PlusAchtergrond

Enorme operatie: het Amsterdamse stroomnet piept en kraakt

Huizen van het gas, auto’s niet meer op benzine, een groeiende stad: het Amsterdamse stroomnet piept en kraakt. Netbeheerder Liander staat voor zijn grootste operatie: de elektriciteitsvoorziening in Amsterdam klaarmaken voor de toekomst.

Amsterdam telt 25 onderstations. Twee zijn onlangs al uitgebreid, de rest wacht nog op ‘verzwaring’ en soms verplaatsing.Beeld Desiré van den Berg

Als een schuilkerk ligt een cruciaal schakeltje in de stroomketen die Amsterdam verlicht, verscholen aan de Karperweg, toch al een stukje Stadionbuurt in de luwte. De stroomtoevoer van zo’n 22.000 huizen en 150 bedrijven in Oud-West en Zuid wordt hier vorstelijk behandeld.

Aan de Karperweg zetten twee torenhoge transformatoren, brommend en zoemend, de 50 kilovolt middenspanning die ondergronds wordt aangeleverd vanuit een vergelijkbare stroomput bij De Nieuwe Meer om naar 10 kilovolt. Tientallen stroomschakelaars – in Lianderjargon: afgaand veld – in het schip van de stroomkathedraal verspreiden het resultaat naar evenzoveel transformatorhuisjes in de omgeving. Van daaruit gaat het als 230 volt naar ons huis.

‘Karperweg’ maskeert zijn ouderdom niet. Het onderstation oogt met talloze meters-met-een wijzertje, manshoge schakelaars en zoemende apparaten als de late jaren vijftig waarin het is neergezet. Maar het is niet de ouderdom die ­Liander, de beheerder van het Amsterdamse stroomnet, zorgen baart. Het is onze bijna onverzadigbare lust naar stroom. Gebeurt er niks, dan kan Karperweg de vraag naar stroom vanaf 2025 niet meer aan.

Datacentrales

Dat we steeds meer stroomslurpers onze huizen binnenslepen, is maar een deel van de oorzaak. Het nakende elektriciteitstekort dreigt vooral doordat we meer en meer elektrisch gaan rijden, van het gas moeten en doordat ons onverzadigbare geïnternet steeds meer datacentrales vergt. Maar ook doordat, vanwege het enorme woning- en kantorentekort in Amsterdam, de stad de komende decennia flink zal groeien.

Zelfs in het meest conservatieve scenario verdubbelt onze stroombehoefte de komende tien jaar. Dat kan ook wel eens richting een vervijfvoudiging gaan, met de gemeentelijke ambities om al in 2030 alle vervoer in de stad uitstootvrij te maken en in 2040 stadsbreed aardgasloos te zijn – wat betekent dat we elektrisch moeten verwarmen en koken.

Alleen moet ons stroomnetwerk wel meewerken. Wat decennia voldoende was, raakt nu rap over de kook. “We hebben er honderd jaar over gedaan om het huidige elektriciteitsnetwerk te bouwen,” zegt Paul van Engelen, bij Liander verantwoordelijk voor het stroomnet van de hoofdstad. “Nu moeten we binnen tien jaar het werk van de afgelopen veertig jaar doen.”

En dus is Liander, samen met de gemeente, bezig de stroomvoorziening voor het Amsterdam van de toekomst vorm te geven. Zoals aan de Karperweg. Pal naast de monumentale hal gaapt een metersdiepe kloof, afgebakend met damwanden, waar net de zoveelste funderingspaal in de kleigrond wordt gedraaid.

Tweemaal zo potent

De put is de toekomstige kelder van de stroomtoren die Liander hier aan het bouwen is. Een drie verdiepingen hoog bouwwerk pal langs de Stadiongracht, waar vanaf 2023 drie transformatoren overuren draaien. Dat is er niet alleen één meer dan nu, het trio is met 80 megavolt­ampère (MVA) ook tweemaal zo potent als de voorgangers.

En dat is één onderstation. Amsterdam telt er 25. Twee zijn onlangs al uitgebreid, de rest wacht nog op ‘verzwaring’ en soms verplaatsing. Zo wordt voor het eerste onderstation in Amsterdam, 120 jaar oud aan de Hoogte Kadijk in Oost, een nieuwe plek in dezelfde buurt gezocht.

Nergens wordt de operatie zo lastig als in de binnenstad, waar goed verborgen onderstations aan de Marnixstraat en Uilenburgerstraat eenzelfde beurt als de Karperweg wacht, maar dan zonder ruimte om uit te wijken.

Werk in uitvoering: oude stations worden opgevoerd of vervangen door de netbeheerder. Beeld Desiré van den Berg

Opknappen alleen is niet voldoende. Van Engelen zoekt met de gemeente naar zes tot acht plekken voor nieuwe onderstations. “We kijken in de hele stad, van Noord, de Afrikahaven, Haven-Stad, Oost tot Zuidoost.” De eerste nieuwkomer is al geoormerkt: op een postzegelgroot stukje Strandeiland moet een onderstation komen waar ook Tennet hoogspanning aanlevert.

Het gaat niet alleen om een plek voor onderstations. Ook veel van de 2300 transformatorhuisjes in de stad moeten stuk voor stuk worden aangepakt en ook daar is een flinke uitbreiding onvermijdelijk.

Zoals trafohuisje 18 in de Kolenkitbuurt, een van de vele non-descripte huisjes waar iedereen gedachteloos langsloopt. In de ‘middenspanningsruimte’ zet een prehistorisch ogende transformator de 10 kilovolt uit het onder­station om naar de 230 volt voor zo’n 400 adressen.

Nu alleen even niet. De mannen van Liandermonteur Dennis Mom hebben een diepe kloof voor het huisje gegraven, waaruit een zwarte kabel steekt, doorgeknipt in twee delen. Het huisje is ‘zwart gemaakt’ (van het stroomnet gehaald).

Buitenmodel stoppenkast

“Bij een controle zagen we dat de stroomschakelaar niet goed meer is,” zegt Mom, die in het huisje een buitenmodel lichtknopje laat zien. De olie in de semiantieke schakelaar lekt eruit. “Bovendien gebruiken we zulke schakelaars al lang niet meer.”

Het elektriciteitshuisje stond op de nominatie te worden opgewaardeerd. “Alleen doen we dat nu wat sneller,” zegt Mom. De ingewanden maken straks plaats voor een heel nieuwe schakelaar – modern, op afstand te controleren – een veel krachtigere transformator en een nieuwe buitenmodel stoppenkast. Daarmee is dit deel van de Kolenkitbuurt klaar voor de 21ste eeuw. Nodig ook, want op een steenworp afstand zijn plannen voor tachtig nieuwe woningen.

Daarmee is het werk nog niet gedaan. Onzichtbaar ondergronds zal het aantal kabels met onze stroombehoefte meegroeien. Dat betekent dat de komende jaren vaak straten opgebroken zullen worden om nieuwe kabels te leggen. “Als er een nieuw huisje bijkomt, moeten er ook altijd kabels naartoe en weer van af,” zegt Van Engelen. “Hij laat een armdik exemplaar zien. “Hiervan ligt 3300 kilometer in de stad en nog eens zoveel aan laagspanningskabels naar huizen. Bij elkaar van hier naar Chicago.”

Het is bij elkaar een kapitale operatie. Alleen de aanpak van onderstation Karperweg vergt al 13,2 miljoen euro. Dit jaar investeert Liander 154 miljoen euro in de uitbreiding van het Amsterdamse stroom- en gasnet en dat wordt de komende jaren alleen maar meer. Al die investeringen betalen wij uiteindelijk: ze worden verwerkt in de energieprijzen.

Liander, dat in Amsterdam 1200 medewerkers telt, verwacht zeker tien jaar bezig te zijn met het klaarmaken van de stad voor de toekomst. “Eigenlijk is er geen einddatum,” zegt Van Engelen. “Daarna kunnen we opnieuw beginnen.”

Beeld Desiré van den Berg

Beter plannen wanneer we stroom verbruiken

Opknappen en bijbouwen is niet voldoende. “Gebruikers moeten ook beter gaan plannen wanneer ze stroom gebruiken,” zegt Paul van Engelen van Liander. “Stel dat het GVB alle bussen elektrisch maakt, dan moeten die niet juist opgeladen worden als alle Amsterdammers hun kookplaat aanzetten. Anders moeten we zo veel kabels in de grond stoppen, dat is maatschappelijk niet verantwoord.”

Met de gemeente is afgesproken dat die zulke ambities vroegtijdig kenbaar maakt. “We moeten lang van tevoren zien wat op ons afkomt. Een onderstation plannen, vergunnen en bouwen kost tussen de vijf en acht jaar. We zitten in de spagaat dat het bedrijfsleven veel sneller kan acteren dan wij. Een datacenter staat er in twee jaar, een oplaadpaal binnen een week. Als zich onverwachts een groot bedrijf in de haven vestigt, lopen wij direct achter, zeker als er ook nog eens een woonwijk bij moet.”

Ook als consument zullen we dat merken. “Er lopen al proeven waarbij mensen thuis stroom opslaan en terugleveren aan ons netwerk. Daarbij kijken we ook naar tarieven, zodat we mensen motiveren niet tegelijk de auto op te laden, de wasmachine aan te zetten en te koken. Dag- en nachtstroom – maar dan iets geavanceerder.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden