PlusNieuws

Enquêtecommissie: gemeente Amsterdam zag vuilverbrander AEB vooral als melkkoe

De problemen bij vuilverbranding AEB vinden hun oorsprong in winstbejag van de gemeente Amsterdam. Financiële belangen waren het belangrijkst, niet het verwerken van afval. Intussen ontbrak het aan een heldere visie. Moest het bedrijf vol inzetten op recycling of vooral winst maken?

Ruben Koops en Bart van Zoelen
null Beeld ANP
Beeld ANP

Als eigenaar en enig aandeelhouder hield de gemeente Amsterdam te veel afstand van afvalenergiebedrijf AEB, het stadsbestuur was te weinig betrokken. Wel lag de nadruk op financiële belangen, waardoor andere maatstaven zoals de verduurzaming of goede bedrijfsvoering en het up-to-date brengen van de onderhoudsniveaus het onderspit delfden.

Dat is de rode draad in het eindrapport van de enquêtecommissie die namens de gemeenteraad onderzoek deed naar de problemen bij AEB. Vanaf de bouw in 1993 was de vuilverbranding een gemeentelijke afdeling, sinds 2014 een dochterbedrijf. Maar door gebrekkige aansturing en onduidelijkheid over de taakverdeling werd er uiteindelijk vooral gelet op cijfers en niet op het verbranden van huishoudelijk afval, een van de kerntaken van de gemeentelijke overheid.

Voorgeschiedenis problemen AEB

In 2019 ging vuilverbranding AEB bijna failliet met een nationale afvalcrisis tot gevolg. Lees in deze reconstructie van Het Parool hoe het zover kon komen.

‘Doordat de verschillende belangen die de gemeente heeft met het AEB niet expliciet worden gemaakt, krijgt financieel belang de overhand ten koste van andere ambities,’ aldus het eindrapport.

De enquêtecommissie prikt de mythe door dat AEB de gemeente Amsterdam alleen maar geld heeft gekost. Integendeel, sinds de oprichting van de centrale is er naar schatting van de commissie een positief saldo van 28 miljoen euro ten gunste van de gemeente. Dit is hoofdzakelijk bereikt doordat de gemeente zeer hoge rentetarieven in rekening bracht voor de leningen die het uitzette bij het gemeentelijke bedrijf, ‘hoger dan de gemeente zelf betaalt aan haar kredietverstrekkers’.

Achterstallig onderhoud

Het rapport schat dat dit nadeel AEB in de loop van de jaren 323 miljoen euro heeft gekost. In dat sommetje is zelfs de achtergestelde lening van 162 miljoen euro weggestreept die de stad op papier nog krijgt van AEB, inclusief het noodkrediet van 35 miljoen euro waarmee de stad in 2019 het wankelende afvalbedrijf overeind hield.

Ook werd AEB gebruikt voor kortingen. De GVB kon op een lagere stroomprijs rekenen (met de afvalverbranding wordt energie opgewekt), de afvaltarieven voor het verbranden van huisvuil waren lager dan de marktprijs en het warme water voor de stadsverwarming was ook te goedkoop, aldus de enquête.

Twee jaar geleden heeft AEB de prijs betaald voor al het geld dat de stad uit het afvalbedrijf heeft getrokken. De ovens in het Westelijk Havengebied branden inmiddels weer op vol vermogen, maar de crisis in de zomer van 2019 leert dat dit niet vanzelfsprekend is. Door achterstallig onderhoud moest de vuilverbranding in juni maanden worden stilgelegd. Dit veroorzaakte een landelijke afvalcrisis, omdat de grote hoeveelheid bedrijfsafval die AEB verbrandt om rendabel te zijn, tijdelijk omgeleid moest worden naar andere centrales.

De enquêtecommissie maakt een voorzichtige koppeling tussen de manier waarop AEB als melkkoe werd gebruikt, en de afvalcrisis uit 2019. Sinds de verzelfstandiging in 2014 was de kwaliteit van de afvalovens sterk achteruitgegaan, las de enquêtecommissie terug in onderzoeksverslagen uit die jaren. ‘Een belangrijke factor daarbij is het uitstellen van gepland onderhoud ten gevolge van de druk op de financiële prestaties’.

Wat moest de vuilverbrander zijn?

Inmiddels zijn de problemen grotendeels opgelost en staat de gemeente op het punt om de centrale te verkopen aan de hoogste bieder, naar verluidt aan dezelfde eigenaar als AVR, de vuilverbrander van Rotterdam.

Achterliggende oorzaak voor het gebrek aan sturing is dat Amsterdam niet wist wat het wilde met het afvalbedrijf. Verschillende wethouders keken door hun eigen bril naar AEB. Waar de één een royaal dividend verlangde, wilde de ander AEB inzetten voor duurzame energie of afvalscheiding. Gevolg was dat het verzelfstandigde bedrijf tientallen miljoenen investeerde in een biomassacentrale en een met gierende haast in gebruik genomen en daardoor slecht werkende afvalscheidingsinstallatie.

Dat deze wethouders allemaal hun eigen ambtenaren hadden en ook nog met weinig verstand van zaken, leidde tot ‘verkokering’. Moest AEB inzetten op recycling, of moest het vooral zo veel mogelijk afval blijven verbranden om winst te maken?

In dat vacuüm kregen financiële belangen de overhand, concludeert de enquêtecommissie.

Gebrek aan deskundige blik

De enquêtecommissie zet ook haar vraagtekens bij de grootscheepse ambities die ingebakken lijken in de Amsterdamse politieke cultuur. De stad wil graag een voorbeeldfunctie vervullen en streeft naar een ‘koploperspositie’, liefst internationaal. De afweging of zo’n miljoeneninvestering riskant is of nodig, wordt niet uitdrukkelijk afgewogen, concludeert de enquêtecommissie met een verwijzing naar eerdere financiële debacles zoals de bouw van de Stopera en de Noord/Zuidlijn.

De gemeenteraad heeft al helemaal het nakijken, bij gebrek aan deskundige ondersteuning. Een aanbeveling is dan ook om daar meer geld voor uit te trekken. ‘Grote ambities zijn niet vrijblijvend, maar vragen om betrokkenheid in de uitvoering.’

Hier ging het mis

De bron van alle problemen bij AEB lijkt in 2003 te liggen, toen Amsterdam besloot om een tweede grotere afvalverbrander te bouwen, direct naast de eerste twee afvalovens. Het gemeentelijke afvalbedrijf werd de markt op gestuurd om bedrijfsafval aan te trekken, om deze nieuwe centrale draaiende te houden. Voor het huisvuil uit de regio waren de oude afvalovens uit 1993 afdoende. Het ministerie van VROM waarschuwde Amsterdam toen al dat recycling de toekomst had in plaats van het verbranden van afval.

Amsterdam zette de plannen door en ging er prat op dat AEB de efficiëntste afvaloven van de wereld was. Het leidt tot een kostenoverschrijding van 115 miljoen euro en een ingebouwde zwakte die AEB in 2019 nog aan de rand van de afgrond bracht. Want toen de nieuwe ovens in 2007 in bedrijf werden genomen, had Nederland een overschot aan afvalverbranders met lagere tarieven tot gevolg. Maar om rendabel te blijven moest AEB hoe dan ook blijven stoken, daartoe werden grote contracten afgesloten.

Gevolg was dat AEB weinig ruimte had om de ovens stil te leggen voor grootschalig onderhoud. Gevolg was ook dat de schade meteen in de tientallen miljoen liep toen AEB in 2019 niet anders kon dan de ovens stilleggen. Het afval dat nu niet werd verbrand moest op kosten van AEB elders worden ondergebracht zoals AEB ook de energie moest inkopen die het nu niet kon opwekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden