Plus Interview

Expat over de werkvloer: ‘O, jij bent wel heel direct’

Hoe kijken nieuwe Amsterdammers naar het leven in de stad? Sara Ramezani, uit Iran, heeft ruim tien jaar ervaring op de Nederlandse werkvloer. Het kost haar weinig moeite om op een ceo af te stappen of een opa op zijn nummer te zetten.

Sara Ramezani: ‘Ik heb mezelf altijd verkocht als een nerd met sociale vaardigheden.’ Beeld Marie Wanders

Toen de Iraanse Sara Ramezani begon met werken in Nederland, kreeg ze regelmatig van Nederlandse collega’s te horen dat ze zo rechtdoorzee is. “Ik krijg nog vaak de opmerking: ‘O, jij bent wel heel ­direct.’” Nu, tien jaar later, heeft Ramezani (37) ontdekt dat Nederlanders – die toch te boek staan als een buitengewoon direct volk – wel rechtdoorzee zijn, maar niet over álles. “Nederlanders hebben een ‘Wauw dat is veel eten op één bord, kun je dat allemaal opeten?’ soort van directheid. Maar op de werkvloer zie ik weinig directheid in de zin van ‘Jij deed dit niet goed, je moet het nu oplossen!’ In plaats daarvan zie ik veel ‘Wat vind jij van de kwaliteit van het gedane werk? Misschien had het beter gekund. Wat denk jij?’ Als het om werkkwesties gaat, draaien Nederlanders vaak om de hete brij heen.”

Ramezani werd opgeleid als computerwetenschapper en is bigdatamanager van beroep. Eerder werkte ze voor het Centrum Wiskunde & ­Informatica (CWI) – waar programmeertaal Python het levenslicht zag –, het AMC en Deci­sive Facts, een data-analysebedrijf waar Ramezani de taak had de IT-processen te verbeteren.

In haar sector is directheid geboden. “Ik voel me meestal behoorlijk op mijn gemak en ben assertief. Ik benader gemakkelijk ceo’s van bedrijven. Dat is voor mij niet moeilijker dan praten met mijn vader. Ik heb mezelf altijd verkocht als een nerd met sociale vaardigheden. Dat is ook hoe ik een baan als technisch consultant kreeg, omdat de consultants de meest klantgerichte technische mensen in het bedrijf zijn.”

Sollicitatiegesprekken

Ze verwijst naar haar huidige functie bij SURFsara, een bedrijf dat zich bezighoudt met onderzoeksdatamanagement en diensten aanbiedt in high-performance computing (HPC). Ramezani begon daar in 2017, werd na een jaar manager en geeft nu leiding aan een team van technische consultants en systeemdeskundigen. “In deze managementrol realiseer ik me hoe belangrijk zachte vaardigheden zijn. En misschien ben ik daar uiteindelijk beter in dan als programmeur.”

Bij SURFsara, een bedrijf waar volgens Ramezani de kernwaarden goed zijn, is ze de enige niet-Nederlandse manager en een van slechts een handvol vrouwelijke managers. In totaal werken er ongeveer 150 mensen. Ze vindt het leuk dat haar nieuwe functie met zich meebrengt dat ze invloed heeft op welke nieuwe mensen worden aangenomen. “Het is interessant om te zien hoe diversiteit het wervings­proces beïnvloedt,” zegt ze.

Bij recente sollicitatiegesprekken voelde ze dat haar persoonlijke inbreng hielp bij het verminderen van mogelijke vooroordelen tegenover sollicitanten. “Het is belangrijk om aan tafel te zitten. Het is volkomen duidelijk dat je dan pas echt een effect kunt hebben. Collega’s vertrouwen mijn oordeel, omdat we al een paar jaar goed samenwerken.” En daarbij: “Je neemt geen idioot aan als je zelf geen idioot bent.”

Een gevoel van verbondenheid is echter niet iets dat Ramezani als vanzelfsprekend beschouwt. “Als ik naar een conferentie ga, praat vaak niemand met me totdat ik zelf tijdens de koffiepauze met ze begin te praten. Het kan eenzaam zijn. Mensen weten niet goed hoe ze je moeten benaderen omdat je er anders uitziet,” geeft ze toe. “Vanwege mijn hoofddoek denken ze vaak van: zal ik met haar praten? Zal ik haar de hand schudden?”

Sociale rechtvaardigheid

Dat isolement staat in schril contrast met hoe ze zich haar jeugd, die ze in de VS doorbracht, herinnert. In Cleveland, waar haar vader aan de universiteit promoveerde, ging ze samen met zwarte moslims naar de islamitische school en de moskee. “We hoorden erbij,” herinnert ze zich de gastvrije moslimgemeenschap, “hoewel we daar de enige niet-zwarte mensen waren. Dat heeft echt mijn gevoel over sociale rechtvaardigheid en ras voor altijd bepaald.”

Haar vader, die alweer lang terug is in Teheran, waar hij professor is en een bedrijf heeft, was de eerste in zijn familie die naar de universiteit ging. Het zorgde ervoor dat ze een zeer bevoorrechte positie in Iran had.

Ze verhuisde in 2007 naar Amsterdam, samen met haar man, met wie ze sinds de universiteit samen is. Ze volgden allebei een master logica aan de Universiteit van Amsterdam.

Zachte vaardigheden

Behalve een korte periode in de container­woningen voor studenten in Diemen-Zuid, hebben ze altijd in Amsterdam-Oost gewoond. Inmiddels hebben ze twee kinderen, met wie ze zoveel mogelijk naar Iran gaan, zodat die ook dat onderdeel van hun erfgoed leren kennen. Maar ze hebben geen plannen om definitief terug te keren. “Iran is een land dat momenteel erg in transitie is en onder veel druk staat, zowel van buitenaf als binnenuit. Het is dus stabieler en minder stressvol om hier in Amsterdam een gezin te stichten.”

Haar ‘zachte vaardigheden’ hebben Ramezani geholpen meer zelfinzicht te krijgen en te navigeren tussen dagelijkse obstakels. “Ik draag mijn hoofddoek op deze manier,” legt ze uit, ­wijzend op de doek die losjes op haar hoofd is gedrapeerd en een golvende bruine haarlijn onthult, “want hoewel ik me als moslim identificeer, houd ik me niet aan strikte regels over hoe een moslimvrouw zich wel of niet moet kleden en gedragen.”

Opa-collega’s

Ze staat er meestal voor open om over haar geloof te praten. Haar ervaring is echter dat de meeste mensen op haar werk niet echt vragen stellen. “Behalve de willekeurige ‘opa-collega’s’ – het zijn niet echt opa’s, ze zijn gewoon een beetje ouder, maar ze hebben een opa-achtige manier om te zeggen: o, het is ramadan, ben je aan het vasten? Of: waarom eet je dan toch?”

Hoewel Ramezani nooit de behoefte voelt om uit te leggen waarom ze vast of niet, greep ze onlangs in toen ze zag dat een collega zich ongemakkelijk voelde. “Ik legde uit dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom je tijdens ramadan wel of niet eet, zoals dat sommige mensen niet-praktiserend zijn, of omdat we ongesteld zijn.”

Haar boodschap had niet directer kunnen zijn. Zoals ze zelf zegt: “Ik ben zo iemand die dan zegt: ‘Dude, stop met het stellen van zulke persoonlijke vragen. Dat is niet oké.’”

Vliegwiel voor diversiteit

De komst van grote aantallen kennismigranten heeft de Amsterdamse werkvloer in rap tempo diverser gemaakt. Die nieuwkomers zijn volgens cijfers van IN Amsterdam (het vroegere expatcenter) voor het grootste deel afkomstig uit India, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Turkije.

“De komst van kennismigranten kan voor grote bedrijven werken als een vliegwiel om scherper na te denken over wat het betekent om een divers bedrijf te zijn,” zegt Alice Odé, projectmanager bij Diversiteit in Bedrijf. Als onderdeel van de Stichting van de Arbeid, het landelijk overlegorgaan van de centrale organisaties van werkgevers en werknemers, helpen ze bedrijven bij het afsluiten van door de EU goedgekeurde diversiteitscharters en het ontwikkelen van diversiteits­beleid.

Odé: “Kennis­migranten hebben deels andere omgangsvormen, een andere werkethos, maar soms ook gewoon andere eetgewoonten. Het is vanuit het bedrijfseconomisch perspectief belangrijk dat deze werknemers zich thuis voelen. Dat kan er voor zorgen dat de top van bedrijven zich gaat inspannen om de wensen van mensen met verschillende achtergronden te accommoderen, door bijvoorbeeld het aanstellen van een diversiteitsmanager, het aanbieden van trainingen of het aanpassen van het aanbod van de kantine. Op die manier kan de komst van deze kennis­migranten ook een positieve uitwerking hebben voor andere minderheden op de werkvloer.”

Zomerserie

Of ze nu expats, internationals of immigranten worden ­genoemd, het aantal nieuwkomers dat in de stad werkt, een huis zoekt of naar school gaat, neemt snel toe. Deze serie bekijkt het leven in de stad vanuit de nieuwe Amsterdammers. Wat maakt hen nu Amsterdammer? ­Vandaag is het laatste deel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden