Plus Portret

Een autoluwe stad: hoe kijken Amsterdammers ertegenaan?

De auto moet langzaam maar zeker terrein prijsgeven in de stad. Maar een auto is meer dan alleen een vervoermiddel. Hoe kijken Amsterdammers ertegenaan?

Robin Rasing Beeld Lin Woldendorp

Robin Rasing (28), manager digital en online marketing: ‘Ov is geen optie’

“Ik ben blij dat ik de beschikking heb over een leaseauto. Het biedt gemak, het is prettig om vervoer voor de deur te hebben. Van het openbaar vervoer hou ik niet, je bent afhankelijk van of de bus of de tram komt. Ik weet het, in de file heb je ook geen vrijheid, maar het voelt toch vrijer. Ik woon in Oost en werk in de buurt van station Sloterdijk: best een stuk fietsen, maar ook niet overdreven ver. Ik dwing mezelf om ook op de fiets naar het werk te gaan, maar het is gewoon lekker om in de auto te stappen. Daarnaast: als ik voor mijn werk meerdere afspraken heb, is het openbaar vervoer geen optie.”

Dagmar Letanche Beeld Lin Woldendorp

Dagmar Letanche (38), ambtenaar: ‘Geen groot gemis’

“Een auto is ballast. Gedoe en geëmmer, al die zaken als verzekeringen en de apk. Ik ben blij dat ik ’m heb weggedaan, nadat ik heb deel­genomen aan de ‘reisproef’ van de gemeente. Dat is een initiatief om mensen kennis te laten maken met duurzamere alternatieven. Het valt me meestal niet zwaar dat ik geen ­auto meer voor de deur heb staan. De eerste periode zonder auto had ik ’m ineens de hele tijd nodig, maar er valt van alles te regelen. Je kunt ook gebruikmaken van een deelauto. Ik ga veel met het openbaar vervoer: als je erop ingesteld bent, is dat meestal perfect. Ik kom dan uitgeruster op mijn bestemming aan dan als ik met de auto reis.”

Joost Kunnen Beeld Lin Woldendorp

Joost Kunnen, ambtenaar (39): ‘Blij met Snappcar’

“Voor mijn werk reis ik met het openbaar vervoer, maar ik wil wel de beschikking hebben over een goede auto. Die heb ik geleased en stel ik beschikbaar via Snappcar. Op die manier verdien ik een deel van de kosten terug. Dat gaat prima, ik heb mijn auto al 65 keer verhuurd. Ik heb incidentele klanten, maar ook mensen die regelmatig terugkomen. Sommigen huren vanuit budgettaire overwegingen, anderen zien het als hét duurzame alternatief. Meestal krijg ik ’m terug zoals ik hem beschikbaar stelde. Heel af en toe beschouwt een huurder dit echt als een huurauto, in plaats van een auto van een andere particulier. Dus soms moet ik een extra keer door de wasstraat, maar meestal gaat het goed.”

Jort Kelder Beeld Lin Woldendorp

Jort Kelder (54), programmamaker‘Dramatisch beleid’

“Ik bezit acht auto’s. Bij mijn woning in de Plantagebuurt staat een elektrische Smart. Als ik naar de VPRO in Hilversum moet, is het altijd even rekenen of ik daar met die auto kom. Ik vind uitstootvrij belangrijk. Die andere auto’s heb ik op verschillende plaatsen in garages staan. Daar rij ik wel mee, maar sporadisch: het zijn kunstwerken, ik bewaar ze. Het doorgedraaide linkse beleid in de stad vind ik dramatisch: het miskent dat er mensen zijn die hun auto gewoon nodig hebben. Als ik kattengrind nodig heb, rij ik altijd naar mijn favoriete winkel in West, maar daar kom je met een auto bijna niet meer. Willen ze dan dat ik laat bezorgen en zo’n prima winkel ­failliet gaat?”

Gerrit Faber Beeld Lin Woldendorp

Gerrit Faber (58), verkeersadviseur: ‘Fiets en trein voldoen’

“Ik heb nooit een auto gehad, op die ene week in mijn studententijd na dat een auto van vrienden een weekje op mijn naam heeft gestaan. Ik heb gewoon geen behoefte aan een auto. En al had ik het: ik heb geen rijbewijs. In Amsterdam doe ik alles met de fiets, dat is sneller en prettiger. En als ik de stad uitga, kom ik overal met de trein. Als ik in de bossen wil wandelen, neem ik de trein naar Bussum-Zuid of Ede-Wageningen: je staat zo in het bos! Het is niet dat ik principieel tegen auto’s ben: ik kan me best voorstellen dat er situaties zijn dat het praktisch is om een auto te hebben, maar dat zijn situaties waarin ik vrijwel nooit zit gelukkig.”

Joosje Noordhoek Beeld Lin Woldendorp

Joosje Noordhoek (69), culinair ­eindredacteur: ‘Dit is m’n laatste’

“Mijn auto parkeer ik buiten de binnenstad. Vanaf mijn huis op de Prinsengracht fiets ik in tien minuten naar de garage op de Piet Heinkade. Prima regeling, want ik gebruik mijn Peugeot 205 uit 1991 niet zo vaak en nu staat ie overdekt: de temperatuur is constant, ze draaien er een muziekje bij, hij staat daar tussen andere oude collega’s, dus hij heeft een beetje aanspraak, heel gezellig allemaal. Elk jaar rond de apk denk ik: als ie niet door de keuring komt, koop ik geen nieuwe meer. Eigenlijk hoort het niet meer in deze tijd. De binnenstad zou autovrij moeten zijn en door buiten de grachtengordel te parkeren draag ik daar een steentje aan bij.” 

Geert Ronduite Beeld Lin Woldendorp

Geert Ronduite (63), verandermanager: ‘Ik reed al niet vaak’

“Een verstokte automobilist was ik. Ik had een Fiat Multipla, een prima auto, maar ik reed er niet vaak in. Naar mijn werk, tegenwoordig in Utrecht, kun je veel beter en ontspannender met de trein. Toen mijn auto een paar jaar geleden op was, heb ik besloten geen nieuwe te kopen. Ik mis hem nauwelijks, al moet ik voor sociale gelegen­heden soms wel eens moeilijk doen om in Groningen of Friesland te komen. Dat ik nu geen auto heb, is omdat dit financieel voordeliger is. Dat het goed is voor het milieu speelt ook mee. Aan de andere kant vlieg ik nu naar wintersport in plaats van dat ik met de auto ga, dat voelt niet helemaal goed.”

Serie Autoluwe Stad

1. Van statussymbool tot paria

2. De deelauto: niet meer rijden in je eigen cocon

3. Hoe krijg je de Amsterdammer uit zijn auto?

4. Minder auto’s, een schonere stad?

5. Wat vinden autorijdende ­Amsterdammers?

6. Wat doen andere grote steden met de auto?

7. Wat te doen met de ­vrijgekomen ruimte?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden