hebben en al jaren in de buurt wonen.

Toch, “it’s epic,” zegt hij over de ontwikkelingen en renovaties die momenteel in de stad plaatsvinden. Onlangs liepen hij en zijn zakenpartner nabij de Amsterdamsche Fijnhout­handel, de oude zagerij in de Houthavens waar ook hun koffiebranderij gevestigd is. Zijn oog viel op een bord dat reclame maakte voor een nieuw flatgebouw.

“De advertentie voor het appartement laat een straat zien met een oude Jaguar. We moesten erom lachen. Het is zo grappig maar tegelijkertijd ook illustratief om die auto op de foto te zetten: als je je deze retro Jaguar niet kunt veroorloven – die ongelofelijk duur is en waarvoor je een eigen garage moet hebben – dan kun je hier niet wonen. Zo van: doe niet eens de moeite om te kijken. Best erg,” zegt hij. “Ik denk dat het hier vooral zo duur is geworden door buitenlandse investeringen, veel meer dan door de komst van expats.”

Gevoel van thuis

Dat hij Nederlands praat, ook noemt hij het zelf ‘slecht Nederlands’, en een eigen Amsterdamse onderneming heeft, maakt dat de buitenwereld hem ziet als ‘gevestigd’ in Amsterdam. “Als je eenmaal ziet dat je iets hebt gecreëerd dat goed loopt, voelt het alsof je hier iets hebt. En ik ken veel mensen in de koffiegemeenschap, dus in die zin heb ik daarmee het gevoel van thuis.”

Toch denkt hij dat een vertrek uit Amsterdam onvermijdelijk is. “Ik zie het langzaam gebeuren. Sommige mensen uit ons gebouw zijn deze week vertrokken. Het voelt alsof het einde eraan komt. Ik heb nu een inkomen, dat is genoeg om van te leven, maar niet genoeg om hier ergens een huis te vinden. Ik denk dat we een beetje klaar zijn met antikraak. Dus wat gaan we doen?”

Speciaal voor nieuwkomers: Find Your Roomie

De Amsterdamse ­huizenmarkt zit ook voor buitenlanders helemaal vast. Er is weinig aanbod en bovendien heeft de meerderheid van de buitenlandse werk­nemers die zich vorig jaar in Amsterdam vestigde geen hoog inkomen (64 procent: OIS, 2019).

Jeroen Slot (hoofd onderzoek OIS) legt uit dat ook die groep een grote impact heeft op de Amsterdamse huizenmarkt. “De bereidheid om snel iets te vinden, de gemiddeld korte verblijfsduur en het gebrek aan een bestaand sociaal netwerk zorgen ervoor dat men weinig alternatieven heeft. Dat stimuleert particuliere verhuur en een verdere verkamering van Amsterdamse huizen.”

“Overvol en bizar,” zo omschrijft Massi­miliano Barone de huizenmarkt in de stad. Hij en Attila Bongiovanni hebben onlangs de Amsterdam International Community opgericht. Dat sociale netwerk organiseerde onlangs zijn eerste Find Your Roomie-evenement om leden te helpen ‘toegang te krijgen tot meer ­woningen van hogere kwaliteit’ door mensen als huis­genoten samen te brengen. “De huren in Amsterdam zijn hoog en de kwaliteit van de woningen is vaak laag, daarom worden zowel studenten als profes­sionals, zelfs diegene met een hoog inkomen, gedwongen een gedeelde woning te zoeken,” aldus ­Barone.

Zomerserie

Of ze nu expats, internationals of immigranten worden genoemd, het aantal nieuwkomers dat in de stad werkt, een huis zoekt of naar school gaat, neemt snel toe. Deze serie bekijkt het leven in de stad vanuit de nieuwe Amsterdammers. Waarom kwamen ze naar de stad en wat maakt hen nu Amsterdammer?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden