Plus Architectuur

Een balkon met zon én uitzicht op het IJ

Blok 10 op Zeeburgereiland heet nu officieel Heroes. Drie terrasvormige gebouwen bieden zicht op het sportpark in het midden en het IJmeer aan de noordkant. Hoe hebben de architecten dat gedaan?

Getrapte terrasvormige gebouwen waren 30 jaar geleden populair, maar zijn vreemd genoeg uit de mode geraakt. Beeld Maarten Boswijk

Iedereen wil natuurlijk een balkon op het zuiden en een bijbehorend verrukkelijk uitzicht, maar in heel veel gevallen is dat een onmogelijke wens. En zo zijn ettelijke Amsterdammers gedoemd uit te kijken over een fraaie plas water aan de noordkant – denk maar aan de Sumatrakade of de Oude Waal. Schaduw- en zonkant zijn vaak moeilijk met elkaar te verenigen.

Voor dit duivelse dilemma denken de architecten Arons & Gelauff de oplossing te hebben en wel op het Zeeburgereiland: Heroes bestaat uit drie middelhoge woontorens met een getrapte opbouw. Hoog aan de zuidkant en steeds lager aan de noordkant. Zo moeten ook de terrassen en balkons aan de noordkant zonlicht opvangen en zijn de bewoners verzekerd van een panorama over het Buiten IJ.

Het moet een heel gepuzzel zijn geweest, als we afgaan op de getekende animaties op de website, om iedere bewoner het volle pond te geven. Het resultaat doet allerminst geforceerd aan. Sterker zelfs, de drie torens met hun lichtgele wasserstrich-steen bezorgen je een zonnig humeur.

Verhoging met plantenbakken

Heroes vormt het hart van de Sportheldenbuurt op het Zeeburgereiland. Het vult het gat aan de Faas Wilkesstraat, die zich ontwikkelt tot een heuse allee op het eiland. Een subtiele verwijzing naar het sportieve karakter zijn de details in de blokken. Goud, zilver en brons zijn de platen naast de ramen. Om de woontorens luchtig te houden verspringen de gevels op verschillende plaatsen, bovenin bij de 23 penthouses, en in de hoek op de begane grond. Superduur en groot wordt gecombineerd met goedkoper en klein.

Het maakt Heroes tot een allesbehalve monolitische verschijning. Dat komt ook door de openbare ruimte tussen de drie gebouwen, een lichte verhoging met daarop plantenbakken van Cortenstaal. Die verhoogde tussenruimten zijn een terugkerend patroon op het Zeeburgereiland, waardoor auto’s op een natuurlijke manier onder de grond worden gestopt en plantsoenen zich losweken van de doorgaande straten. 

Beeld Maarten Boswijk

De Faas Wilkesstraat gaat aan de westkant over in een slingerend pad door een binnentuin, momenteel een lust voor het oog dankzij paarse bloemen. Nu al is de Sportheldenbuurt een voorbeeldige combinatie van bebouwing en groen.

Heroes is een ontwerp van Arons & Gelauff die in deze jaren een rijke oogst over de stad verspreiden. Ze werden al bekroond voor Wiener & Co op Oostenburg en beleefden onlangs de oplevering van Pontsteiger. Over de poort in de Houthavens is veel te doen. Bewoners klagen over geluidshinder en andere overlast. Daar kun je een architect niet aansprakelijk voor stellen; vermoedelijk heeft de aannemer fouten gemaakt bij de constructie.

De onbeheersbaarheid is wel een kanttekening bij megagebouwen als deze: anonimiteit ligt op de loer in een complex waar men zijn ­buren niet kent. Je kunt ongezien vanuit de parkeergarage je woning bereiken. De koop- of huurprijzen lokken een populatie met veel geld en wellicht minder nobele doelen.

Privacy

Dat euvel kleeft Heroes niet aan; daar is anders dan bij Pontsteiger volop sociale controle. Misschien is het wel te controleerbaar: de ruime balkons met hun glazen balustrades, de terrassen waarop je elkaar in de gaten kunt houden. Op een stralende dag wordt een gevecht geleverd met de privacy, het kan niet anders.

Beeld Maarten Boswijk

Dat neemt niet weg dat de drie ‘helden’ ingenieus in elkaar zitten, door de manier waarop het terrein zich versmalt aan de noordkant, en de scheve vorm van de torens. Aan de noordkant, de John Blankensteinstraat, sluiten de lager gelegen terrassen aan bij de villa’s op de vrije kavels die aan een gelimiteerde hoogte waren gehouden. Zo blijft er genoeg uitzicht over op het Buiten IJ. De terrassen, de verspringende volumes, zijn inmiddels een handschrift voor het Zeeburgereiland.

Getrapte terrasvormige gebouwen die 30 jaar geleden populair waren, zijn vreemd genoeg uit de mode geraakt. Gelukkig passen architecten ze weer toe, want als er één middel is om hangende tuinen en royale buitenruimtes te scheppen, zijn het wel die verspringende gevels. Je zou er zomaar een gouden, zilveren en bronzen medaille aan kunnen toekennen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.