PlusInterview

Een nieuwe directeur, maar de onrust op het Haga Lyceum houdt aan

De omstreden directeur Soner Atasoy is weg, maar de onrust op het Cornelius Haga Lyceum houdt aan. Zijn opvolger Rasit Bal worstelt met Atasoys aanhangers en betwijfelt of hij de school in kalmer vaarwater krijgt.

Rasit Bal, directeur Haga LyceumBeeld Erik Smits

De vakantie is net voorbij, maar om nu te zeggen dat Rasit Bal uitgerust aan het nieuwe schooljaar is begonnen? Daarvoor is de onrust te groot rond het Cornelius Haga Lyceum – met het Avicenna College in Rotterdam de enige middelbare islamitische school in Nederland. In de zomer gingen de perikelen gewoon door: rechtszaken, protesterende ouders, aanvallen op sociale media. Het laat Bal niet onberoerd.

Eind juni trad hij aan als bestuurder van de school die onder zijn voorganger Soner Atasoy op voet van oorlog verkeerde met de overheid. Bal moet rust brengen, maar worstelt met een groep ouders die de terugkeer van Atasoy wenst.

“Ik ben hier graag. De kinderen zijn vrolijk, dat geeft energie en motivatie. Het contact met de docenten is fijn. Ze werken hard, doen hun best, dat geeft hoop en vertrouwen. Maar zodra ik word blootgesteld aan de bestuurlijke zaken, de krachten van ouders, dan lopen mijn energie en motivatie weg. Uit die hoek komen hele scherpe uitspraken. Je wilt zeggen: laten we praten om het op te lossen. Maar dat is zinloos. Het is heel confronterend, biedt geen perspectief, geen uitweg. Dat demotiveert.”

Het interview vindt plaats in de kamer waar Atasoy kantoor hield. In de hoek staat het bord waarop de ontslagen directeur-bestuurder met knipsels en fotootjes destijds een beeld schetste van degenen die volgens hem de ondergang van de school beraamden: ministeries, inlichtingendiensten, moskeeorganisaties, andere islamitische schoolbestuurders en de Onderwijsinspectie.

Rijk lag dwars

De oprichters van het Cornelius Haga Lyceum speelden een grote rol op het Islamitisch College Amsterdam, dat in 2012 failliet ging en gold als zwakke school. Dat gegeven voedde het wantrouwen bij de overheid, die het Haga Lyceum trachtte te blokkeren. In 2017 ging de school toch open, op een paar minuten lopen van station Sloterdijk. Vorig jaar waarschuwde de AIVD dat directeur Soner Atasoy zich omringde met ‘salafistische aanjagers’. Volgens de rechter valt dat onder de vrijheid van onderwijs.

Een deel van de ouders draagt Atasoy nog altijd op handen. Hij voerde tientallen rechtszaken om de school op te richten. Begin vorig jaar waarschuwden de AIVD en NCTV voor radicaal-islamitische invloeden, waarna het Amsterdamse stadsbestuur en onderwijsminister Arie Slob aanstuurden op Atasoys vertrek. Tevergeefs; de toezichthouder op de inlichtingendiensten concludeerde dat de AIVD een deel van de beschuldigingen onvoldoende kon onderbouwen. De rechter floot de minister terug.

Dit voorjaar struikelde Atasoy alsnog. Het bestuur zegde hem de wacht aan na klachten van medewerkers over intimidatie en afluisterpraktijken. Er volgden verschillende rechterlijke uitspraken. Zijn ontslag op staande voet was onrechtmatig, maar mede vanwege gebrek aan draagvlak is van een rentree vooralsnog geen sprake. In december dient een beroepszaak bij het gerechtshof. 

U moet met interim-directeur Saskia Grotenhuis de organisatie weer in goede banen leiden. Wat is uw voornaamste taak?

“Ik wil het eerst goedmaken met de samen­leving. Met de media, het ministerie, de gemeente, de inspectie, moskeeorganisaties. De komende maanden wil ik – voor zover ik me kan handhaven – werken aan de relatie met de buitenwereld. Zorgen dat de school een normaal onderdeel van het Amsterdamse onderwijs wordt, en het stigma van radicalisering afschudden. En vervolgens groeien.”

“Ik geloof in de toegevoegde waarde van islamitisch onderwijs. Er is bij een grote gemeenschap behoefte aan, en het kan scholieren beter voorbereiden op hun toekomst. Het Haga Lyceum moet zich profileren als school die kwaliteit levert en recht doet aan de religieuze grondslag. Met leerlingen die zich positioneren als burgers van dit land, die tevens onderdeel zijn van de islamitische gemeenschap, van een moskee of bepaalde traditie. Wij bieden de leerlingen daarvoor handreikingen. Door te vertellen en uit te leggen – niet met indoctrinatie of propaganda.”

Er is nog altijd geen religieuze les. Dat is moeilijk te bevatten: een islamitische school waar drie jaar na de opening nog geen minuut islamitisch onderricht is gegeven.

“Ik sprak net een moeder die dat ook onbegrijpelijk vindt. Het punt is dat de diversiteit onder moslims zo groot is dat zodra de school een keuze maakt over het soort religieus onderwijs dat het gaat geven, dat per definitie tot onrust leidt.”

Hoe gaat u dat oplossen?

“Door aan te sluiten bij de traditie van iedere scholier. Je zegt als docent niet: je moet de soennitische uitleg, sjiitische of soefistische leer volgen. Het vorige schoolbestuur had een perceptie van wat de ware islam was, die hebben wij niet. Er is diversiteit in levensstijlen en die moet je respecteren. Wij moeten uitleg en achtergrond bieden over de traditie van alle verschillende leerlingen. Ik hoop nog voor de jaarwisseling met godsdienstonderwijs te beginnen.”

Wat moet hier veranderen?

“De school moet zich niet afzonderen van de samenleving, geen enclave zijn. De oprichters zetten zich af tegen de boze buitenwereld die volgens hen de school kapot wil maken. Ze ­zonderden zich af. Ik wil dat we opener zijn. Dat wordt dan geframed alsof ik infiltreer. Die houding komt vaak voor onder moslims. Soms ook bij collega-bestuurders en ouders.”

Staan ouders en docenten wel open voor uw visie?

“Toch wel. Vóór de vakantie hebben we met ouders gepraat. Ik heb ze voorgehouden: hoe kun je je kinderen voorbereiden op hun toekomst in deze samenleving, als je die schetst als de boze buitenwereld? Dan geef je ze geen vertrouwen mee, maar wantrouwen. Die bijeenkomsten hebben effect gehad. Ik zag dat veel ouders bereid zijn mee te werken.”

Op sociale media trekken Atasoys medestanders uw islamitische identiteit in twijfel; in bepaalde moslimkringen een ernstig verwijt. Is dat intimiderend?

“Zo ervaar ik het niet. Ze werpen de vraag op of ik moslim ben. Ik snap die aantijging niet zo goed: ik ben een vrome, doodgewone moslim die zijn uiterste best doet God te behagen.”

De school telt zo’n 450 leerlingen. Atasoys medestanders zeggen zeker 200 ouders te vertegenwoordigen. Hoe groot is die groep ­volgens u?

“Het zijn veertig of vijftig gezinnen.”

Er zouden wel dertig leerlingen zijn vertrokken vanwege de onrust.

“Dat klopt niet. Net voor de vakantie stonden zestien leerlingen op het punt te vertrekken. Uiteindelijk zijn wel wat leerlingen weggegaan, maar dat stond los van de bestuurlijke onrust. Atasoys aanhang kan eigenlijk niet weg, die moet zich van binnenuit sterk maken voor zijn rentree. Als ze vertrekken, hebben ze geen positie meer.”

Ze zeggen 40.000 euro te hebben verzameld voor juridische kosten en hebben steun van imam Suhayb Salam, voorman van de fundamentalistische stichting Al Fitrah. Pittige tegenstanders.

“Daar ben ik niet bang voor. Waar ik wel bang voor ben, is de vraag of we duurzaam islamitisch onderwijs overeind kunnen houden met deze ouders. Ik heb het gevoel dat het gepolariseerde politieke en maatschappelijke klimaat daar zijn weerslag op heeft en het heel erg lastig maakt. De vraag is of de islamitische gemeenschap de ruimte aan zichzelf gunt om te slagen en aansluiting te vinden bij het onderwijs­bestel. Daar maak ik me zorgen over.”

“Docenten zijn opvoeders, geen handhavers. Maar ze worden klemgezet door ouders, omdat ze bij alles wat ze doen worden afgerekend op de vraag of ze bepaalde geboden en verboden uit de Koran strikt handhaven. Daarmee maak je het de school onmogelijk het proces van opvoeding goed te organiseren.”

Dat klinkt niet erg hoopvol. Heeft u spijt van deze klus?

“Nog niet. Maar het zou zomaar kunnen dat het mij niet lukt. Je moet wellicht drie of vier keer vallen voordat het slaagt. De voorgangers van het Haga Lyceum – het Islamitisch College Amsterdam en Ibn Ghaldoun (een Rotterdamse islamitische school die na enkele schandalen in 2013 werd gesloten) slaagden niet. Bij het Avicenna in Rotterdam is een bestuurscrisis gaande. Maar als het nu niet lukt met deze school, zal het een volgende keer wel lukken.”

Druk uitgeoefend op vader

Het Cornelius Haga Lyceum dreigt een meisje van school te sturen als haar vader zijn verzet tegen bestuur en directie voortzet. Vorige week kreeg Rachid El Jouhri een ‘officiële waarschuwingsbrief’ namens bestuurder Rasit Bal en directeur Saskia ­Grotenhuis. El Jouhri treedt op als zegsman van een groep ouders die ontbinding van de medezeggenschapsraad eist en de terugkeer van de ontslagen directeur Soner Atasoy. De school ­weigert hierover een ouderbijeenkomst te organiseren zoals El Jouhri wil. “Als het over hun kinderen gaat, zijn ouders welkom. Maar het bestuurlijk conflict ligt bij de rechter,” zegt Bal.

In de brief staat dat ­‘verdere maatregelen’ kunnen volgen als El Jouhri onrust blijft zaaien met ‘valse aan­tijgingen’: ‘Wij hopen dat het niet zover komt dat wij een andere school voor uw dochter moeten gaan zoeken.’ Bal: “Wij willen niet dat dit conflict terechtkomt bij de kinderen. Wij maken ons zorgen dat zijn kind door andere kinderen erop wordt aangespro­ken. Als ze wordt lastiggevallen, nemen we haar in bescherming. Ik denk niet dat we haar gaan verwijderen.”

El Jouhri spreekt van ­intimidatie. “Niet alleen van mij, over de rug van mijn dochter, maar ook van de ouders voor wie ik spreek. De andere ­kinderen steunen juist mijn dochter als ze wordt geïntimideerd door de schooldirectie. De medezeggenschapsraad is frauduleus tot stand gekomen. Bal blokkeert een ouderbijeenkomst omdat anders zijn onrechtmatige aanstelling als bestuurder bekend zou worden.”

Rasit Bal

Rasit Bal (1964) is zoon van een Turkse gastarbeider. Hij was projectleider en coördinator bij de mislukte imam­opleiding aan de Hogeschool Inholland in Amsterdam en is ook nu weer betrokken bij pogingen een Nederlandse imamopleiding te stichten. Tot 2018 was hij voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), de voornaamste belangenbehartiger van de islamitische gemeenschap. Eerder was hij beleidsmedewerker en directeur bij de koepelorganisatie van islamitische scholen Isbo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden