Plus Reportage

Een dag mee op een basisschool met acht vacatures: ‘Het voelt hopeloos’

Zestien scholen sluiten begin december een week de deuren: door het lerarentekort komt de kwaliteit van het onderwijs in gevaar. Een dag op basisschool De Horizon, die elke week begint met een tekort van acht leraren. 

Marije Weenink na het dictee in groep 5, die ze twee dagen in de week heeft overgenomen. Beeld Dingena Mol

8:35

Het is woensdag en de eerste dag deze week dat de leerlingen van groep 5 níet worden verdeeld over een van de andere klassen van basisschool De Horizon. Marije Weenink (32) staat bij de deur van het klaslokaal en krijgt een knuffel van een meisje. “Dag juf, ik ben zo blij dat we vandaag een keer gewoon in onze eigen klas zitten!”

Het is net half negen geweest en de 635 leerlingen van de openbare daltonschool in Osdorp De Aker druppelen kwekkend binnen. De dag is begonnen, hoewel deze dag voor Marlies Breijs (40), de helft van de tweehoofdige directie van de school, een uur eerder al van start is gegaan. Een lerares die zich met haar zieke hoofd toch maar naar school had gesleept, blijkt niet in staat les te geven. Breijs: “Ze wilde wel, maar ze kón echt niet. We hebben tegen haar gezegd dat ze echt beter naar huis kon gaan. Ziek is ziek.”

Het betekende wel het volgende probleem voor Breijs en haar collega’s. Wat te doen met de 26 leerlingen die nu geen juf hebben? Om 7.40 uur werd de knoop doorgehakt: andere klassen zitten al aan hun max, alle mogelijke invallers staan al ingeroosterd, verdelen is dus geen optie. Alle ouders van de klas krijgen bericht dat ze hun kind thuis kunnen houden. Alleen als dat écht niet lukt, kunnen ze alsnog worden toegevoegd aan andere groepen. “Ik ga bij de voordeur staan om op te vangen,” zegt Breijs. “Niet iedereen leest ’s morgens vroeg onze ouderapp.” De meeste ouders die hun kind weer moeten meenemen tonen begrip, drie kinderen blijven vandaag toch op school.

9:00

De les is eigenlijk al een kwartier geleden begonnen, maar de klas van Weenink komt moeilijk op gang: kinderen die de afgelopen dagen in andere lokalen hebben gezeten, moeten eerst de school door om hun bakjes met lesmateriaal op de halen. Van tevoren had Weenink het al gezegd: dit zou weleens een ingewikkelde dag kunnen worden. “Een aantal van hen zal onrustig zijn, snel geagiteerd. Ze doen onaardiger tegen elkaar en zijn veel sneller afgeleid.”

Dat blijkt onmiddellijk als Weenink wil beginnen: ze krijgt de groep alleen met de grootste moeite stil. Veelbetekenend zwijgen of de drukste kinderen persoonlijk aanspreken levert enkele seconden rust op. Tikken op haar bel­letje en klappen in haar handen heeft niet of nauwelijks effect: de klas is extreem druk, ten minste de helft kan niet langer dan een paar minuten stilzitten. Er wordt gekletst, dat vooral, maar her en der wordt ook ruziegemaakt.

9:30

Het is haar klas eigenlijk niet, zegt Weenink. “De juf die hier aan het begin van het jaar stond, is na een paar weken elders gaan werken, dichter bij haar huis. Of ik ze twee dagen in de week kon overnemen. Ik voel me verantwoordelijk genoeg om dat te doen, hoewel het ook voelt alsof ik mijn eigen groep in de steek heb gelaten. Ik sta nu hier tot de kerstvakantie. Hoe het daarna moet? Ik weet het niet. En nu is de andere lerares van deze klas ook ziek, dus ze zijn de afgelopen dagen wéér over de andere groepen verdeeld. Dat merk je: de basis ontbreekt voor ze. Ze kunnen nergens op bouwen.”

Weenink is al een paar keer streng geweest tegen leerlingen. Toen ze de klas even tevoren een filmpje had laten zien van haar eenjarige zoontje, werd het rustiger, maar als ze met de les is begonnen, voel je hoe de onrust toeneemt. Tijdens een dictee van tien zinnen lopen jongens af en aan: naar de gang, naar de kast, naar het hoekje waar de puntenslijper ligt. “Jongens! Ik begrijp dat jullie twee moeilijke dagen achter de rug hebben, maar dit is heel vervelend.”

Ondertussen vliegen de gummen over en weer. Een jongetje moet huilen, twee meisjes plukken aan elkaars haar. Drie meisjes aan het raam zitten, hoe is het mogelijk, geconcentreerd aan hun schrijfwerk.

10:30

Ze is directeur, toch een titel waar je een bepaald beeld bij hebt. Maar als je even wilt praten met Marlies Breijs moet dat staande, in een deuropening: zij moet tegelijk een jongen in de gaten houden die het allemaal even te veel werd. Terwijl hij met Lego een beetje tot rust komt, vertelt Breijs hoe het water haar aan de lippen staat. “Zes zieken. En dan moet januari nog komen.” Ze wijst op het bord waar het allemaal om draait. Alle 29 groepen van De Horizon staan erop, de gaten die zijn gevuld en vooral de gaten die nog gevuld moeten worden.

De Horizon begint elke week met acht open plekken, standaard. “Het voelt hopeloos soms, als je loopt te schuiven met personeel en kinderen. Welke invallers hebben we, zijn er onbevoegde mensen die we al kunnen inzetten? Kunnen we nog iets met de onderwijsassistent? Dit is aanmodderen. En het erge is: het wordt steeds erger.”

Marije Weenink: ‘Ik had zo graag willen laten zien hoe leuk dit vak is. Maar dat lukt niet op deze manier.’ Beeld Dingena Mol

Het is alle zeilen bijzetten, problemen om de roosters rond te krijgen worden vooruitgeschoven, zegt Breijs. Zelf is ze al extra gaan werken: ze staat voor groepen en springt permanent bij waar dat nodig is. “Mijn kinderen weten dat ik ’s morgens thuis al aan het werk ben, als de ziekmeldingen binnen komen. Het is gaten dichtlopen. Terwijl je als directeur natuurlijk ook verder moet kijken. Maar die stip op de horizon, daar hebben we hier in de verste verte geen tijd voor.”

11:30

De Horizon is een van de zestien scholen in Nieuw-West die van 9 tot 13 december een week dicht zijn om zich te bezinnen op de toekomst: een unicum in Nederland. Insteek is een nieuwe werkwijze: hoe houden we met structureel te weinig mensen ons onderwijs in leven? In de docentenkamer zit een plukje leraren aan de boterhammen. Ze zijn nog niet verslagen, maar vrolijk is anders. De leraren hebben het over de informatieavonden van eerder in de week. “De meeste ouders begrijpen het wel. Ze zijn nog best positief. Gelukkig,” zegt de een. “Maar op het schoolplein wordt er ook wel anders over gepraat,” zegt een ander.

12:30

Als de kinderen sporten, zegt Weenink dat ze zich als lerares schaamt voor hoe het vandaag gaat. “Dit is ook een uitzonderlijke situatie, het gaat vaak ook wél goed gelukkig. Ik werk hier tien jaar, ik ben goed in mijn werk, maar dit is vreselijk. Ik voel me op dit soort momenten zó incompetent.”

13:00

Op de gang zitten twee jongens uit groep 6 aan hun sommen. “De school is heel leuk,” zeggen ze. “Maar ik zou wel willen dat er meer meesters en juffen zijn.”

13:15

Conciërge Joke de Jong struint door de gangen. Iedere leerling wordt begroet. De Jong is er een van het eerste uur op De Horizon, ze loopt er al bijna twintig jaar rond. “Dit is een fijne school, een goede school ook. Maar het tekort aan mensen hakt erin, je merkt het aan de sfeer: collega’s zien het op sommige momenten niet meer zitten. Ik probeer grappen te maken, we moeten onszelf niet in de put praten.”

13:55

De klas van Weenink loopt ondertussen, net als zijzelf, op zijn laatste benen. Na een min of meer rustig begin na de gymles stuitert een groot deel van de kinderen weer door het lokaal. Terwijl Weenink rondgaat om kinderen te helpen met hun rekenen, wordt het steeds hectischer. Zo goed en zo kwaad als het gaat geeft ze individuele aandacht, maar om haar heen is ten minste de helft van de kinderen met iets anders bezig.

14:00

Directeur Breijs haalt diep adem. “Het onderwijs komt in het geding. Klassen waar leraren wegvallen, worden probleemgevallen. Dat geldt natuurlijk niet voor al onze groepen, sommige hebben een hele week dezelfde leraar of twee: die draaien goed. Maar ook zij voelen het lerarentekort, ook zij krijgen er steeds regelmatiger verdeelkinderen bij.” Weenink even later: “We willen óók voor deze klas onze leerdoelen halen, maar dat is lastig door de onrust.”

14:15

De school gaat uit, groep 5 loopt leeg. Het zijn leuke kinderen, stuk voor stuk. Gevat en slim en sociaal vaardig vaak. Maar Weenink is gesloopt. “Ik had zo graag willen laten zien hoe leuk dit vak is. Dat je kinderen iets bijbrengt, dat je ze zelfvertrouwen geeft. Maar dat lukt niet op deze manier.”

Wat ze nu het liefst zou doen? “Naar huis en met een kop thee onder een dekentje naar een slechte film kijken. Maar dat gaat niet: ik moet nog nakijken en heb straks nog een bespreking en dan nog een vergadering van het managementteam, van 15.30 tot 16.30 uur. Hopelijk kan ik om vijf uur naar huis, dan ben ik nog op tijd om mijn zoontje op te halen van de crèche.”

Drastische maatregelen

Amsterdamse scholen staat het water aan de lippen. Vrijdag werd bekend dat basisscholen overwegen over te gaan op een vierdaagse schoolweek vanwege het lerarentekort; vorige week besloten zestien scholen in Nieuw-West zelfs een week lang de deuren te sluiten. 

De scholen van de Stichting Openbaar Basisonderwijs Westelijke Tuinsteden hebben geen keus, aldus voorzitter Joke Middelbeek. “De kwaliteit van het onderwijs staat te veel onder druk. Wij begonnen dit jaar met dertien vacatures, inmiddels is dat aantal opgelopen tot 25. Dat zijn 600 leerlingen die geen juf of meester hebben.”

In totaal kunnen 5400 leerlingen in de week van 9 tot 13 december niet naar school.

Volgens het bestuur gaat het om een drastische maatregel, maar hebben de scholen geen keuze. Het mag geen sluiting heten: het is puur een noodgreep. De week zal door de leerkrachten en bestuurders worden gebruikt om oplossingen te bedenken voor het lerarentekort. Insteek is dat leraren zich zullen beperken tot de basis: lezen, schrijven en rekenen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden