PlusAchtergrond

Eenvoudige taal en een rechter in gewone kleren: zo los je schulden op in plaats van ze erger te maken

Rechter Caspar Inden. In de pilotzaken over betalingsregelingen ontvingen de rechters en griffiers de schuldenaars in gewone kleren, dus zonder toga. Beeld Dingena Mol
Rechter Caspar Inden. In de pilotzaken over betalingsregelingen ontvingen de rechters en griffiers de schuldenaars in gewone kleren, dus zonder toga.Beeld Dingena Mol

De Amsterdamse rechtbank, verzekeraar Achmea, schuldhulpverleners en de gemeente troffen in een proef véél meer betalingsregelingen met wanbetalers dan gebruikelijk. Het recept: de rechtbank benaderde de mensen zelf in eenvoudige taal, verlaagde de kosten en zorgde voor een informele sfeer.

Paul Vugts

Het niet (kunnen) betalen van de zorgpremies is één van de belangrijkste bronnen van schulden. Toch kwam van oudsher gemiddeld 90 procent van de schuldenaars met een (forse) betalingsachterstand bij hun zorgverzekeraar niet opdagen voor de ‘bulkzittingen’ van de Amsterdamse rechtbank, waarop kantonrechters doorgaans eens per twee weken zo’n 300 zaken over zorgverzekeringen behandelen. Daarnaast vindt vier keer per week een zitting met ongeveer 100 zaken plaats. Ook daar is de opkomst zéér beperkt.

Soms kwamen zes, dan eens tien, soms twaalf verzekerden opdagen om hun schuld te bespreken. Met de rest kon de kantonrechter sowieso geen betalingsregeling-op-maat afspreken. De schuldhulpverleners, die sinds 2018 bij alle zittingen aanzaten, konden niets doen.

Problemen verergerd

De reguliere ‘dagvaardings-incassoprocedure’, zoals die onder rechters heet, draagt in de visie van de Amsterdamse rechtbank niet bij aan oplossingen. ‘Sterker nog’, zo laat de rechtbank optekenen in een rapport, ‘in veel gevallen zorgt de procedure er zelfs voor dat de problemen alleen maar verergeren’. Dat komt vooral door de hoge ‘griffierechten’ (de aan de gedaagde doorberekende kosten voor een rechtszaak) – van 507 euro bij schulden boven de 500 euro. Daar komen de overige proceskosten bij die schuldenaars moeten betalen aan de verzekeraar, van wie ze de procedure meestal verliezen. De boete van 35 euro per maand bij inschrijving in de wanbetalersregeling van het CAK (het orgaan dat voor de overheid die regelingen uitvoert) komt daar nog eens bovenop .

Vandaar de proef ‘Zorgzaken’ waarin de rechtbank, verzekeraar Achmea, schuldhulpverleners en de gemeente zochten naar verbeteringen – een forse verhoging van de opkomst van gedagvaarde schuldenaars, om te beginnen.

“Mensen met schulden die een dagvaarding krijgen, denken vaak dat ze toch wel zullen moeten betalen, en niet dat ze hier komen praten voor een oplossing op maat,” zegt kantonrechter Caspar Inden. Hij staat in de rechtszaal bovenin de nieuwe rechtbank op de Zuidas, waar de rechters en griffiers de schuldenaars in gewone kleren, dus zonder toga, gastvrij probeerden te ontvangen om het bezoek aan de rechtbank zo laagdrempelig mogelijk te maken.

Goed bereikbaar

De griffiers kregen er een enorm pak werk bij. “Zij deden in onze proef heel veel extra, belangrijk werk. De schuldenaars worden nu niet met een afstandelijke dagvaarding uitgenodigd, maar met een brief van de rechtbank, waarin we in klare taal uitleggen wat de bedoeling is,” zegt Inden. “We geven ook een 06-nummer waarnaar ze vragen kunnen whatsappen en een e-mailadres waarop we goed bereikbaar zijn.”

De griffierechten werden gedurende de proef fors verlaagd. Achmea, dat als eerste (zorg)verzekeraar meedeed aan de proef, ‘wil op de zitting met de schuldenaars en schuldhulpverleners in gesprek over een oplossing’. Een makkelijke eerste stap in het opzetten van de betalingsregeling: als de schuldenaar in elk geval de 35 euro die anders maandelijks naar het CAK moest, naar de verzekeraar overmaakt, is dat alvast iets.

Inden: “Als je geen geld hebt, is 35 euro heel wat. Geregeld bleek die 35 euro meteen ook wel het hoogst haalbare.”

Tussen februari en september 2021 leidde niet langer 8 procent van de oproepen tot contact tussen Achmea en de schuldenaar, maar 60 procent. Inden: “Wij hadden forse ambities, maar vinden de proef een groot succes. In 38 procent van de gevallen kwam de verzekerde op de zitting. In de overige 22 procent werd een oplossing bereikt zonder tussenkomst van een rechter. In totaal werd in 51 procent van de gevallen een betalingsregeling getroffen, of loste de verzekerde zonder tussenkomst van de rechter de betalingsachterstand in.”

Daarmee zijn de belangrijkste doelen van de pilot gehaald: verhoging van het percentage dat in persoon op zitting verschijnt en ‘het stimuleren van realistische betalingsregelingen’. Op zittingen doen wanbetalers uit goede wil geregeld betalingsvoorstellen die onrealistisch zijn. Die worden dan aan de hand van de werkelijke financiële situatie naar beneden bijgesteld.

Anderen haken aan

In zaken over zorgverzekeringen was al in 2006 met de deurwaarders afgesproken dat de rechters binnen een bepaalde bandbreedte zelf een betalingsregeling mochten treffen als de schuldenaar niet in één keer de achterstallige premies kon betalen. Als de achterstand niet al te hoog is opgelopen, mogen de verzekerden hun nog verschuldigde premie in 1 tot 1,5 jaar alsnog betalen. Vaak zagen de rechters daarvoor te weinig ruimte.

De proef in de Amsterdamse rechtbank vloeit voort uit besprekingen van enkele kantonrechters met de gemeente, hulpverleners en Achmea, in 2018. Nu de proef is geslaagd, zullen naar verwachting ook andere zorgverzekeraars aanhaken om in elk geval nog iets van hun openstaande premies binnen te hengelen.

Uiteindelijk ziet Inden ook kansen om anderen dan zorgverzekeraars te laten aansluiten, zoals woningcorporaties die huurachterstanden moeten innen en energieleveranciers die nog geld moeten krijgen van schuldenaars die nauwelijks wat te makken hebben. “Niemand schiet veel op met eindeloze incassotrajecten. Als we één schuld helemaal of gedeeltelijk weg weten te werken, zorgt dat misschien ook voor een betere betaalmoraal in de toekomst.”

Als veel meer partijen aan een nieuw beleid willen meedoen, zullen er meer griffiers moeten komen. Inden: “Zij regelen het meeste van het contact en zij zijn het die op papier zetten hoe hoog de betalingsachterstand inmiddels is, welk deel van de premie het betreft, om welke genoten zorg het gaat en hoe het zit met aanvullende verzekeringen.”

Veel schuldenaars spreken overigens geen of slecht Nederlands en verschijnen doorgaans zonder kostbare tolk – die ze zelf zouden moeten betalen. Hoewel rechtszaken formeel in het Nederlands moeten worden gevoerd, schaften de Amsterdamse kantonrechters een vertaalcomputertje aan en werd als het kon ook wel Engels gesproken. Inden: “We proberen pragmatisch te zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden