Amsterdam Bewaar

Eis: 4 jaar cel voor plofkraker die vinger verloor

De auto waarmee Smaïl Z. naar het ziekenhuis werd gebracht.
De auto waarmee Smaïl Z. naar het ziekenhuis werd gebracht. © AvroTros

De Amsterdamse crimineel Smaïl Z. (29), die een vinger verloor bij een mislukte plofkraak in Didam vorig jaar, moet volgens het Openbaar Ministerie vier jaar de cel in.

Dat eiste de officier van justitie donderdagmiddag bij de rechtbank in Zutphen, waar Z. terechtstond. Volgens de officier zorgde Z. voor levensgevaar voor omwonenden van de Rabobank in Didam, toen hij in de nacht van 25 op 26 januari vorig jaar trachtte de geldautomaten van de bank op te blazen.

Moet er een knop om? Het is gegaan zoals het is gegaan. Ik denk dat die knop wel om is. Ik was er bijna niet meer geweest

Dat mislukte: zijn explosief ging vroegtijdig af. Dat veroorzaakte niet alleen grote schade aan het bankgebouw, maar Z. raakte ook zwaargewond: hij verloor de wijsvinger van zijn linkerhand. Nog dezelfde nacht zette een vrouw uit Didam Smaïl Z. af bij het ziekenhuis.

Spanje
Kort na de plofkraak kon de politie Z. koppelen aan het plaats delict omdat bloed en botresten daar waren achtergebleven. Hoewel Z. zichzelf uit het ziekenhuis ontsloeg en naar Spanje vertrok, kon hij twee weken later worden aangehouden.  

"Ik heb geen idee wat er die nacht is gebeurd, het is voor mij een groot zwart gat," zei de forsgebouwde Z., met zijn halflange zwarte haar in een staartje. Z. zei zich niets te kunnen herinneren, al kon ook hij niet ontkennen dat hij op het plaats delict aanwezig was.  

Sporen vernietigd
De vrouw die Z. bij het ziekenhuis had afgezet, legde nadat ze was opgespoord meerdere getuigenverklaringen af. Zij vertelde de politie dat zij al maanden eerder was benaderd met de vraag of een auto in haar garage gestald kon worden, de auto die later waarschijnlijk bij de plofkraak is gebruikt. De vrouw zei ook dat Z. meerdere keren bij haar thuis was geweest, samen met andere mannen, ook op de avond van de mislukte plofkraak. Z. zei echter de vrouw niet te kennen. Na de ontploffing was een andere man bij de vrouw thuis geweest om kleding te wassen, kennelijk om sporen te vernietigen. 

De officier van justitie eiste een straf van vier jaar tegen Z., die eerder al celstraffen van vier jaar en vijf jaar en tien maanden kreeg opgelegd, voor ernstige geweldsdelicten. Omdat de mislukte plofkraak plaatsvond tijdens Z.'s proeftijd, moet hij bij een veroordeling ook nog zevenhonderd dagen van een oude straf uitzitten.  

Recidive
De reclassering schat het recidiverisico bij Z. hoog in. Hoewel het leek alsof hij in de maanden voor de mislukte plofkraak zijn leven goed op orde had gehad, vermoed de reclassering nu dat hij toen niet het achterste van zijn tong liet zien. Bij Z. 'moet eerst een knop om' voordat hij weer te begeleiden is, stelde de reclassering.

Daar reageerde Z. op. "Moet er een knop om? Het is gegaan zoals het is gegaan. Ik denk dat die knop wel om is. Ik was er bijna niet meer geweest." 

Volgens Z.'s advocaat Robbert Jonk had zijn cliënt geen opzet op de ontploffing. "Hij was weliswaar bezig met het voorbereiden van een plofkraak, maar het was het niet zijn opzet dat de ontploffing op dat moment zou volgen. Dat bewijst zijn eigen letsel." Dat onderscheid tussen schuld en opzet is van belang voor de beoordeling van het delict door de rechters. Die doen over twee weken uitspraak.

Tip Het Parool

Heb je een nieuwstip of nieuwsfoto? Voeg ons toe op Whatsapp. Liever mailen of anoniem tippen? Bekijk hier hoe dat kan.