PlusAchtergrond

Eindelijk maakte Amsterdam excuses voor het slavernijverleden, maar het moeilijkste komt nog

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

Met het aanbieden van excuses door de stad Amsterdam is de aftrap gegeven voor een nationale verwerking van het slavernijverleden. Maar het moeilijkste komt nog, zeggen deskundigen.

Sorry brengt Moesje niet naar Parijs. De fraaie Surinaamse uitdrukking heeft een plekje gekregen in het rapport Ketenen van het verleden dat deze week in Amsterdam werd gepresenteerd. De uitspraak was opgetekend tijdens een bijeenkomst van het adviescollege dat afgelopen jaar met burgers en deskundigen in Nederland en het Caribisch gebied sprak over de verwerking van het slavernijverleden. Sorry brengt Moesje niet naar Parijs: excuses zijn mooi en belangrijk, maar er moet meer gebeuren om in het reine te komen met de gruwelijkheden van de trans-Atlantische slavernij.

Alleen sorry zeggen is niet genoeg, benadrukt voorzitter Dagmar Oudshoorn namens de commissie, voluit het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, die het rapport maakte in opdracht van de regering. “Excuses mogen geen leeg gebaar zijn. In ons advies aan de regering gaan we uit van drie stappen: het erkennen van de wreedheden tijdens de slavenhandel en slavernij en het aanbieden van excuses door de regering, om ruimte te maken voor heling en herstel.” Dat moet wat de commissie betreft geen proces van jaren worden. In het advies wordt als richtpunt 2023 genoemd, de honderdvijftigste verjaardag van het daadwerkelijke einde aan de slavernij in Suriname.

Zeeheldenbuurt

Excuses zijn nog maar het begin, vindt ook Kathleen Ferrier, voorzitter van de Nederlandse Unesco Commissie en nauw betrokken bij het onderwerp slavernijverleden. “Excuses zijn nodig, maar het echte werk moet nog beginnen. Black Lives Matter heeft de verschillen in onze samenleving op een pijnlijke manier aan het licht gebracht. Racisme en discriminatie komen hier voor. Op Schiphol, waar zwarte passagiers door de marechaussee uit de rij worden gehaald voor een controle, maar ook in de zorg, waar patiënten laten weten dat zij niet willen worden geholpen door een zwarte verpleegkundige.”

Het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden moet het startpunt zijn voor een haast therapeutisch proces. “Daarin moeten alle aspecten aan bod komen,” stelt Ferrier voor. “De verhalen van de nazaten van de tot slaaf ­gemaakten die nog dagelijks te maken hebben met de gevolgen van het verleden, maar ook de verhalen van de witte Nederlanders die zich nu verbolgen afvragen of ze nog wel trots mogen zijn op hun land. Het is een lastig proces, want het is de bedoeling dat mensen naar elkaar luisteren, terwijl mensen vooral van alles roepen vanuit het eigen perpectief.”

Het delen van perspectieven komt ook nadrukkelijk aan de orde in het advies van de commissie. “Het koloniaal verleden is in Nederland altijd eenzijdig belicht,” zegt Oudshoorn. Ik kijk maar naar mijzelf: ik ben 48 en bij mij op school ging het alleen over slavernij in de brede zin van het woord. Nooit over de rol van Nederland. Ook op de (Caribische, red.) eilanden is er nauwelijks aandacht in het onderwijs voor de lokale geschiedenis, terwijl de bevolking toch heel anders naar het verleden kijkt. Of neem de Zeeheldenbuurten, die zo’n beetje in alle steden te vinden zijn. Het begint nu pas door te dringen dat er over veel helden ook andere verhalen kunnen worden verteld.”

De commissie adviseert de regering structureel geld beschikbaar te stellen voor de verspreiding van kennis over het slavernijverleden en het aanpakken van de negatieve effecten voor de nazaten. Volgens de juristen die de commissie heeft geraadpleegd, hoeft de regering niet te vrezen voor financiële claims, mocht dat een belemmering zijn voor het aanbieden van excuses. Het aantonen van een direct verband met schade in het heden lijkt juridisch onhaalbaar.

Herstelbetalingen

De Surinaamse econoom Armand Zunder heeft wel becijferd wat Nederland Suriname schuldig zou zijn voor de koloniale uitbuiting en hij kwam uit op vijftig miljard euro. De Caricom, de organisatie van landen in het Caribisch gebied, onderzoekt al enkele jaren de mogelijkheid van een gang naar de rechter.

Kathleen Ferrier vindt dat herstelbetalingen wel onderwerp van debat moeten zijn, maar ziet vooral ook mogelijkheden voor internationale projecten. “Er leven interessante gedachten over bijvoorbeeld een samenwerking tussen Nederland, Afrika, het Caribisch gebied en Suriname. Dat kan op het gebied van werkgelegenheid zijn, maar ook onderwijs, onderzoek en cultuur.” Spannend idee: de landen die ooit door kolonialisme, slavenhandel en slavernij met elkaar verbonden waren, kunnen op basis van gelijkwaardigheid een nieuwe samenwerking met elkaar aangaan.

Gesprekken in het land

Eerst moeten de Amsterdamse excuses in goede banen worden geleid. Urwin Vyent, directeur van het slavernijinstituut Ninsee, vraag aandacht voor de emotionele impact van de excuses voor de Afro-Surinaamse gemeenschap. “Dat moet echt niet worden onderschat. Het slavernijverleden is een extreem gevoelig onderwerp. Ik heb er in gesprekken op het ministerie op aangedrongen om daar een vorm van begeleiding voor te zoeken, bijvoorbeeld door in de aanloop naar 1 juli gesprekken in het land te organiseren. Daar is niets mee gedaan, mede door corona, maar het is nog steeds een goed idee. Mensen moeten zich kunnen uiten.”

Volgens Vyent lopen binnen de gemeenschap de meningen over de gemaakte excuses uiteen. “Er is veel discussie over. Er zijn mensen die van mening zijn dat het gebaar had moeten worden gemaakt op de plek waar slavernij en slavenhandel zich hebben afgespeeld, dus in Suriname en op Curaçao, en niet in het Oosterpark. Een andere groep vindt dat echte excuses alleen kunnen worden gemaakt door het kabinet of de koning. Het is mooi dat Amsterdam het initiatief heeft genomen, maar het koloniaal verleden is een landelijke aangelegenheid. Belangrijk is dat de gemeenschap wordt betrokken bij de plannen. Dat gebeurt nu eigenlijk onvoldoende.”

Geest is uit de fles

De Amsterdamse excuses vormen het begin van meer. Rotterdam, Den Haag en Utrecht zullen waarschijnlijk volgen. Namens de adviescommissie zegt Oudshoorn te hopen dat het kabinet daar niet op wacht. “Een van de redenen dat we dit rapport binnen een jaar hebben afgerond, is het momentum. Er gebeurt ontzettend veel. Het ene na het andere boek verschijnt, er zijn tentoonstellingen en er worden veel artikelen geschreven. Dit is het moment om met onze adviezen aan de slag te gaan.” Lachend: “Als er al plannen zijn om dit rapport in een lade te doen verdwijnen, zal dat niet meevallen. De geest is uit de fles en die krijg je er niet meer terug in.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden