PlusAchtergrond

Een raadsel: veel besmettingen maar weinig klachten in Ghanese gemeenschap

Er zijn relatief veel coronabesmettingen onder Ghanese Amsterdammers en tegelijkertijd heeft deze groep weinig last van klachten, zo blijkt uit onderzoek. Met flyers, filmpjes en gesprekken informeert de GGD de gemeenschap nu over voorzorgsmaatregelen.

Huisarts Addy van der Woude in het voorlichtingsfilmpje. Beeld
Huisarts Addy van der Woude in het voorlichtingsfilmpje.

Een opgeheven vingertje, dat werkt niet. Wat dat betreft zijn Ghanezen net Nederlanders, zegt huisarts Addy van der Woude uit Zuidoost. “Het heeft geen zin om Ghanezen te vertellen dat ze niet bij elkaar mogen komen. Saamhorigheid is heel belangrijk binnen de gemeenschap. Wat wel werkt is mensen goed informeren op welke manier het risico op besmetting zo klein mogelijk kan worden gehouden. En samen met de groep bekijken wat wel kan en wat niet kan.”

De Ghanese Van der Woude is lid van het huisartsenteam Ganzenhoef en werkt mee aan een nieuwe voorlichtingscampagne van de GGD om de Ghanese gemeenschap in Amsterdam te informeren over de risico’s van corona. Met flyers, filmpjes en interviews op de lokale Ghanese radio en televisie wordt nog eens gewezen op het belang van goede voorzorgsmaatregelen. Van der Woude benadrukt in een filmpje het belang van de anderhalve meter, mondkapjes en testen.

Die basisregels moeten houvast bieden in een hechte gemeenschap van bijna 20.000 mensen die door taal en cultuur sterk op elkaar zijn aangewezen. In haar praktijk merkt Van der Woude dat mensen zich bewust zijn van de risico’s van corona. “Dat kan ook betekenen dat mensen zich beschermen met knoflook of kruiden. In de campagne doen we een beroep op de zorg voor elkaar, echt een kenmerk van de gemeenschap. Als je elkaar wil beschermen, houd je afstand.”

De campagne vloeit voort uit het zogeheten Heliusonderzoek, een doorlopende studie naar de gezondheid van de verschillende etnische bevolkingsgroepen in de stad. Uit een meting in de zomer bij 2500 Amsterdammers kwam naar voren dat een kwart van de Ghanese deelnemers antistoffen tegen corona in het bloed had. Bij de andere bevolkingsgroepen lag het percentage aanmerkelijk lager, tussen de 5 en 7 procent.

Opvallend was ook dat veel Ghanese deelnemers bij het onderzoek aangaven niet ziek te zijn geweest. “De aanwezigheid van antistoffen wijst erop dat binnen de groep relatief veel mensen een infectie hebben opgelopen, maar er wordt opvallend weinig melding gemaakt van klachten,” zegt Maria Prins, hoofd infectieziekten bij de GGD. “Het is een puzzel die we proberen op te lossen. Het kan zijn dat Ghanezen werkelijk minder klachten hebben, maar het kan ook dat ze minder kleinzerig zijn.”

Raadsel

Het is een raadsel, zegt ook hoogleraar Charles Agyemang, werkzaam in Amsterdam UMC en gespecialiseerd in gezondheidsproblemen bij etnische minderheden en migranten. “Ghana doet het opvallend goed wat betreft de bestrijding van corona. Er zijn tot nog toe 323 doden gevallen en dat is weinig in vergelijking met andere landen. Tegelijkertijd zien we dat de Afrikanen in diaspora zwaar worden getroffen door het virus. Ook in Nederland belanden relatief veel migranten in het ziekenhuis.”

Voor de gunstige cijfers in Ghana zijn volgens Agyemang verklaringen te vinden. “De overheid heeft meteen forse maatregelen getroffen. De luchthavens gingen dicht en mondkapjes werden verplicht. Ghana heeft een jonge bevolking, dat speelt ongetwijfeld ook een rol. Maar ook in andere Afrikaanse landen zijn de besmettingscijfers opvallend laag. Voor de wereldwijde bestrijding van corona kan het goed zijn om daar meer onderzoek naar te doen. Dat gebeurt nu nauwelijks.”

Ook voor het relatief hoge aantal personen dat een infectie heeft in Amsterdam zijn mogelijke oorzaken aan te wijzen, vult Prins aan. “Er zijn nogal wat Ghanezen werkzaam in beroepen als de zorg en de schoonmaakbranche. Zij kunnen het zich niet permitteren om thuis te gaan zitten, maar moeten de stad in met het openbaar vervoer. Het is bovendien een hechte gemeenschap die veel samenkomt. De kerken spelen een belangrijke rol, ook in het sociale leven.”

Voor de huidige voorlichtingscampagne is de GGD dan ook eerst te rade gegaan bij sleutelfiguren uit de gemeenschap, onder wie ook een aantal pastoors. Van der Woude vertelt over een Zoomvergadering met kerkelijke leiders, gezondheidswerkers, communicatieadviseurs en wetenschappers, ook uit Ghana. “Daar zijn de uitkomsten van het Heliusonderzoek nog eens besproken. Maar vooral is de vraag gesteld aan de leiders van de gemeenschap: wat hebben jullie nodig?”

Angst voor stigmatisering

Goede informatie was het antwoord, maar ook: een campagne die rekening houdt met de Ghanese gevoeligheden. Agyemang: “In het algemeen is er onder minderheden angst voor stigmatisering. Dat is bij de Ghanese gemeenschap niet anders. Er wordt zeker in deze tijd van corona snel met een beschuldigende vinger gewezen naar groepen in de samenleving, ook door media. Dat is een mechanisme dat mensen juist huiverig maakt om naar buiten te treden.”

Een genuanceerde benadering is belangrijk, vindt ook Prins, zeker bij een onderzoek dat op veel vragen nog geen antwoord geeft. “We hebben in het Heliusonderzoek ook gekeken naar de naleving van de coronamaatregelen door verschillende groepen. Daarin bleken de Amsterdammers van Ghanese afkomst bijvoorbeeld weer veel beter te scoren dan de Amsterdammers van Nederlandse afkomst. Dus het is allemaal niet zo simpel als het soms wordt voorgesteld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden