PlusExclusief

Eva Naaijkens van de Alan Turingschool: ‘Een school kun je best snel beter maken’

Eva Naaijkens: ‘Het eerste jaar was heel zwaar. Voor elke aanmelding moest ik vijf uur lullen, mensen hadden het idee dat ze in een gevaarlijk experiment terechtkwamen.’ Beeld Harmen de Jong
Eva Naaijkens: ‘Het eerste jaar was heel zwaar. Voor elke aanmelding moest ik vijf uur lullen, mensen hadden het idee dat ze in een gevaarlijk experiment terechtkwamen.’Beeld Harmen de Jong

Eva Naaijkens (1973) is schoolleider van de Alan Turingschool, die vorige week werd uitgeroepen tot excellente school. Een interview aan de hand van steekwoorden, over leerachterstanden, dreigmails en eindeloos vergaderen over de aanschaf van crêpepapier voor de kerst.

Vera Spaans

Laren

“Mijn vader was in opleiding tot psychiater, wij verhuisden per coschap met hem mee. Ik heb dus anderhalf jaar in Laren gewoond. Het is confronterend steeds te moeten invullen dat ik daar geboren ben. Mensen hebben dan zo’n beeld van je, en daar voel ik me niet comfortabel bij. Ik beschouw mezelf niet als iemand uit het Gooi.”

“We hadden een ingewikkeld gezin. Mijn vader was een introverte man die moeite had affectie te tonen. We moesten heel stil zijn als hij thuis was, en hij kon ook behoorlijk driftig zijn. Als ik naar mijn kinderen kijk, is mijn liefde voor hen vanzelfsprekend – ook als ze fouten maken. Zo voelde het bij mij thuis niet. Ik had vaak het gevoel dat ik niet voldeed. Als ik te veel fouten in mijn spelling had, liet mijn vader me een bladzijde uit een sprookjesboek foutloos overschrijven.”

“Mijn broer, mijn broertje en ik zijn alledrie snel uit huis gegaan. Ik ging naar Nijmegen en vond een kamer boven café De Fiets. Daar ben ik volledig losgeslagen.”

Genève

“In een blad van mijn vader, Arts & Auto, stond een oproepje voor een au pair in Genève. Daar ben ik voor twee kinderen gaan zorgen. Ik was er nog best goed in. De vader was vermogensbeheerder, de moeder werkte niet. Die zat vooral in over haar spataderen en de uitverkoop. Dat was het moment dat ik dacht: ik wil wel iets van mijn leven gaan maken. Toen ik terugkwam, zei mijn vader: je gaat maar leraar worden en anders achter de kassa, want een andere studie betaal ik niet voor je.”

Havo

“Ik was de enige van de familie Naaijkens die de havo deed. Volgens mijn broertje heb ik daar een enorme geldingsdrang van gekregen, volgens mij ben ik er vooral heel onzeker van geworden. Mijn opa gaf speciale muntjes van 5 voor achten en hoger op je rapport, dus ik kreeg minder geld dan mijn grote broer. Dat was hard, maar het heeft me toch niet weerhouden iets van mijn leven te maken.”

“Het is misschien raar dat ik het zeg, maar je moet het onderwijs ook niet te belangrijk maken. Ik heb ook mijn weg gevonden. Soms denken we: de school is niet goed of de leraar is niet aardig voor mijn kind, dan is je leven naar de klote. Zo simpel is het niet. Het onderwijs moet goed zijn, daar zet ik me vol voor in, maar de weg van kinderen hoeft niet altijd geplaveid te zijn. Mensen moeten ook ervaringen kunnen opdoen die schurend zijn.”

Excellente school

“Dat was mijn vorige school en nu is de Alan Turingschool dat ook weer geworden. Toen ik begon bij de Michaëlschool, een school voor speciaal basisonderwijs in Amersfoort, was hij zwak. Mensen werkten er met een groot hart voor kinderen, maar dan kun je nog de plank goed misslaan. De instructies waren niet eenduidig en leerkrachten waren niet duidelijk welk gedrag ze verwachtten van de kinderen. Dan gaat er veel leertijd verloren.”

“Een paar jaar later stroomde een kwart tot een derde van de leerlingen een niveau hoger uit. Dat betekende voor deze kinderen het verschil tussen praktijkonderwijs en vmbo. Met dezelfde mensen hè, maar een andere aanpak. Een school kun je best snel beter maken. Er zijn maar heel weinig leraren echt niet goed genoeg. Het punt is dat je leerkrachten permanent moet blijven coachen. Je kunt niet de deur van het lokaal dichtdoen tussen half 9 en 15 en zeggen: succes ermee.”

De Pool

“Een kleine, noodlijdende school op Wittenburg, waar we het vernieuwende concept van de Alan Turingschool mochten lanceren. Er zaten 130 leerlingen op. De grootste klas was groep 8, ik had negen kleuters. Dan weet je: als je niet heel hard je best gaat doen, verdwijn je.”

“Het eerste jaar was heel zwaar. Voor elke aanmelding moest ik vijf uur lullen, mensen hadden het idee dat ze in een gevaarlijk experiment terechtkwamen. En er waren veel leerlingen met gedragsproblemen. Leraren werden er onzeker van, ouders uitten hun ongenoegen. Er zijn middagen geweest dat ik met negen ouders heb gebeld over het gedrag van hun kind.”

“En toen we net het eerste jaar door waren, was die schietpartij in het buurtcentrum bij speeltuin Wittenburg. Er waren ook kinderen van mijn school bij, die hebben onder de tafel gezeten in de ruimte waar die stagiair werd doodgeschoten. Mensen voelden zich niet meer veilig. Toen dacht ik: nu is het gedaan met de school, we krijgen nooit meer leerlingen. Maar dat was gelukkig niet zo. We zitten nu op 220 kinderen, en we groeien goed.”

Alan Turing

“Een genie. Een wiskundige die in de Tweede Wereldoorlog de Enigmacode van de Duitsers kraakte. We kwamen op de naam na gesprekken met Maurice de Hond. Toen we onze school wilden stichten, wilde hij met ons praten. Maar we hadden totaal geen klik, zijn ideeën over onderwijs stonden haaks op die van ons en hij was helemaal niet geïnteresseerd in ons concept. Afschuwelijke gesprekken.”

“Hij had de iPadschool, en het idee van het logo van Apple is dat die hap uit de appel staat voor Alan Turing. Dus wij besloten onze school naar Alan Turing te vernoemen, naar die ontbrekende hap, als tegenhanger van de iPadschool. En Turing was briljant én sportief, daar konden we wel wat mee. Misschien wat hoogdravend, maar een buurt als Wittenburg moet de meest hoogdravende school hebben die er is.”

Rood crêpepapier

“Zo typisch. Leerkrachten hebben de neiging uren te vergaderen over de vraag: wie bestelt dit jaar het rode crêpepapier voor de kerst? Maar daar moet onderwijs helemaal niet over gaan. Het is een vak! Dus hebben we voor de belangrijkste afspraken professionele standaarden gemaakt. Elk jaar kijkt er iemand naar: is die standaard nog te gebruiken of moet ie aangepast? En hup, door.”

“Zelfs voor rapporten hebben we voorbeeldzinnen opgesteld die leraren ter inspiratie kunnen gebruiken. Dat klinkt misschien onaardig, maar een leraar moet heel veel doen. Als die alles moet gaan zitten verzinnen, lever je snel in op kwaliteit. Dus waar het kan, helpen we de leraar. En elke klas heeft zijn eigen kerstboom, maar wij regelen de spullen. Een leerkracht mag daar best zijn eigen dingen in hangen, maar we gaan daar zéker niet over vergaderen.”

Corona

“Ik word er wanhopig van. We hebben nu twee jaar achter de rug van achter de feiten aanlopen. In december heb ik tegen mijn team gezegd: we gaan een plan maken en zo gaan we het doen. Ik kan niet tot een week ervoor wachten om te horen wat er gaat gebeuren met het basisonderwijs. Als we toch dicht hadden moeten blijven, hadden mijn leraren dan in de vakantie moeten verzinnen hoe dat zou gaan? Daar kun je toch ook langer van tevoren over nadenken! Dat is waar je op leegloopt en wat je stress geeft.”

Parkeerbeheer

“Kijk eens naar buiten. Wij hadden voor de school recht op één parkeerplek en het stond hier verdomme de hele dag leeg. Dus ik heb elke dag een foto gepost op Twitter van lege parkeerplekken voor de school. Dan zit iedereen te zeuren over lerarentekorten, maar los die kleine belemmeringen dan ook gewoon op! Geef leraren een gratis ov-kaart of een parkeerplek tussen 8 en 17. Inmiddels hebben we drie plekken. Dat is niet genoeg, maar ik ben er al heel blij mee.”

Amersfoort

“Daar woon ik. Ik ben altijd blij als ik mijn straat in rijd, want het is heerlijk rustig en ik heb er de ruimte. Maar ik oriënteer me echt op Amsterdam. Mensen zeggen weleens: kom toch hier wonen, en dat lijkt me heerlijk, maar in Amsterdam kan ik met mijn salaris natuurlijk geen huis betalen.”

Kelder

“Wat is er met mijn kelder? O, ja, die loopt elke week onder. Tja, dat interesseert me dus geen klap. Mijn man wel, die pompt hem telkens leeg, terwijl je weet: straks loopt ie weer vol. Het grondwater in onze buurt staat te hoog. Dat soort dingen boeien me totaal niet. Ik heb best een chaotische, onverschillige kant. Het huishouden, ach, en ik zit ook totaal niet boven op mijn kinderen. Ik ben eigenlijk heel eenzijdig goed in iets. Mijn werk, daar ben ik goed in.”

D66

“Op een dag kwam een bus bij de Michaëlschool vol D66'ers. Die mensen werden uitgeladen, kwamen binnen, toen ging ik iets vertellen en daarna gingen ze ‘geïnspireerd’ weg. De dag erna heb ik mijn lidmaatschap opgezegd. Politiek, dat is even kijken, even ruiken, maar niet voelen. Ze willen ‘even geïnspireerd raken’. Dat is niks voor mij. Ik wil iets betekenen. Voor politiek ben ik totaal ongeschikt. Ik erger me als mensen over dossiers zitten te lullen waar ze weinig verstand van hebben en kan geen compromissen sluiten.”

“Ik heb een jaar in een commissie van het ministerie van Onderwijs gezeten die over de bevoegdheden ging. Heel belangrijk, want als je bevoegdheden oprekt, kun je iets doen aan het lerarentekort. Dan kan een basisschoolleerkracht bijvoorbeeld ook in de brugklas aan de slag. Maar ik voelde steeds meer dat ik onderdeel was van iets waarvan de uitkomst al vaststond. Dus toen ben ik uit die commissie gestapt. Zodra ik zoiets voel, kun je met mij geen kant meer op.”

Lerarentekort

“Dramatisch natuurlijk, en heel zorgelijk voor de kinderen die het treft. De tekorten zijn het grootst waar de leraren het hardst nodig zijn. Het is goed dat de salarissen nu worden verhoogd, maar ik vind ook dat we naar onszelf moeten kijken en ons moeten afvragen waarom zo veel mensen weggaan uit het onderwijs. Dat is toch vaak omdat scholen slecht zijn georganiseerd en mensen hun kennis en kunde niet kwijt kunnen.”

De school als werkplaats

“Martin Bootsma en schreven eerder samen En wat als we nou weer gewoon gingen lesgeven?, dat werd verkozen tot beste onderwijsboek van 2018. Dit is ons nieuwe boek. We zien de school als kleine gemeenschap waar leraren samen werken aan kwaliteit en vakmanschap. Martin en ik proberen zo, op een positieve manier, over het vak te schrijven. Dat ambacht willen we onder de aandacht blijven brengen. Ik denk dat dat veel kan doen voor het aanzien van het beroep van leraren.”

Dreigmails

“Als ik op tv ben geweest, zijn de reacties best erg. Toen ik zei dat ik de kinderen naar school wilde laten gaan, schreven mensen dat ik een moordenaar was. Mensen oordelen zo sterk. Die denken dat ik een soort tiran ben, dat alles moet zoals ik het wil. Soms denk ik: zien jullie dan niet hoe aardig ik ben?”

“In het begin kon ik helemaal niet omgaan met die aandacht. Ik schrijf en maak opinie, maar ik moet ook mijn werk goed doen. Ik kan moeilijk in een boek schrijven hoe het moet zijn en het op mijn eigen school laten versloffen. Daardoor voel ik me kwetsbaar en dat blijft heel lastig. Dan zou ik met de school moeten stoppen en dat wil ik niet. Of niet meer naar buiten moeten treden, en dat kan ik niet.”

Leerachterstanden

“Mijn leraren maken zich enorm zorgen of ze wel de kwaliteit kunnen leveren die ze willen leveren. We hebben wel extra geld gekregen van de overheid, maar met steeds twee of drie leraren ziek en veel kinderen thuis blijft het roeien tegen de wind in. De leerachterstanden waren beperkt, maar nu zie ik dat kinderen weer twee, drie weken thuis hebben gezeten. Omdat een broertje ziek was, of ouders bang. Uiteindelijk haal je die achterstanden wel weer in, maar daar is voor langere tijd veel meer geld voor nodig.”

“Ik merk dat leraren moe zijn. Hybride lesgeven, dus via een scherm en met leerlingen in de klas, is heel zwaar. Je moet dubbele lessen voorbereiden. Dat gun je niemand. Dit houden we misschien tot de voorjaarsvakantie vol, maar niet langer.”

Martin Bootsma en Eva Naaijkens: De school als werkplaats. Uitgeverij Pica, €27,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden