Geschiedenisblog

En dus nam acteur Hans Dagelet zelf plaats in de etalage van de slager

Een jonge Hans Dagelet Beeld ANP
Een jonge Hans DageletBeeld ANP

Nu geschiedenis, maar destijds het laatste nieuws in Amsterdam. Van een reus die in brand vliegt tot de eerste stempelautomaat: wat gebeurde er vroeger in de stad?

Eind juli 1975: Hans Dagelet in de etalage

Eigenlijk wilde acteur Hans Dagelet iets doen met zijn verzameling tinnen soldaatjes. “Een soort défilé Americain,” vertelt hij aan de verslaggever van Het Parool bij aanvang van een etalagewedstrijd in de Kinkerstraat. “Maar dat zou natuurlijk nogal statisch zijn geweest. Het leek me aardiger iets van mezelf te laten zien. Ik ben toevallig toneelspeler.”

En dus neemt Dagelet zelf eind juli plaats in de etalage van slager Hein Bannenberg. Samen met zijn maatje Robbie Funcke, beiden gestoken in minuscule zwembroekjes. Hun inzending Heden vlees, dames! levert ze de eerste prijs op: een zilveren worst.

Een collega winkelier vindt de act tussen de riblappen en rookworsten dubieus: “Die Bannenberg maakt zijn zaak zo kapot!”

Zomer 1987: het laatste wollen Jägerondergoed

De ‘speciaalzaak in tricotage en lingerie’ van K.F. Deuschle-Benger werd in de zomer van 1987 opgeheven. Walter Karl Deuschle, derde generatie, verkocht zowel dames als herenondergoed van de allerbeste kwaliteit. De zaak was gesticht door Karl Friedrich Deuschle in 1886, in de Kalverstraat. Hij was getrouwd met Julie Benger, dochter van een tricotagefabrikantin Stuttgart. Deze Benger had van Gustave Jäger het patent gekregen op de productie van het door hem gepropagandeerde zuiver wollen ondergoed. De mens was van dierlijke oorsprong en zou zich volgens deze zoöloog en hygiënist ook uitsluitend moeten kleden met producten met dierlijke herkomst. In 1962 verhuisde de zaak van de Kalverstraat naar de Paleisstraat.

De lingeriezaak van Walter Karl Deuschle in de Paleisstraat.
 Beeld Stadsarchief Amsterdam
De lingeriezaak van Walter Karl Deuschle in de Paleisstraat.Beeld Stadsarchief Amsterdam

24 juli 1733: Mooie Helena had op haar sterfbed de moord op haar zus bekend

Vrijdagavond 24 juli 1953 wachtten honderden Amsterdammers in en vóór café De Waag op de Zeedijk op de geest van de verdoemde Helena. ‘Vrijdag spookt het op de Zeedijk’, had Het Parool aangekondigd. Mooie Helena had op 24 juli 1733 op haar sterfbed de moord bekend op haar zus en liefdesrivaal Dina. Haar man verdoemde de ‘zustermoordenares’ daarna tot doorspoken in de eeuwigheid.

Precies twintig jaar later begon het op de Zeedijk te spoken. Uit het huis des onheils klonk ‘gekerm, geklaag en geschreeuw.’ In 1853 spookte het weer wekenlang op de Zeedijk. Maar in 1953 liet Helena niets van zich horen, hoewel het oude vrouwtje dat boven het café woonde nog speciaal koffie voor haar had gezet.

In 1953  liet Helena niets van zich horen op de Zeedijk, hoewel het oude vrouwtje dat boven het café woonde nog speciaal koffie voor haar had gezet. Beeld Stadsarchief
In 1953 liet Helena niets van zich horen op de Zeedijk, hoewel het oude vrouwtje dat boven het café woonde nog speciaal koffie voor haar had gezet.Beeld Stadsarchief

22 juli 1973: de laatste kerkdienst in Ruigoord

Het dorpje Ruigoord, een voormalig eiland in het IJ, moest in 1973 plaatsmaken voor de aanleg van een nieuwe Amsterdamse oliehaven. Bewoners werden uitgekocht en verhuisden naar Spaarndam, Halfweg en Zwanenburg. Op zondag 22 juli 1973 vond in de Ruigoordse Sint-Gertrudiskerk de laatste mis plaats.

Een dag later barricadeerden Amsterdamse kunstenaars de weg naar het dorp en kraakten de huizen, om sloop te voorkomen. Ze kregen hulp van de pastoor, die de sleutel van de pastorie en de kerk had gegeven. Diezelfde dag nog trok Amsterdam de sloopvergunning voorlopig in. De kerk werd door de nieuwe bewoners in gebruik genomen als actiecentrum en kinderboerderij. De dorpsgemeenschap tekende in 2017 een nieuw contract met het Havenbedrijf, waarmee het voortbestaan van Ruigoord is verzekerd tot 2027.

Op zondag 22 juli 1973 vond de laatste mis plaats in de Sint-Gertrudiskerk in Ruigoord. Beeld Stadsarchief
Op zondag 22 juli 1973 vond de laatste mis plaats in de Sint-Gertrudiskerk in Ruigoord.Beeld Stadsarchief

16 juli 1978: de Reus van Amsterdam gaat in vlammen op

Ondanks bewaking, brandwerende kleding en een automatische blusinstallatie werd de Reus van Amsterdam, een gigantische reclamepop op de Dam, in de vroege uren van zondag 16 juli 1978 door brand geveld. De actiegroep Reuze-jammer eiste de brandstichting op.

Kort voordat de reus in mei op de Dam werd geplaatst, was het hoofd al ontvreemd uit een werkplaats aan de Hoogte Kadijk en in brand gestoken. Sindsdien werd het geesteskind van ontwerper Ton Giesbergen bewaakt. De bewaker die op het moment van de brandstichting in het gevaarte een reparatie aan het uitvoeren was, wist ternauwernood te ontsnappen aan de vuurzee.

De omstreden en geliefde reus, gemaakt om een stalen frame met veel kunststof, was het middelpunt van de actie Amsterdam Reuzestad, waarmee vier grootwinkelbedrijven winkelpubliek naar het centrum wilden trekken. De reus was tegen brandschade verzekerd, maar een nieuw exemplaar kwam er niet.

De reus die reclame maakte voor 'Amsterdam Reuzestad'. Beeld Stadsarchief Amsterdam
De reus die reclame maakte voor 'Amsterdam Reuzestad'.Beeld Stadsarchief Amsterdam

15 juli 1971: woedende nazaat Ilse Kreymborg gooit een asbak door het raam

‘Als u niet naar ons wilt luisteren, dan zal ik u op deze manier wakker schudden,” waarschuwt Ilse Kreymborg (31) op de jaarvergadering van het kwakkelende modeconcern Kreymborg bij het gooien van een asbak door de ramen. Als nazaat van oprichter Anton Kreymborg en mede-eigenaar van de familieaandelen is ze boos op de directie, nu uitbetaling van het dividend wederom uitblijft. “Vijf jaar lang proberen wij een oplossing te vinden voor de moeilijkheden, en al die tijd is er niks gedaan. Wij willen nou wel eens geld zien.” Ook verwijt ze de directie vriendjespolitiek: “Mijn broers krijgen geen topfuncties aangeboden, terwijl ze daarvoor wel zijn opgeleid.” De directie reageert de volgende dag, 16 juli, met schorsing van haar broer Hans als filiaalchef.

Ilse Kreymborg.



 Beeld
Ilse Kreymborg.

10 juli 1945: verzetsman Theo ‘Oome Jan’ Dobbe wordt herbegraven

Na een uitvaartdienst in de Rozenkranskerk in de Jacob Obrechtstraat wordt op 10 juli 1945 Theo Dobbe met militair eerbetoon herbegraven op de rooms-katholieke begraafplaats Buitenveldert. Dobbe, of ‘Oome Jan’ zoals hij in verzetskringen werd genoemd, was september 1944 doodgeschoten in Dieren door twee leden van de Sicherheitsdienst. Zijn stoffelijk overschot werd na de Duitse capitulatie teruggevonden, tijdelijk begraven in Dieren en uiteindelijk overgebracht naar zijn geboorteplaats Amsterdam. Dobbe ging direct na de meidagen 1940 al in het gewapend verzet. Op 14 mei 1941 pleegde zijn groep een bomaanslag op een villa aan de Bernard Zweerskade, waar Duitse officieren waren gehuisvest. Dobbe wist na een arrestatie te ontsnappen, waarna hij bij verstek ter dood werd veroordeeld.

Theo Dobbe Beeld -
Theo DobbeBeeld -

9 juli 1942: tramlijn 8 wordt opgeheven

De meest beladen tram van Amsterdam is er een die nooit meer zal rijden, beloofde het GVB in 1997 na forse kritiek op het voornemen een toeristentram het vrije cijfer 8 te geven. Wisten ze niet dat tram 8 in de oorlog was gebruikt om Joden te deporteren? Lijn 8 reed van de Rivierenbuurt naar het Centraal Station, dwars door de Jodenbuurt. Op zondagochtenden was het de drukste tramlijn van de stad, vanwege de populaire markt op Uilenburg, totdat het Joden eind juni 1942 werd verboden met het openbaar vervoer te reizen. Bij gebrek aan passagiers werd de lijn op 9 juli 1942 opgeheven. Een week later begonnen de grootschalige nachtelijke tramdeportaties. Over de route van tram 8, maar ook over die van de lijnen 7, 9, 16 en 24.

Tramlijn 8 voor het Centraal Station op het Stationsplein. Route: Centraal Station-Noorder Amstellaan (Churchill-laan). Beeld Stadsarchief Amsterdam
Tramlijn 8 voor het Centraal Station op het Stationsplein. Route: Centraal Station-Noorder Amstellaan (Churchill-laan).Beeld Stadsarchief Amsterdam
Sean Connery tijdens de opnames van de film 'Diamonds are Forever'. Beeld Mieremet, Rob / Anefo
Sean Connery tijdens de opnames van de film 'Diamonds are Forever'.Beeld Mieremet, Rob / Anefo

3 juli 1971: Woonbootbewoner verdedigt zich tegen de golven van James Bond

Over de Amstel, bij de Magere Brug, klinkt zaterdagmorgen 3 juli 1971 een harde knal. Net op het moment dat twee politieboten met schuimende boeggolven aanstormen om assistentie te verlenen bij het opdreggen van het lijk van een oudere dame. De drenkeling springt daarna weer te water: het blijkt een verklede stuntman. De filmcrew van de nieuwste James Bondfilm, Diamonds Are Forever, is in de stad. Dat lijk staat in het script van de in en langs de Amstel gedraaide scènes met Sean Connery. De harde knal niet. Die blijkt het luidruchtig protest van woonbootbewoner Bruinewoud, die met een wanhoopsschot uit een alarmpistool zijn waardevolle collectie porseleinen bierbekers probeert te behoeden voor volgende verwoestende boeggolven van de politieboten.

1 juli 1984: Shell brengt zijn mensen met eigen bootjes naar het lab in Noord

Op 1 juli 1984 stopte het personeelsvervoer over het water naar het Shell-laboratorium in Noord. Een beslissing die ‘de nodige emoties’ opriep, volgens personeelsblad LabSpiegel. Sinds de opening van het complex op de plaats van het voormalige galgenveld, in februari 1914, was het personeel het IJ overgezet met bedrijfsbootjes.

In de vroege jaren met sleepboten en dekschuiten. Schepen, waarmee in de Hongerwinter ook voedseltochten werden gemaakt. Zo loodste schipper Willem Los een lading aardappelen van de Wieringermeerpolder naar Amsterdam, drie weken zigzaggend door de polders om aan de Duitse controles te ontkomen. Later werden ook schepen gehuurd van de rederijen Koppe en Boekel. ‘Lange tijd werd de steiger bij het Noord-Zuidhollandsch Koffiehuis gebruikt voor de schepen van ons lab en daar was het gezellig wachten op de boot…,’ aldus LabSpiegel.

De Dilecta doorklieft de golven. Beeld uit het personeelsblad 'LabSpiegel' van Shell. Beeld LabSpiegel
De Dilecta doorklieft de golven. Beeld uit het personeelsblad 'LabSpiegel' van Shell.Beeld LabSpiegel

28 juni 1936: het Indisch Theehuis in het Vondelpark brandt af

Jan Olij opende in 1928 in het Vondelpark het Indisch Theehuis, een in ‘exotische stijl’ gebouwde horecapaviljoen naar een ontwerp van de broers Herman en Jan Baanders. De Amsterdammers noemden het door de chaletstijl al snel het Zwitsersche Theehuis. Olij was trots op zijn nieuwe etablissement met pachterswoning, op de plek van zijn oude houten drinkstalletje. In de vroege uren van zondag 28 juni 1936 mopperde zijn vrouw Marretje op de drukke mussen in de rietenkap. Het bleken echter vlammen: binnen een uur restte er slechts een houten skelet. Kortstuiting, zei de brandweer, maar in 1942 bekende een inbreker alsnog de brandstichting. Het parkbestuur koos niet voor herbouw, maar voor een modern rond gebouw van glas en staal. Dat Blauwe Theehuis, van Herman Baanders, is sinds 2018 proeflokaal van Brouwerij ’t IJ.

Het Indisch Theehuis na de brand in 1936. Beeld Stadsacrchief
Het Indisch Theehuis na de brand in 1936.Beeld Stadsacrchief

6 januari 1886: Abraham Kuyper kraakt Nieuwe Kerk

Kerkenraadsvoorzitter dominee A.J. Westhoff had de deur van de consistoriekamer laten voorzien van nieuwe sloten, versterkt en twee potige portiers ingehuurd. Desondanks wist een groepje mannenbroeders onder leiding van Abraham Kuyper op woensdag 6 januari 1886 met geweld bezit te nemen van de ruimte in de Nieuwe Kerk waar de eigendomsbewijzen van de kerkelijke goederen lagen. Kuyper had de rechtzinnige gelovigen al hun eigen krant, politieke partij en universiteit gegeven. Met de bezettingsactie wilde hij de modernistische vrijzinnigen binnen de kerkenraad buitenspel zetten. De bezetting werd een jaar volgehouden, een scheuring binnen de hervormde kerk bleek onoverkomelijk. De gehavende ‘deur van Kuyper’ in de kerk herinnerde jarenlang aan de pijnlijke kerkscheuring. En verhuisde in 1979 naar Museum Catharijneconvent in Utrecht.

Abraham Kuyper. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Abraham Kuyper.Beeld Stadsarchief Amsterdam

6 januari 1978: sluiting van de VAMI-lunchroom

Eigenaar Ahold kondigt op 6 januari 1978 de sluiting aan van het VAMI-restaurant in de Kalverstraat 171. De definitieve sluitingsdatum is afhankelijk van het overleg met de vakbonden en verkoop van het pand. Het concept is volgens Ahold verouderd, terwijl de Kalverstraat vooral steeds meer jong publiek trekt. De ‘lunchroom voor de gewone man’ was oorspronkelijk eigendom van de Verenigde Amsterdamse Melk Inrichtingen (VAMI). En geliefd om de poffertjes, ijs uit de eigen melkfabriek aan de Prinsengracht en redelijk geprijsde stamppotten en complete maaltijden. Na de overname door Ahold werd de melkinrichting afgestoten en werd er OLA-ijs geserveerd. Ook Dik Trom gaat in een van zijn boeken poffertjes eten bij VAMI. Serveerster A. Koppens in Het Parool. “Als kinderen daarnaar vragen, zeggen wij: kijk, op die stoel heeft Dik Trom gezeten en daar mag jij nu op zitten.”

Motor met zijspan van VAMI-roomijs op de Van Tuyll van Serooskerkenweg ter hoogte van nummer 17 bij de Agamemnonstraat. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Motor met zijspan van VAMI-roomijs op de Van Tuyll van Serooskerkenweg ter hoogte van nummer 17 bij de Agamemnonstraat.Beeld Stadsarchief Amsterdam

19 december 1960: een rechtszaak om rood

Modeontwerper Dick Holthaus ligt eind 1960 overhoop met zijn buren in de Vondelstraat. Op maandag 19 december dient zelfs een kort geding tegen de ‘gruwelijk ossenbloedrood’ gekleurde muren van de hal van zijn benedenwoning. “Voorbijgangers krijgen vanaf de straat de indruk dat het een huis van lichte zeden betreft,” meent de advocaat van de buren. De rechter wordt door de raadsman van Holthaus bedolven onder stapels Franse modetijdschriften om aan te tonen dat het gaat om ‘verantwoord gebruik van functioneel rood’ in een modern interieur. “Wat in Frankrijk kan, behoeft hier nog niet te kunnen,” riposteert de advocaat van de klagers. Rechter U. Stheeman stelt de uitspraak uit, pakt de fiets en inspecteert eerst de hal: “Dit is rood.”

Dick Holthuis kreeg later nog meer zin in rood: stewardessen van Martinair showen de nieuwe collectie ontworpen door de couturier (foto uit 1989). Beeld anp
Dick Holthuis kreeg later nog meer zin in rood: stewardessen van Martinair showen de nieuwe collectie ontworpen door de couturier (foto uit 1989).Beeld anp

13 december 1942: Mussert uitgeroepen tot Leider Nederlandsche Volk

‘Een grootste manifestatie van verbondenheid en trouw aan den Führer en den Leider der NSB,’ zo omschreef De Telegraaf de partijbijeenkomst op zondag 13 december 1942 van de Nationaal Socialistische Beweging der Nederlanden, in ‘een tot de allerlaatste plaats’ bezette grote zaal van het Concertgebouw. Rijkscommissaris Arthur Seyss Inquart betrok de NSB officieel bij het landbestuur en riep partijleider Anton Mussert uit tot ‘Leider van het Nederlandsche Volk’. Tot grote tevredenheid van NSB-partijbons Cornelis van Geelkerken: “De laatste drie jaren heeft men wel het meest van ons gevraagd, omdat toen onze wensen en verlangens bij alles ten achter moesten worden gesteld. Voor landverraders zijn wij uitgemaakt, doch het is nu wel duidelijk, wie de landverraders zijn.” Waarna twee coupletten van het Oostlandlied werden gezongen, en elf leden van de Jeugdstorm de zaal binnenmarcheerden om de elf gewestvlaggen aan hun leider te presenteren.

De NSB-bijeenkomst in het Concertgebouw. Beeld Stadsarchief
De NSB-bijeenkomst in het Concertgebouw.Beeld Stadsarchief

10 december 1970: Jordanees Toon Klepper in nieuwe film Jacques Tati

Jordanees Toon Klepper (41) speelt in de nieuwe Franse filmkomedie Traffic van Jacques Tati de rol van garagist. En daar is hij trots op, vertelt hij 10 december 1970 in Het Parool. In de film reist Tati als zijn alter ego Monsieur Hulot met een nog geheime nieuwe luxe sportwagen van Parijs naar de AutoRAI. Volgens het artikel werd ‘de rossige, wat corpulente Toon’ voor de rol gecast in zijn stamkoffiehuis Puck op de Brouwersgracht, en zal hij in januari zijn rol inspreken in Parijs. “Het is volgens hen erg moeilijk om een Fransman te vinden die Engels met een Hollands accent spreekt.” Volgens Toon is Tati tevreden. “Ik heb nooit eerder geacteerd, maar in de Jordaan zijn we allemaal toneelspelers.”

Fragment uit de filmposter van Traffic. Beeld -
Fragment uit de filmposter van Traffic.Beeld -

3 december 1887: Circustheater Carré geopend

De reislustige Duitse circusfamilie Carré reisde met hun paardendressuurnummer door heel Europa. Vanaf 1864 verzorgde de familie ook optredens in Nederland, in Amsterdam op het Amstelveld tijdens de jaarlijkse kermis. Na het gemeentelijke kermisverbod kocht Carré een terrein aan de Amstel waar hij een houten circustent liet bouwen. Het brandgevaarlijke gevaarte werd zeven jaar later vervangen door een imposant stenen circustheater. ‘Het is een paleis, dat u door zijne afmetingen niet alleen, maar door zijne inrichting aan iets vorstelijks doet denken,’ jubelde de Nieuwe Rotterdamsche Courant bij de opening op 3 december 1887. ‘Breede toegangen, gemakkelijke trappen, fraaie koffiekamers en foyers – en dan de hoofdzaak: eene kleurrijk gedecoreerde zaal, imposant door hare wijdte en hoogte.’ Het circustheater kreeg later een tweede leven als variététheater. In 1968 dreigde even sloop. Een vastgoedtycoon droomde van de bouw van een hotel, parkeergarage of gevangenis.

Carre 1888  Beeld Collectie Stadsarchief
Carre 1888Beeld Collectie Stadsarchief
null Beeld Stadsarchief
Beeld Stadsarchief

December 1943: Piet Mijksenaar hoofd Bureau Ontruimingen

Begin december 1943 werd Piet Mijksenaar (1901-1975) benoemd tot hoofd van het nieuwe gemeentelijke Bureau Ontruimingen. Als hoofd Voorlichting, Propaganda en Vreemdelingenverkeer had hij na de capitulatie in mei 1940 al ijverig gebouwen gevorderd voor inkwartiering van de Duitse troepen. Met dezelfde inzet stortte hij zich op een zo efficiënt mogelijk verloop van de gedwongen verhuizing van 80.000 Amsterdamse Joden. Zijn gemeentelijke garantstelling aan verhuisbedrijven maakte een einde aan opgelopen vertragingen. Daarbij schroomde hij ook niet om ambtenaren en andere diensten onder druk te zetten, bleek vier jaar geleden uit onderzoek van historicus Stephan Steinmetz. Mijksenaar mocht na de bevrijding aanblijven als hoofd Voorlichting, trad zelfs toe tot het Militair Gezag en werd geëerd voor het redden van twee Joden uit de Hollandsche Schouwburg.

Pieter Jan Mijksenaar. Beeld Stadsarchief
Pieter Jan Mijksenaar.Beeld Stadsarchief

21 november 1938: weer een wereldrecord voor Iet van Feggelen

De Amsterdamse zwemster Iet van Feggelen (1921-2012) was een fenomeen op de rugslag. Op 21 november 1938 verbeterde ze haar eigen wereldrecord op de 100 meter rugslag, tijdens de zweminterland Nederland-Indië. ‘Het was al meer dan een week geleden dat let van Feggelen voor het laatst een wereldrecord verbeterd had,’ aldus De Telegraaf na haar nieuwe wereldrecord van 1 minuut en 13 seconden. Ze grossierde dan ook in wereldrecords, maar werd door de oorlog weerhouden van kans op Olympisch goud. Haar vader richtte in 1939 zwem- en waterpolo vereniging De Meeuwen op, na een conflict met zwemvereniging Het Y over de trainingsfaciliteiten voor zijn dochter. In 1947 introduceerde Iet van Feggelen het kunstzwemmen in Nederland met de Bathing Beauties, de kunstzwemafdeling van De Meeuwen.

Iet van Feggelen, hier in het midden (met bril), was een Amsterdamse rugslagspecialiste die liefst zeven keer een wereldrecord vestigde. Beeld
Iet van Feggelen, hier in het midden (met bril), was een Amsterdamse rugslagspecialiste die liefst zeven keer een wereldrecord vestigde.

13 november 1933: Duikers subtiele Cineac

Met veel bombarie werd op 13 november 1996 het filiaal van de Amerikaanse restaurantketen Planet Hollywood geopend, in de voormalige bioscoop Cineac. Ook bij de opening van de Cineac, november 1933, rukte de pers uit. Het enthousiasme voor de opvallende constructie van architect Jan Duiker in de Reguliersbreestraat, opgetrokken uit staal, glas en beton, kende geen grenzen. Zowel het gebouw als de functie, een doorlopend bioscoopjournaal, waren uniek voor Nederland. De Cineac, onderdeel van het Franse Cinéma Actuel, werkte samen met het Algemeen Dagblad. Kunsthistoricus Erik Mattie prees in Ons Amsterdam dat met de komst van de Amerikaanse keten de oorspronkelijke gevel van Duiker weer in ere was hersteld. Maar was minder gelukkig met de aankleding van de zaal met filmparafernalia: ‘Elke subtiliteit van Duiker is aan het oog onttrokken door de romantiek van een tienerkamer, met de bijhorende rotzooi.’

De creatie van Duiker van glas, staal en beton. Beeld Paul Guermonprez/ Stadsarchief
De creatie van Duiker van glas, staal en beton.Beeld Paul Guermonprez/ Stadsarchief

Lees ook het oude overzicht terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden