Nieuws

Eerste straatnamen Centrumeiland bekend: strijders tegen slavernij

Amsterdam gaat straten op Centrumeiland, een nieuw stuk IJburg, vernoemen naar mensen die hebben gestreden tegen kolonialisme en slavernij in Indonesië, op de Antillen en in Suriname.

Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark. Beeld ANP

Dit maakte burgemeester Femke Halsema maandagmiddag bekend in haar toespraak tijdens Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Ze noemde hierbij de namen van Maria Ulfah, feministe en rechtsgeleerde uit Indonesië, de Surinaamse activisten Otto en Hermina Huiswoud, de Curaçaose schrijver Frank Martinus Arion.

“Wij willen dat Amsterdam ieders stad wordt. Waarvan we de geschiedenis delen, onderzoeken en dan berouwen,” zei Halsema bij het nationaal slavernijmonument in het Oosterpark. “Een stad van gelijkwaardige en werkelijk vrije mensen.”

Een van de straten op Centrumeilan zal vernoemd worden naar schrijver Frank Martinus Arion. Beeld ANP

Amsterdam moet de weg omhoog gaan, aldus Halsema. “Zodat Amsterdamse jongeren nieuwe rolmodellen en iconen leren kennen. Niet alleen in de musea en de geschiedenisboekjes, maar op school, tijdens herdenkingen, bij vieringen en in onze publieke ruimte.”

Discussie

De naamgeving op Centrumeiland is al enige tijd onderwerp van discussie. In eerste instantie zou de naamgeving van straten in het teken staan van de slag om de Zuiderzee in 1573. Maar daar zette de burgemeester een streep door. In februari kondigde Halsema in de raad al aan dat de straatnamen zullen verwijzen naar de koloniale geschiedenis en het slavernijverleden.

Welke namen dat zouden zijn, was nog niet bekend. Tot die tijd zouden de straten nummers krijgen.

Halsema herinnerde haar toehoorders eraan dat de eerste Surinamers en Antillen in Amsterdam uit een aantal stadswijken werden geweerd. Ook zijn de nazaten van slaafgemaakten vandaag de dag slachtoffer van discriminatie op de arbeidsmarkt.

“Het moeilijkst te verteren is nog wel dat mensen die opstaan tegen uitsluiting en racisme nog altijd te maken krijgen met haat en bedreigingen.”

In Amsterdam was, zo citeerde Halsema een onderzoeker uit de achttiende eeuw, ‘niemand die geen stuk brood verdiende aan de slavernij.’ Volgens haar heeft de stad een lange weg omhoog te gaan. “Door de betekenis van slavernij in de lokale economie te onderzoeken, door een slavernijmuseum in het leven te roepen. En door verantwoordelijkheid te nemen.”

Een meerderheid van de gemeenteraad wil dat Halsema volgend jaar tijdens Keti Koti excuses maakt voor de rol van de gemeente Amsterdam in het het slavernijverleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden