PlusExclusief

‘Er wordt niet over nagedacht’: gemeente Amsterdam blijft maar extern personeel inhuren

Burgemeester Femke Halsema moet woensdag in de raad verantwoording afleggen over het langdurig aantrekken van Lennart Booij bij de voorbereiding van de viering van Amsterdam 750 jaar. Beeld ANP
Burgemeester Femke Halsema moet woensdag in de raad verantwoording afleggen over het langdurig aantrekken van Lennart Booij bij de voorbereiding van de viering van Amsterdam 750 jaar.Beeld ANP

De gemeente Amsterdam geeft bijna twee keer zoveel geld uit aan inhuur van extern personeel als de bedoeling is. Dat is niet een probleem van gisteren, maar speelt al jaren. ‘Ik heb gezien dat er extern personeel werd ingehuurd om extern personeel in te huren.’

Anna Herter en Marcel Wiegman

Het is een jaarlijks terugkerend ritueel: ruzie in de gemeenteraad over de inhuur van extern personeel door de gemeente Amsterdam. Altijd is het te veel en altijd is er het vrome voornemen dat het minder wordt. Soms is er al tussentijds ophef. Zo mag burgemeester Femke Halsema woensdag verantwoording afleggen over het langdurig aantrekken van haar politieke kennis Lennart Booij voor 125 euro per uur om een feest te organiseren voor de viering van Amsterdam 750 jaar.

Wie de gemeentelijke jaarrekeningen van de laatste tien jaar er op na slaat, ontdekt een interessant patroon: hoe hoger het percentage externe inhuur, hoe groter de beloften om dat terug te dringen. In 2011 besloeg de externe inhuur ruim 10 procent van de totale loonsom van de gemeente, twee jaar later steeg dat tot 15 procent om vanaf 2015 door te groeien naar 20 procent en meer. Ondertussen werd in 2017 afgesproken dit percentage vanaf 2019 terug te dringen naar 15 procent. In 2019, toen de gemeente een percentage van 21,4 procent haalde, werd besloten dat het 10 procent moest zijn.

Hoe komt het dat de gemeente er maar niet in slaagt aan haar eigen doelstellingen te voldoen? En: is dat eigenlijk erg?

Gedragscode

Altijd is er wel wat: nieuwe computersystemen, waarvoor hoogst specialistische ict-kennis nodig is, een nieuw erfpachtstelsel, waarvoor extra juristen nodig zijn, een ingewikkelde reorganisatie of de bouw van een nieuwe metrolijn. Of een jubileumfeest, waarvoor intern kennelijk niemand met de juiste vaardigheden te vinden is.

Om paal en perk te stellen werd in 2008 voor het eerst door de gemeente een gedragscode externe inhuur ingevoerd, in 2013 werd die aangepast en in 2021 nog eens – onder de titel Zo doen we dat in Amsterdam. De belangrijkste maatregelen: een maximaal uurtarief van 125 euro (exclusief btw), een jaarbedrag van maximaal 136.000 euro (de wethoudersnorm) en liever geen contract met een duur van langer dan een jaar. Wie daarvan wil afwijken, heeft daarvoor toestemming nodig van het college van burgemeester en wethouders.

Op de gemeentelijke website wemelt het ondertussen van de ict’ers, managers, projectleiders, procesbegeleiders, juristen en deskundigen die 125 euro per uur ontvangen – en dat zijn dan alleen nog maar de functionarissen die via een openbare aanbesteding binnen zijn gekomen. Velen worden geleverd door bekende bureaus als Berenschot, Boer & Croon en Haskoning.

Onderhands ingehuurd

Volgens een brief van burgemeester Halsema aan de gemeenteraad wordt naar schatting in 3,5 procent van de gevallen afgeweken van de standaard: ze verdienen bijvoorbeeld meer dan het maximum, blijven langer in dienst of worden onderhands ingehuurd. Hoeveel mensen er meer dan 125 euro per uur verdienen kan een woordvoerder van de gemeente dinsdag niet zeggen.

Het heeft alles te maken met de concurrentiepositie van Amsterdam op de arbeidsmarkt, zegt hoogleraar arbeidsmarkt, Ton Wilthagen. “In een economie die op volle toeren draait, heeft de publieke sector het moeilijk. Ondanks alle mooie campagnes wordt werken voor de overheid allang niet meer gezien als erebaan.”

Kort gezegd: wie echt iets kan en stevige ambities heeft, haalt het niet in zijn hoofd voor de gemeente te gaan werken. Sterker nog: wie met succes voor de gemeente werkt kan zich beter laten ontslaan om zich vervolgens voor veel meer geld in te laten huren. Die gaat, zegt Wilthagen, liever ‘Champions League’ spelen. Zeker in een tijd dat werknemers de overheid niet nodig hebben als veilige haven.

Omgekeerd: “De gemeente wil niet altijd het B-elftal opstellen,” zegt Wilthagen. “Dus gaat het de markt op. Maar als het gaat om de nieuwe kantinejuffrouw of de organisator van een jubileumfeest zou men best wat kritischer kunnen zijn. Je hoeft niet altijd meteen naar PricewaterhouseCoopers te rennen.”

Gemakzucht

Volgens Wilthagen is er vaak sprake van gemakzucht, van gewoontes, van de moedeloze gedachte dat toch niemand voor de gemeente wil werken, zeker nu er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt. Die, zegt hij, ‘nog dertig jaar aan gaat houden volgens het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut’.

Hij noemt het ‘de tragiek van de gemeente’. “De financieel controller slaapt er niet van. Innovaties blijven vaak achterwege, terwijl er echt wel wat te bedenken valt. Je kunt intern beter scouten, je kunt juniormedewerkers opleiden en doorontwikkelen. Ik vraag me af of de gemeente zijn eigen personeel goed in kaart heeft.”

Je kunt je ook afvragen: hoe erg is het nu helemaal dat de gemeente veel extern personeel inhuurt? Directeur Jan de Ridder van de Amsterdamse Rekenkamer: “Wil je mean and lean zijn of juist veel kwaliteit in huis hebben? Je kunt niet voor alles de expertise in eigen huis hebben, maar het heeft ook onmiskenbaar nadelen om afhankelijk te zijn van extern personeel. Dan begrijp je niet meer wat die mensen aan het doen zijn. Kun je ze nog tegenpartij bieden? Je moet als organisatie ook wijs blijven. Er wordt niet over nagedacht. Ik heb gezien dat er extern personeel werd ingehuurd om extern personeel in te huren.”

‘Onvolkomen, complex en warrig’

Vijf jaar geleden deed de Amsterdamse Rekenkamer uitgebreid onderzoek naar externe inhuur door Amsterdam. De conclusies logen er niet om: het beleid was ‘onsamenhangend en inconsistent en te typeren als onvolkomen, complex en warrig’. Een duidelijk beeld van de omvang en samenstelling van de externe inhuur was er niet. Of het beleid een beetje doel trof? De rekenmeesters hadden geen idee. Aan metingen en evaluaties werd niet gedaan.

Veel reden om aan te nemen dat het sindsdien beter gaat heeft De Ridder niet. Wat hem stoort is dat de discussie altijd achteraf plaatsvindt – onder druk van de publieke opinie en de politieke actualiteit. Dan gaat het meteen over te hoge beloningen en onnodig personeel. Nooit wordt eens nagedacht over wat voor organisatie de gemeente eigenlijk wil zijn, ook niet door de gemeenteraad.

Nog zoiets: wordt er wel goed onderhandeld? Veel experts zijn afhankelijk van opdrachten van de overheid – en toch concurreren al die overheden elkaar de tent uit om voor zichzelf de beste mensen binnen te halen.

De Ridder: “Het gaat hier wel om belastinggeld, maar de overheid heeft de neiging om over dit soort zaken vaag te zijn. Anders komen er maar lastige vragen. Het geeft gedoe. Maar wees nou eens transparant. Ga de discussie aan over de vraag wat voor personeel je nodig hebt en wat daarvoor van buitenaf moet komen. Misschien kom je dan uit op 20 procent. Wat is daar erg aan als je het uit kunt leggen?”

Lennart Booij​​

Lennart Booij, oude bekende van burgemeester Femke Halsema, werd in 2019 aangesteld als ‘programmadirecteur’ voor het stadsjubileum in 2025. Hij kreeg een uurtarief van 125 euro per uur en mocht 20 uur per week aan de slag. Dat maakt 10.000 euro per maand. Ondanks de intentie van 9 maanden, werd een contract opgesteld voor de duur van twee jaar.

Het totaalbedrag voor deze klus wringt met Europese wetgeving, die bepaalt dat klussen boven de 215.000 euro een openbare aanbesteding, zodat meer kandidaten kunnen solliciteren. De gemeente betoogt aan de hand van een hoogleraar aanbestedingsrecht dat de regels niet zijn overtreden.

Inmiddels is de samenwerking met Booij per 1 februari opgeschort. Daarmee is de kous nog niet af; woensdag moet de burgemeester in de gemeenteraad verantwoording afleggen over de kwestie. Afgelopen vrijdag nam ze al een voorschotje in een brief aan de raad. Daarin schrijft ze dat de functie ‘specifieke kwaliteiten’ vereiste die intern niet voorhanden waren. Uiteindelijk vond ze in Booij een geschikte kandidaat.

De commotie die afgelopen week ontstond door de aanstelling, raakt Halsema naar eigen zeggen ‘zeer’, ‘omdat er een beeld heeft kunnen ontstaan dat haaks staat op wie ik ben en waar ik voor sta’. Ook erkent ze in de brief dat er fouten zijn gemaakt bij ‘de uitvoering van administratieve taken’ en de afhandeling van het contract.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden