Plus Serie: Vreemde ogen

Expat: ‘Ik moet in Amstelveen net zo hoffelijk zijn als in Japan’

Hoe kijken nieuwe Amsterdammers naar het leven in de stad? Tamako Suzuki ziet hoe in Amstelveen Japanners een gesloten gemeenschap vormen. ‘Ik moet hier net zo hoffelijk zijn als in Japan.’

Tamako Suzuki: ‘Ik ben eigenlijk niet een typische Japanse. Nee, daarom ben ik hier, denk ik.’ Beeld Marie Wanders

In buurthuis De Bolder in Amstelveen staat een groepje vijf- en zesjarigen op een rij de choreografie van Kinderen voor Kinderenhit Pasapas na te doen. Lerares Tamako Suzuki speelt de muziek op haar laptop af. De kinderen zingen mee, maar niet in het Nederlands, maar in het Japans. Suzuki, een freelance componist oorspronkelijk uit Tokio, vertaalde de teksten in haar moedertaal om de kinderen te helpen bij het leren van hun tweede, zo niet derde, taal. De kinderen wonen in Amstelveen en Amsterdam en komen uit wat Suzuki ‘gemengde families’ noemt: Nederlands-Japans, Amerikaans-­Japans of, zoals haar eigen twee dochters, Bulgaars-Japans.

Net als de dartclub, rollatorchecks en Bollywooddansworkshops is de Japanse les voor kinderen vaste prik op de act­viteitenkalender van buurthuis De Bolder. “En toch,” zegt Suzuki, “is de Japanse gemeenschap erg gesloten. De meeste Japanse families wonen hier slechts een paar jaar. Ik ben bang dat veel Japanners weinig in contact komen met de lokale bevolking. Het is hier gemakkelijk om alleen met andere Japanners te communiceren.”

Ze noemt Japanse peuterspeelzalen als een voorbeeld van een van de vele zelfvoorzienende plekken voor Japanners. Zelfs diegenen die slechts voor een korte periode blijven, kunnen hier ‘al hun sociale wensen vervullen’.

Beleefd

Suzuki (41) woont sinds 2014 in Amstelveen en schat dat 80 procent van haar vrienden Japans is. Toch wil ze graag een brug vormen tussen de groepen. “Natuurlijk sluit niet iedereen zich af,” legt ze uit. “Sommige Japanners hebben wel degelijk contact met de lokale bevolking.”

Suzuki probeert die vrienden regelmatig te ­betrekken bij sociale activiteiten, bijvoorbeeld door met elkaar naar het 24H Amstelveen-­evenement te gaan. “Of ik organiseer een barbecue in het Amsterdamse Bos met Nederlandse of internationale families en dan nodig ik ook Japanners uit om te komen.”

Maar ze is voorzichtig. “Ik vraag het niet rechtstreeks, maar stel alleen voor om samen naar een evenement te gaan.” Die voorzichtigheid heeft volgens haar te maken met de Japanse cultuur die soms ‘te beleefd is’. “Zelfs in Amstelveen is het moeilijk om zomaar iets te zeggen. Ik moet hier vaak net zo hoffelijk zijn als in Japan.”

Broodje kaas

Een ander duidelijk verschil met het leven in Japan is dat Suzuki veel meer vrije tijd heeft. “In Tokio was het super druk. Soms slechts drie uur slapen per nacht en dan werken, werken, werken.” Elf jaar gelden verhuisde ze naar Europa, eerst woonde ze in Parijs, daarna in Hilversum, Utrecht en Maarssen. Voor haar werk componeert ze muziek, van arrangementen tot soundtracks voor smartphonespelletjes, meestal voor klanten in Japan, hoewel ze hoopt meer opdrachten dichter bij huis te vinden.

Haar idee om Japanse les aan kinderen te gaan geven ontstond nadat haar oudste dochter een Japanse kleuterschool in Amstelveen was ontgroeid. Aanvullende Japanse taalcursussen worden aangeboden op zaterdag of zondag. “Maar in het weekend wil ik tijd doorbrengen met familie.” Bovendien brengen haar dochters al een deel van hun zondagen door op Bulgaarse les vanwege hun Bulgaarse vader.

“Ik wil de lessen niet op een Japanse manier geven, omdat mijn leerlingen heel goed Nederlands spreken. Dat is hun moedertaal en dat moet ook zo zijn. Ik wil hun Nederlandse cultuur niet scheiden van hun Japanse cultuur. Ik wil het combineren. En we zeggen niet: ‘Dit is de juiste manier’ of ‘Dit is de verkeerde manier’, dat is meer de Japanse stijl… Ik wil ze geen onrust geven.”

Suzuki vindt dat op de Amstelveens school van haar dochter ook die relaxte sfeer heerst. “Ik zie daar veel lachende gezichten,” verwijzend naar de leerlingen, de leraren en ouders.

Een ander aspect van het dagelijks leven in Nederland waarover Suzuki enthousiast is, is de schoollunch. “In slechts 30 seconden kan ik die hier bereiden!” zegt ze over het standaard broodje ham en kaas dat ze ’s ochtends voor haar kinderen maakt. Dat is een stuk minder werk dan de bewerkelijke Japanse bentoboxen vol groente en rijst in de vorm van pandaberen. “Heb je er ooit één gezien? Ouders staan daar elke ochtend om 5.00 of 5.30 uur op om de lunch van hun kinderen te bereiden.”

Gelijkwaardig

Volgens Suzuki is de relatie tussen ouders en kinderen in Nederland meer gelijkwaardig dan in Japan. Om een gesprek tussen ouder en kind uit te beelden gebruikt ze haar handen die twee pratende monden imiteren. Voor Japan houdt ze een hand hoger, naar beneden gericht naar de andere, en voor Nederland houdt ze haar handen op gelijke hoogte.

Ze lacht als haar gevraagd wordt hoe ze denkt dat sommige van haar landgenoten haar keuze beoordelen om te trouwen met een Bulgaarse man, die ze ontmoette tijdens de cursus Nederlands bij het roc en het feit dat ze hun dochters naar een Nederlandse school te sturen. “Ik ben eigenlijk niet een typische Japanse. Nee, daarom ben ik hier, denk ik. Ik voel me hier meer op mijn gemak.”

Haar zesjarige dochter, die na de zomer naar groep 3 gaat, vroeg haar laatst: ben ik Japans? Ben ik Nederlands? Ben ik Bulgaars? “Eigenlijk kon ik haar vraag niet beantwoorden en zei: ‘Ik denk dat je gewoon ‘mixed’ bent. Je bent een heel internationaal meisje.”

Ruim 700 Japanse bedrijven

Japan is na de Verenigde Staten de grootste in­vesteerder in Nederland van buiten de EU (momenteel zijn er ruim 700 Japanse ­bedrijven in ­Nederland gevestigd, waarvan de helft in de regio Amsterdam). Vooral de komst van het Europese hoofdkantoor van Canon (1981) zorgde ervoor dat Amstelveen de belangrijkste vestigingsplaats werd voor de grote, relatief ­gesloten Japanse gemeenschap in Nederland. Er wonen momenteel ongeveer 1650 Japanners in Amstelveen.

Je vindt er Japanse winkels, restaurants en kappers en het Amstelland ziekenhuis ondersteunt ­Japanners in hun eigen taal. Volgens Julien Rikkoert, hoofd Japan Desk bij Amsterdam inbusiness, zijn Japanners heel tevreden met deze voorzieningen. “Dat is voor veel Japanse gezinnen belangrijk, omdat de meesten hier niet veel langer dan drie tot vier jaar blijven. 

Maar dat betekent niet dat de Japanners geen band opbouwen met Nederland,” zegt hij. De 400 kersenbomen in het Amsterdamse Bos, een ­geschenk aan Amstelveen van de Japan ­Women’s Club (JWC) als dank voor de Nederlandse gastvrijheid, is daar volgens hem een ­voorbeeld van. In de lente komen hier veel Japanners naartoe voor een hanami, de ­Japanse traditie om onder de kersenbloesem te picknicken. Het jaarlijkse Japan Festival, dat ondersteund wordt door de ­gemeente Amstelveen en de Japanse Kamer van Koophandel en Industrie, trekt in het ­najaar een grote groep mensen, zowel ­Japanners als niet-Japanners.

Zomerserie

Of ze nu expats, internationals of immigranten worden ­genoemd, het aantal nieuwkomers dat in de stad werkt, een huis zoekt of naar school gaat, neemt snel toe. Deze serie bekijkt het leven in de stad vanuit de nieuwe Amsterdammers. Waarom kwamen ze naar de stad en wat maakt hen nu Amsterdammer?

Lees ook:

- Expat zoekt huis: ‘Ik zie niet hoe we hier kunnen blijven’

- Expat zoekt netwerk: ‘Nederlanders hebben geen nieuwe vrienden nodig’

- Amerikaanse leraar op tweetalige school: ‘Kind kan hier echt kind zijn’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden