Amsterdam Bewaar

Eerste idee voor IJ-brug in 1839: 'Zal de hoofdstad tot sieraad strekken'

Een brug over het IJ, volgens de Amsterdamse aannemer Jan Galman.
Een brug over het IJ, volgens de Amsterdamse aannemer Jan Galman. © Stadsarchief

Wel of geen brug over het IJ, dat is nog steeds de vraag in Amsterdam. Al in de negentiende eeuw werd het idee voor het eerst op de agenda gezet.

Het gaat er anno 2016 nog steeds over: hoe steken we in de toekomst het IJ over? 

Het is de Monnickendamse aannemer Tijmon Kater die in 1839 als eerste met het idee komt voor een brug. Het Algemeen Handelsblad is lyrisch: ''Eindelijk bestaat de kans dat weer een grootsch en nuttig kunstgewrocht te meer op Neerlands bodem komt te staan.''

En verder: ''De Waterlandsche melkboer zal niet meer zijn leven behoeven te wagen, om Amsterdam van melk of zuivel te voorzien. De Broeker koopman en de Beemster-vetweijer zullen niet meer aarzelen, voor hunnen handel, de Amsterdamsche markt te bezoeken uit vreeze van hunnen huiselijken haard nimmer weder te aanschouwen. De brug zal aan allen veiligheid bieden, en de hoofdstad tevens tot sieraad strekken."

De brug zal aan allen veiligheid bieden, en de hoofdstad tevens tot sieraad strekken

Het Algemeen Handelsblad in 1839

Een onderzoekscommissie van de gemeente reageert echter negatief: ''De beide oevers van het IJ hebben geene behoefte aan een directe verbinding anders dan om verder te reizen, daar de noordzijde schier geen bevolking telt.'' 

Jan Galman
Ruim tien jaar later probeert de Amsterdamse aannemer Jan Galman (1807-1891) de gemeente warm te maken voor een brug over het IJ.

In mei 1851 dient hij zijn eerste ontwerp in voor de bouw van 'eene zeer rijke, solide, grootendeels gemetselde en een gedeeltelijk beweegbare brug' over het IJ.

Aan beide zijden van de Ponte Vecchio-achtige brug moet een rij pakhuizen en koopmanshuizen komen, om de exploitatie sluitend te krijgen. 

Opnieuw is de pers positief. De Y en Amstelbode: ''Vraag het elken Amsterdammer of hij niet volgaarne een geringen tol zou willen betalen, wanneer hij daardoor in de gelegenheid gesteld werd met de zijnen, op een fraaijen zomerschen dag, een tourtje te voet of per rijtuig door Noord-Holland te kunnen doen. Welk eene drukte, welk een vertier, voornamelijk op de marktdagen!'' 

Het gemeentebestuur oordeelt negatief. Het grootste probleem blijft de plek waar de 'pakhuizenbrug' aan de overkant van het IJ eindigt. En zo strandt ook plan nummer twee. 

Nieuwe plannen
In 1853 bestookt Galman het gemeentebestuur verschillende malen met vernieuwde plannen. In deze ontwerpen koppelt hij de brug aan een stadsuitbreiding in het IJ. De geul zou dan smaller worden, waardoor de stroomsnelheid zou toenemen.

In 1853 blijft het behoud van zo veel mogelijk open water voorop staan en na een lange discussie oordeelt de gemeenteraad negatief. 

Na 1869 komt hij met een reeks nieuwe plannen, aangepast aan het inmiddels gebouwde CS. Zijn motivatie: ''Het is eene uitgemaakte zaak, dat bij verbetering der middelen van communicatie, de communicatie zelve altijd toeneemt; zoo zal het ook noodwendig met de brug over het IJ zijn.'' 

Uiteindelijk draait hij de rollen om. De weilanden in Noord maken in zijn ideeen plaats voor een gigantische uitbreiding, waarbij hij zelfs het Koninklijk Paleis overplant. Amsterdam maakt zelf de sprong over het IJ. 

35 jaar lang
Galman verliest met dit plan echter zijn geloofwaardigheid. ''Het is jammer van de gedachte, moeite tijd en papier door den ontwerper aan zulk een onbekookt plan besteed en het zou nog veel meer jammer zijn den ontwerper op dat voetspoor te volgen door er wel aandacht aan te wijden,'' vond de gemeente. 

Galman wilde een draaibrug, geflankeerd door twee basculebruggen met Tower Bridge-achtige poortgebouwen. Grote zeeschepen zouden de draaibrug passeren, kleinere schepen konden door de basculebruggen varen. Als de brug open stond, konden de voetgangers via trappen in de poortgebouwen een verdieping hoger oversteken.

Galman probeerde de gemeenteraad van Amsterdam uiteindelijk 35 jaar lang te overtuigen om een brug over het IJ te bouwen - tevergeefs. En ook ruim 150 jaar later is de discussie nog steeds niet beslecht

Deze tekst komt uit een artikel uit Het Parool van 30 september 1996. Het stuk werd gepubliceerd naar aanleiding van een tentoonstelling in het Gemeentearchief over het werk van Jan Galman.