PlusReportage

Elke maandag dineren 25 statushouders aan de Weesperzijde

Om de lange, donkere winter door te komen, eten 25 statushouders elke maandag samen aan de Weesperzijde. ‘Mensen vragen hier hoe het met je gaat, wat je de laatste tijd hebt gedaan.’

De avonden zijn bedoeld voor statushouders die in gastgezinnen of asielzoekerscentra verblijven.Beeld Jakob Van Vliet

Rahaf Al Lymoni (27) en Tamim Kbarh (29) zitten naast elkaar aan een lange witte tafel, bij kaarslicht. Vanavond hebben ze gekookt voor zo’n 25 statushouders die elke maandag samen eten in een galerie aan de Weesperzijde. Op het menu staat vooraf een Egyptische linzensoep, vervolgens een Soedanese rijstschotel en als toetje een Jordaanse griesmeelpudding. “Fuck the borders,” zegt Kbarh bij het opdienen.

De avond draagt de naam Takecarebnbistro, naar het concept Takecarebnb, waarmee statushouders een gastgezin kunnen zoeken om bij te verblijven. Dat is al zo’n 350 van hen gelukt.

Kafkaësk

Het fijne aan Takecarebnb is dat statushouder en gastgezin worden gematcht, zegt Frederike de Vlaming (61), gastouder en universitair onderzoeker in de rechten. “De statushouder die ik nu in huis heb, is advocaat. Daardoor is hij niet alleen mijn gast, maar ook mijn collega.”

Ruth Oldenziel (61), hoogleraar en Amerikadeskundige, is gastouder en initiatiefnemer van de Takecarebnbistro. Van alle gastouders heeft zij de meeste statushouders in huis gehad. “Je merkt hoe waanzinnig moeilijk integreren is. Als je aan de onderkant van de maatschappij zit, is de bureaucratie kafkaësk.” Oldenziel is met galeriehouder Maarten de Boer (67) in september met de avonden begonnen. De Boer: “De statushouders hadden veel tijd en kookten soms onderling al voor elkaar.” Waarom op de maandag? “Dat vonden we zo’n stille avond.”

Intieme momenten

In principe zijn de avonden bedoeld voor statushouders die in gastgezinnen of asielzoekerscentra verblijven. Maar ook mensen die een steentje willen bijdragen, zijn welkom. Veel Nederlanders komen niet snel in aanraking met vluchtelingen. “Hier kan dat makkelijk,” zegt De Boer. “Zo hebben een paar buren eens een Nederlandse avondmaaltijd klaargemaakt.”

Eten is een terugkerend thema, zegt ook De Vlaming. “Je zit samen in een pannetje te roeren, en kijkt net over de rand van het pannetje. Dat zijn kleine, intieme momenten.”

Zulke intieme momenten zijn er ook vanavond. De 29-jarige Adem vertelt over zijn boottocht vanuit Turkije naar Griekenland. “Veel vrienden, ook mijn vriendin, zijn daar omgekomen.” Hij moest Turkije ontvluchten, nadat hij was ontslagen, om politieke redenen. Daarom wil hij ook niet met zijn achternaam in de krant.

Ouders

Wat het leuke is aan avonden als deze? “Je eet samen met Nederlanders en spreekt Nederlands met hen.” Zijn ouders zijn nog in Turkije. “Soms voel ik me alleen. Maar al deze mensen aan tafel voelen nu ook als mijn ouders.”

Dat gevoel herkent de 36-jarige muzikant Mo Ahmed. “Mensen vragen hier hoe het met je gaat, wat je de laatste tijd hebt gedaan.” Hij woont nu in Otterlo, in Gelderland. “Maar ik wil in Amsterdam wonen. Ik denk dat ik hier meer op mijn gemak ben. Amsterdammers accepteren mensen van alle achtergronden.”

Koks Al Lymoni en Kbarh zijn drieënhalf jaar samen, maar hebben elkaar pas een jaar geleden in het echt ontmoet. Al Lymoni solliciteerde bij het bedrijf waar Kbarh werkte. “Hij bekeek mijn cv. De dag erop wilde hij mijn ouders om mijn hand vragen,” zegt ze. Ze zagen elkaar voor het eerst in levenden lijve in een Nederlands asielzoekerscentrum. “Toen begonnen we onze ­huwelijksreis in Ter Apel.”

Al Lymoni’s avond is geslaagd. “In Syrië heb ik een grote familie. Dit doet me denken aan de momenten waarop ik samen met hen kookte.” 

Hoe gaat het met Amsterdamse statushouders?

In Amsterdam woonden begin vorig jaar ruim 6800 statushouders. Dat blijkt uit cijfers die de gemeente afgelopen december publiceerde. Statushouders zijn, in tegenstelling tot ongedocumenteerden, vluchtelingen met een verblijfsvergunning.

De gemiddelde statushouder is 29 jaar. Voor twee derde bestaat de groep uit mannen. De helft is alleenstaand, maar door de jaren heen zijn meer statushouders samen gaan wonen. De meeste statushouders komen uit Syrië, zo’n 40 procent, gevolgd door Eritrea en Ethiopië.

Met de meeste statushouders gaat het minder goed dan met andere Amsterdammers. Ze hebben vaak een lager inkomen, wonen kleiner en zijn ontevredener over hun woonsituatie. Ze voelen zich vaker onveilig en sociaal geïsoleerd. Vaak hebben statushouders een laag inkomen: veelal komen ze rond van een bijstandsuitkering.

Tegelijkertijd scoren ­statushouders nagenoeg even goed als de gemiddelde Amsterdammer in levenskwaliteit op het gebied van gezondheid, sport en recreatie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden