Plus Interviews

Ervaring in de stadsdeelcommissie: ‘Wie macht zoekt, zit verkeerd’

Hoe gaat het met de stadsdeelcommissies? Bij de aftrap van het tweede jaar doen een believer, een twijfelaar en een afhaker hun verhaal over de ervaringen in het stadsdeel.

Angelo Verhoeven van D66 in Stadsdeel Zuid. Beeld Lin Woldendorp

‘Warmdraaien’

Angelo Verhoeven (25), Zuid

Het lidmaatschap van de stadsdeelcommissie in Zuid is de eerste politieke functie van Angelo Verhoeven. De 25-jarige student stelde zich vol overtuiging beschikbaar voor de kandidatenlijst van D66. “Het werk van de commissie past bij mij, vooral het leggen van verbinding tussen bewoners en bestuur.”

Het eerste jaar was warmdraaien. “We zijn begonnen met rondleidingen door het stadsdeel. Dat was heel nuttig: zo leerden we de wijken beter kennen, maar ook elkaar. We hebben veel met elkaar gesproken over onze rol als commissie: Wat doen we wel, wat doen we niet? Maar ook: wat wordt de vergaderstructuur?”

De commissie in Zuid bestaat uit vijftien leden, die verdeeld zijn over drie gebieden. Er wordt twee keer per maand vergaderd: één keer in klein verband in het eigen gebied en één keer met de complete groep in het stadsdeelkantoor. Verhoeven: “De gebiedsvergaderingen zijn heel laagdrempelig. Iedereen kan binnenlopen en meepraten.”

De gebiedscommissie van Verhoeven kreeg in het eerste jaar meteen een gloeiendhete aardappel op het bord: de komst van een opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers in Buitenveldert. D66, PvdA en GroenLinks adviseerden positief. De VVD was tegen en haalde daarbij snoeihard uit naar de collega’s in de commissie.

Verhoeven: “Met name op de sociale media werd het vuur door de VVD hoog opgepookt. Het is niet mals wat je dan allemaal over je heen krijgt. Mensen uit het hele land bemoeiden zich ermee. Het heeft de verhoudingen binnen de commissie ook wel enige tijd onder druk gezet. Het was even niet gezellig om met elkaar in één ruimte te zijn.”

De tijd heelt alle wonden, ook in het bestuur van Buitenveldert. Dat is goed, want het kan nog wel wat beter. “We steken soms veel tijd en moeite in het verstrekken van adviezen,” zegt Verhoeven. “Daar hoor je vervolgens nooit meer wat van. Dat is vervelend voor ons, maar vooral voor de bewoners die een bijdrage hebben geleverd.”

Als het aan Verhoeven ligt, komen gemeenteraadsleden nog vaker dan nu naar de stadsdelen. Om uitleg te geven en informatie op te halen. “Ik heb nog nooit een raadslid bij onze vergaderingen gezien. Er wordt gemopperd dat alle insprekers zich nu op de Stopera melden. Waarom geen themavergadering in de wijken waar een onderwerp speelt?”

Een ander punt: de rol van het dagelijks bestuur. Anders dan voorheen zijn deze bestuurders benoemd door het college. Verhoeven: “Ze schuiven aan bij vergaderingen, maar het is verder niet onze taak om te controleren of ze hun werk goed doen of niet; dat is aan het college en de raad.”

SP’er Frans Rein Jurrema uit Noord. Beeld Lin Woldendorp

‘Corrupt zootje’

Frans Rein Jurrema (62), Noord

Frans Rein Jurrema is een veteraan in de lokale democratie in Noord. Vanaf de jaren tachtig maakte hij achtereenvolgens deel uit van de wijkraad, de deelraad en de bestuurscommissie. Nu zit de 62-jarige Jurrema voor de SP in de stadsdeelcommissie. Met gemengde gevoelens, want veel slagkracht heeft de commissie niet. “Wie op zoek is naar macht, zit hier verkeerd.”

Ook Jurrema heeft getwijfeld of hij zich verkiesbaar wilde stellen. “Er zijn ontzettend veel mensen uit de bestuurscommissie afgehaakt. In hun ogen was de stadsdeelcommissie een farce. Daar hadden ze ook wel gelijk in. Ik ben toch doorgegaan, omdat ik het belangrijk vind dat de bewoners van Noord worden gehoord.”

Dat laatste lukt prima, vindt Jurrema. De commissieleden zijn vaak in de wijken te vinden en ook op de vergaderingen schuiven bewoners aan om hun zegje te doen. “We krijgen ook het nodige naar ons hoofd hoor. We hebben geen bevoegdheden, maar voor veel bewoners maken we gewoon deel uit van het corrupte zootje. Dat is echt flauwekul.”

Het eerste jaar van de stadsdeelcommissie was een zoektocht. Er was weinig bestuurlijke ervaring in de gelederen en de precieze rol van de commissie was onduidelijk. “De nieuwkomers zijn losgelaten in een bestuurlijk stelsel dat nog niet uitgewerkt was. Het begint nu op zijn plek te vallen, maar dat heeft wel even geduurd.”

Er valt nog een hoop te verbeteren, vindt Jurrema, met name in de samenwerking met het stadsbestuur. “Het is onze taak om de raad van advies te dienen. Het college moet ons informeren over wat er met een advies is gebeurd. Soms gebeurt dat ook, maar er verdwijnen nogal wat adviezen in de spelonken van de Stopera.

Dan valt er meer resultaat te halen bij het rechtstreekse contact met de partijgenoten in de raad. “Er is intensief contact met de fractie. Als Noord in de raad ter sprake komt, is er vooraf overleg geweest. Ik weet van collega’s in de commissie dat zij ook langs de partijlijn hun invloed uitoefenen. Dat werkt in de praktijk het beste.”

Jurrema hoopt dat de stadsdeelcommissie de tijd krijgt om zich verder te ontwikkelen. “Mijn angst is dat het stelsel over drie jaar wéér op de schop gaat. Dat is de beste manier om de verwarring bij bewoners nog groter te maken. Ik weet uit ervaring: elk stelsel heeft voor- en nadelen. Alles draait om de vraag of je je inspant voor Amsterdam en de Amsterdammers, of je bezighoudt met politieke spelletjes.”

Fenna Swart (tot voor kort GroenLinks). Beeld Lin Woldendorp

‘Aanpakken’

Fenna Swart (50), Oost

Na een jaar was Fenna Swart er klaar mee. Voor de zomer nam de 50-jarige GroenLinkser afscheid van de stadsdeelcommissie in Oost. Haar conclusie bij vertrek: de commissie is een praatclub waar een doener met activistische trekken niets te zoeken heeft. Of het moet weerstand en tegenwerking zijn.

Het verliep van meet af aan moeizaam, vertelt Swart. “In de eerste vergadering stemde ik tegen een voorstel van onze bestuurder. Dat zorgde meteen voor boze blikken. Daarna kreeg ik thuis een delegatie op bezoek die mij op hoge toon duidelijk maakte dat het zo niet werkte.”

Swart houdt van aanpakken. Dat resulteerde in een reeks adviezen die zij aan de commissie wilde voorleggen. Ook dat was niet de bedoeling. “Ik kreeg het verzoek om maar een tijdje op mijn handen te gaan zitten. Als ik nog iets wilde inbrengen, moest dat eerst ter controle naar de dagelijks bestuurder van mijn partij.”

Een opmerkelijke gang van zaken, die alles te maken heeft met de deelname van GroenLinks aan het stadsbestuur. “Op de Stopera zit men niet te wachten op een afwijkend standpunt. De fracties in de stadsdelen worden rechtstreeks aangestuurd. Onze bestuurder zit ook bij alle fractievergaderingen. Dat vind ik ook best raar.”

De druppel was een negatief advies over de komst van de biomassacentrale in Diemen, een plan dat ook in Oost de gemoederen bezighoudt. “Twee minuten voor de vergadering vroeg mijn bestuurder mij het advies in te trekken. GroenLinks had stedelijk groen licht gegeven. Dat was de lijn die moest worden gevolgd.” Kort daarna haakte Swart teleurgesteld af.

“Het is helemaal niet de bedoeling dat de commissie zelfstandig denkt en doet. Het systeem is ontworpen voor de loopbaanontwikkeling van politici. Ook de dagelijks bestuurders zitten in de wacht voor een mooi baantje. Zij doen braaf wat hun door de Stopera wordt opgedragen.”

Swart doet nu weer wat ze het liefste doet: werken als wetenschapper en actievoeren. Haar GroenLinks-lidmaatschap heeft ze opgezegd. “Het is mij zwaar tegengevallen. Ik had me verkiesbaar gesteld om iets te dóen voor het klimaat, maar dat bleek dus helemaal niet de bedoeling.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden